Besluit van de Minister van Justitie van 3 juni 2003, kenmerk 5228860/503/AJT, strekkende tot aanwijzing van de medewerkers verkeershandhaving van de regionale politiekorpsen tot buitengewoon opsporingsambtenaar

Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar regionale verkeershandhaving 2003

De Minister van Justitie,
Gelet op artikel 142, eerste lid, onder b, van het Wetboek van Strafvordering, het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar en artikel 8, zevende lid, en artikel 9, van de Politiewet 1993;

Besluit:

Artikel

1

In dit besluit wordt verstaan onder de buitengewoon opsporingsambtenaar: de opsporingsambtenaren omschreven in het tweede artikel van dit besluit.

Artikel

2

Artikel

3

Artikel

4

Artikel

5

Artikel

6

Het hoofd van het Bureau Verkeershandhaving Openbaar Ministerie (BVOM) brengt jaarlijks, doch uiterlijk op 1 april, verslag uit aan mij en vermeldt hierin in ieder geval:

  • a.

    de aantallen binnen de verkeershandhavingsteams werkzame buitengewoon opsporingsambtenaren;

  • b.

    de door die buitengewoon opsporingsambtenaren verrichte opsporingsactiviteiten;

  • c.

    het aantal gevallen waarin gebruik is gemaakt van de bevoegdheden, bedoeld in artikel 8, eerste en derde lid, van de Politiewet 1993;

  • d.

    het aantal buitengewoon opsporingsambtenaren dat daadwerkelijk is uitgerust met handboeien en het aantal gevallen waarin daarvan gebruik is gemaakt;

  • e.

    de stand van zaken met betrekking tot de opleiding van de buitengewoon opsporingsambtenaren, waarbij in ieder geval wordt aangegeven hoeveel personen in het verslagjaar zijn aangemeld voor het door mij goedgekeurde examen en hoeveel personen in dat jaar voor het examen zijn geslaagd.

Artikel

8

De op naam gestelde akten van opsporingsbevoegdheid en beëdiging, de legitimatiebewijzen buitengewoon opsporingsambtenaar en de overige benoemingsbescheiden, welke zijn uitgevaardigd op het in artikel 7 van dit besluit omschreven besluit, zijn van kracht tot aan de in die akten, legitimatiebewijzen en overige benoemingsbescheiden vermelde geldigheidsdatum.

Artikel

9

Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na dagtekening in de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en vervalt met ingang van 1 januari 2005.

Dit besluit zal met toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Binnen zes weken na publicatie van dit besluit kan een belanghebbende daartegen een bezwaarschrift indienen bij de Minister van Justitie, Postbus 20301, 2500 EH te Den Haag. Het bezwaarschrift dient te zijn gemotiveerd.

Den Haag
De Minister van Justitie,
namens deze,
hoofd Bureau Juridische en Beleidsondersteunende Aangelegenheden, H.Ph. Mayer