Regeling houdende regels inzake het verstrekken van uitkeringen door het Rijk aan gemeenten ten behoeve van de uitvoering van met het Luchthavenindelingbesluit Schiphol in overeenstemming gebrachte bestemmingsplannen (Regeling uitkeringen beperkingengebied Schiphol)

Regeling uitkeringen beperkingengebied Schiphol

De Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat,

Besluit:

Artikel

1

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a.

    uitkering: geldelijke steun als bedoeld in artikel 8.33 van de Wet luchtvaart;

  • b.

    gemeente: gemeenten belast met het in overeenstemming brengen van bestemmingsplannen met het Luchthavenindelingbesluit Schiphol;

  • c.

    gebouwen: woningen, woonwagens, woonboten en andere gebouwen die niet langer zijn toegestaan op gronden als bedoeld in artikel 2.2.1, eerste en tweede lid, van het Luchthavenindelingbesluit Schiphol;

  • d.

    verwervingskosten: de te maken redelijke kosten van de verwerving van gebouwen met de daarbij behorende ondergrond, de te maken redelijke kosten van deskundige bijstand met inbegrip van het doen opstellen van een taxatierapport als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel d, en, voor zover van toepassing, de kosten van het voeren van een gerechtelijke onteigeningsprocedure;

  • e.

    sloop van gebouwen: de afbraak en de verwijdering van gebouwen met aanhorigheden, alsmede het in bruikbare staat verplaatsen van gebouwen zijnde woonwagens en woonboten;

  • f.

    sloopkosten: de te maken redelijke kosten van de sloop van gebouwen;

  • g.

    apparaatskosten: de te maken redelijke kosten van het inrichten en instandhouden van een organisatie ter begeleiding en uitvoering van werkzaamheden gericht op de verwerving en de sloop van gebouwen;

  • h.

    onderhoudskosten beheer ondergrond: de te maken redelijke kosten van het beheer van de ondergrond bij een gebouw dat na de verwerving en de sloop daarvan bij de gemeente in eigendom blijft,

  • i.

    onderhoudskosten beheer bouwkundige eenheid: de te maken redelijke kosten van het beheer van onderdelen van een bouwkundige eenheid die gelet op artikel 6, derde en vierde lid, niet binnen een jaar na de verwerving daarvan voor sloop in aanmerking komen;

  • j.

    kosten van milieutechnisch bodemonderzoek: de te maken redelijke kosten van milieutechnisch bodemonderzoek ter plaatse van te verwerven gebouwen;

  • k.

    voortgezet gebruik: het voort zetten van het gebruik van een gebouw door de bestaande gebruiker niet zijnde een huurder van het gebouw tot een periode van maximaal drie jaar na de verwerving van dat gebouw;

  • l.

    bouwkundige eenheid: een aaneengesloten geheel van gebouwen;

  • m.

    minister: Minister van Verkeer en Waterstaat.

Artikel

2

Artikel

3

Artikel

4

Artikel

5

De gemeente gaat niet eerder tot verwerving of sloop van een gebouw over dan nadat de aanvraag met betrekking tot dat gebouw is goedgekeurd.

Artikel

6

Artikel

7

Na de goedkeuring van de aanvraag geschiedt de uitbetaling van de uitkering voor de onderstaande kosten als volgt:

  • a.

    verwervingskosten:

    • 1°.

      in geval van verwerving in der minne: binnen 30 dagen na de positieve beoordeling door de minister van een declaratie van de koopsom en de aan de transportakte verbonden kosten welke na het sluiten van de overeenkomst tot verwerving tezamen met een kopie van de transportakte bij de minister wordt ingediend,

    • 2°.

      in geval van een gerechtelijke onteigeningsprocedure: per processtap, binnen 30 dagen na de indiening bij de minister van de gespecificeerde processtukken en de daarop gebaseerde declaraties van betalingen,

    • 3°.

      voor zover het betreft de kosten van het opstellen van een taxatierapport als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel d: binnen 30 dagen na de positieve beoordeling door de minister van een declaratie van de kosten welke tezamen met de onder 1° en 2° bedoelde stukken bij de minister wordt ingediend;

  • b.

    de kosten van milieutechnisch bodemonderzoek ter plaatse van het betrokken gebouw: binnen 30 dagen na de positieve beoordeling door de minister van een declaratie van de kosten welke tezamen met de in onderdeel a, onder 1° of 2°, bedoelde stukken bij de minister wordt ingediend;

  • c.

    sloopkosten: binnen 30 dagen na de indiening bij de minister van een declaratie van de kosten, mits deze is uitgevoerd overeenkomstig de door de minister goedgekeurde offerte bedoeld in artikel zes, tweede lid;

  • d.

    apparaatskosten: binnen 30 dagen na de positieve beoordeling door de minister van een declaratie van de kosten welke bij de minister wordt ingediend;

  • e.

    onderhoudskosten beheer ondergrond: binnen 30 dagen na de positieve beoordeling door de minister van een declaratie van de kosten welke direct na de verwerving van het betrokken gebouw bij de minister wordt ingediend;

  • f.

    onderhoudskosten beheer bouwkundige eenheid: binnen 30 dagen na de positieve beoordeling door de minister van een declaratie van de kosten welke aan het einde van elke tweejaarlijkse periode van onderhoud bij de minister wordt ingediend.

Artikel

8

Artikel

9

Artikel

10

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat, M.H. Schultz van Haegen