Artikel
1
1
Ontheffing van het verbod als bedoeld in artikel 3.8, eerste lid, onder b, van de Wet luchtvaart kan, teneinde binnen het vluchtinformatiegebied Amsterdam vluchten uit te voeren, worden verleend aan de houder van een niet in Nederland geregistreerde MLA, dat niet is voorzien van een standaard-BvL, wanneer bij de aanvraag, welke schriftelijk dient te geschieden, daartoe de volgende bescheiden zijn gevoegd:
-
a.
een document als bedoeld in artikel 3, tweede lid, onder a, van de Regeling MLA's;
-
b.
een bewijs van inschrijving in het luchtvaartuigregister in het land van registratie;
-
c.
een bewijs, afgegeven door de bevoegde autoriteit van het land van registratie, waaruit blijkt, dat de uitoefening van de luchtvaart met het betrokken MLA in dat land is toegestaan; en
-
d.
een bewijs, waaruit blijkt, dat de houder van het MLA in voldoende mate verzekerd is tegen wettelijke aansprakelijkheid.
2
Indien een ontheffing als bedoeld in het eerste lid wordt verleend, wordt deze eenmaal per jaar verleend voor één of meer periodes van één of meer aaneengesloten dagen met een maximum van 28 dagen per jaar.
3
Een ontheffing wordt slechts aan de houder van een niet in Nederland geregistreerde MLA verleend, indien door de autoriteit die het bewijs, bedoeld in het eerste lid, onder c, heeft uitgegeven, verklaart dat vluchten over buitenlands grondgebied zijn toegestaan, mits schriftelijke toestemming van de desbetreffende autoriteit verkregen is.