Regeling van de Staatssecretaris van Economische Zaken van 17 juli 2003, nr. WJZ 3040972, houdende regels inzake het verstrekken van subsidies aan de scheepsbouwsector bij wijze van tijdelijke defensieve maatregel (Tijdelijke regeling ordersteun scheepsnieuwbouw)

Tijdelijke regeling ordersteun scheepsnieuwbouw

De Staatssecretaris van Economische Zaken,
Gelet op verordening (EG) nr. 1177/2002 van de Raad van de Europese Unie van 27 juni 2002 betreffende een tijdelijk defensief mechanisme voor de scheepsbouw (PbEG L 172), alsmede op artikel 3 van de Kaderwet EZ-subsidies;

Besluit:

§

1

Algemene bepalingen

Artikel

1

Artikel

2

Artikel

3

De subsidie bedraagt 6 procent van de prijs, tot ten hoogste het bij de subsidieverlening bepaalde bedrag.

Artikel

4

§

2

Aanvraag en beslissing op de aanvraag

Artikel

5

Artikel

6

De minister geeft een beschikking binnen dertien weken na ontvangst van de aanvraag.

Artikel

7

De minister beslist in ieder geval afwijzend op een aanvraag indien:

  • a.

    de aanvraag niet voldoet aan deze regeling;

  • b.

    de prijs minder bedraagt dan € 2 000 000;

  • c.

    het definitieve contract is ondertekend vóór 25 oktober 2002;

  • d.

    het definitieve contract is ondertekend nadat ten minste een maand is verstreken na bekendmaking van de Europese Commissie in het Publicatieblad van de Europese Unie dat de geschillenbeslechtingprocedure is afgesloten of opgeschort, of

  • e.

    voor zover door verlening van de subsidie het totaal van aan de scheepswerf of aan de groep, waartoe deze scheepswerf behoort, op grond van deze regeling verleende subsidies meer zou bedragen dan 30 procent van het op de betrokken aanvragen van toepassing zijnde subsidieplafond.

Artikel

8

§

3

Verplichtingen van de subsidie-ontvanger en verlening onder voorwaarde

Artikel

9

Artikel

10

Vervallen

Artikel

11

§

4

Voorschotten

Artikel

12

Artikel

13

Een aanvraag wordt ingediend met gebruikmaking van het origineel van een ondertekend formulier, dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 2.

Artikel

14

De minister kan afwijzend beschikken op een aanvraag, indien de subsidie-ontvanger niet heeft voldaan aan ingevolge de subsidieverlening voor hem geldende verplichtingen.

§

5

Subsidievaststelling

Artikel

15

Artikel

16

De minister geeft de beschikking tot subsidievaststelling binnen dertien weken na ontvangst van de aanvraag daartoe dan wel nadat de voor het indienen ervan geldende termijn is verstreken.

§

6

Overgangs- en slotbepalingen

Artikel

17

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst met uitzondering van de bijlagen, die ter inzage worden gelegd bij

het Agentschap Senter, Juliana van Stolberglaan 3, ’s-Gravenhage.

Den Haag
De Staatssecretaris van Economische ZakenC.E.G. vanGennip

Bijlage

1

Ligt ter inzage bij de EVD te Den Haag.

Bijlage

2

Ligt ter inzage bij de EVD te Den Haag.

Bijlage

3

Ligt ter inzage bij de EVD te Den Haag.