Artikel
1
1
In deze regeling wordt verstaan onder:
-
a.
minister: de Minister van Economische Zaken;
-
b.
ondernemer: een natuurlijke persoon of rechtspersoon, niet zijnde een rechtspersoon die krachtens publiekrecht is ingesteld, die een onderneming in stand houdt;
-
c.
verordening 1177/2002: verordening (EG) nr. 1177/2002 van de Raad van de Europese Unie van 27 juni 2002 betreffende een tijdelijk defensief mechanisme voor de scheepsbouw (PbEG L 172);
-
d.
schip: een containerschip, chemicaliëntanker, productentanker of vloeibaar-aardgastanker (LNG-tanker) als bedoeld in artikel 1, onderdeel a, b, c, onderscheidenlijk d, van verordening 1177/2002;
-
e.
scheepswerf: een ondernemer die schepen ontwikkelt, ontwerpt, bouwt en uitrust;
-
f.
Koreaanse concurrentie: het naar de opdracht tot het bouwen van een schip dingen door een scheepswerf die is gevestigd in de Republiek Korea;
-
g.
contractprijs: de tussen opdrachtgever en scheepswerf overeengekomen prijs voor de bouw van een schip, met inbegrip van stelposten voor zover daarvoor in het contract vaste of geschatte bedragen zijn opgenomen en met uitzondering van de eventueel verschuldigde omzetbelasting;
-
h.
eindprijs: het door de opdrachtgever ter zake van de bouw van een schip aan de scheepswerf verschuldigde bedrag, met uitzondering van de eventueel verschuldigde omzetbelasting;
-
i.
groep: een economische eenheid, waarin organisatorisch zijn verbonden:
-
1°.
een natuurlijke persoon of privaatrechtelijke rechtspersoon, die direct of indirect:
-
–
meer dan de helft van het geplaatste kapitaal verschaft aan,
-
–
volledig aansprakelijk vennoot is van of
-
–
overwegende zeggenschap heeft over een of meer rechtspersonen of vennootschappen, en
-
–
-
2°.
laatstbedoelde rechtspersonen of vennootschappen.
-
1°.