Artikel
1
1
Aan de directeur Gemeenschappelijke Ondersteuning Bedrijfsvoering wordt volmacht verleend tot het aangaan van overeenkomsten met betrekking tot de gerechtelijke en buitengerechtelijke invordering van geldvorderingen van de Staat.
2
Aan de directeur Gemeenschappelijke Ondersteuning Bedrijfsvoering wordt mandaat en machtiging verleend tot het nemen van besluiten over en het vaststellen en ondertekenen van stukken die betrekking hebben op:
-
a.
het instellen, registreren en innen van alle geldvorderingen die het ministerie heeft op derden;
-
b.
het herinneren aan en aanmanen van vorderingen;
-
c.
het treffen van betalingsregelingen;
-
d.
de overdracht van vorderingen aan een incassobureau of aan de Landsadvocaat;
-
e.
het afhandelen van aangeboden en ingevoerde betaalstukken afkomstig van de directies van het ministerie, alsmede het verzorgen van de feitelijke betaling;
-
f.
het afhandelen van aanvragen voor deelname aan het vervoersplan SZW voor de component openbaar vervoer.
3
Bij afwezigheid of verhindering van de directeur Gemeenschappelijke Ondersteuning Bedrijfsvoering is de kasbeheerder, welke is aangewezen bij besluit van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 28 juni 2001, nummer FEZ/BK/2001/42828, bevoegd tot het uitoefenen van de bevoegdheden, bedoeld in het tweede lid.