Artikel
1
In deze regeling wordt verstaan onder ‘wet’: Bestrijdingsmiddelenwet 1962.
Besluit:
In deze regeling wordt verstaan onder ‘wet’: Bestrijdingsmiddelenwet 1962.
Van het verbod van artikel 10, eerste lid, van de wet wordt vrijstelling verleend voor het handelen in strijd met de voorschriften die krachtens artikel 5, tweede en derde lid, van de wet zijn vastgesteld bij de toelating van gewasbeschermingsmiddelen met de werkzame stof methiocarb, voor zover dat handelen betrekking heeft op de bestrijding van trips in de vollegrondsteelt van prei.
De in artikel 2 bedoelde vrijstelling is slechts van toepassing op de gewasbeschermingsmiddelen Mesurol 500 SC (toelatingsnummer 11720 N), waarvan het gehalte aan werkzame stof of werkzame stoffen en de verdere samenstelling, kleur, vorm, afwerking, verpakking, aanduidingen en overige vermeldingen op, aan of bij de verpakking zijn aangebracht in overeenstemming met de voorschriften, gesteld bij of krachtens de Regeling samenstelling, indeling, verpakking en etikettering bestrijdingsmiddelen.
De in artikel 2 bedoelde vrijstelling is voorts slechts van toepassing voor zover de voorschriften, opgenomen in de bijlage bij deze regeling, worden nageleefd.
Deze regeling treedt in werking met ingang van de eerste dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en vervalt met ingang van 1 oktober 2003.
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling tijdelijke vrijstelling gewasbeschermingsmiddelen ter bestrijding van trips in prei 2003.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
De voorschriften, bedoeld in artikel 3, tweede lid, van de Regeling tijdelijke vrijstelling gewasbeschermingsmiddelen ter bestrijding van trips in prei 2003 luiden als volgt:
In het kader van de Regeling tijdelijke vrijstelling gewasbeschermingsmiddelen ter bestrijding van trips in prei 2003 is uitsluitend toegestaan het gebruik als middel ter bestrijding van trips in de vollegrondsteelt van prei, mits:
bij een droge sloot een teeltvrije zone van tenminste 1,5 meter vanaf de insteek van het talud tot de buitenste gewasrij wordt aangehouden bij gebruikmaking van minimaal 50%-driftreducerende doppen binnen een afstand van 14 meter vanaf de insteek van de sloot;
bij een watervoerende sloot een teeltvrije zone van tenminste 4 meter vanaf de insteek van het talud tot de buitenste gewasrij wordt aangehouden bij gebruikmaking van driftarme doppen overeenkomstig het Lozingenbesluit open teelt en veehouderij binnen een afstand van 14 meter vanaf de insteek van de sloot, dan wel een teeltvrije zone van tenminste 1,5 meter vanaf de insteek van het talud tot de buitenste gewasrij wordt aangehouden bij gebruikmaking van minimaal 90%-driftarme doppen binnen een afstand van 14 meter vanaf de insteek van de sloot;
het middel niet wordt gebruikt in grondwaterbeschermingsgebieden als bedoeld in de Wet bodembescherming, met een organische-stofgehalte kleiner dan 2% en meer dan 10% afslipbaar;
het middel wordt gespoten bij een spuitdruk van maximaal 3 bar met het oog op driftbeperking.
Het middel is vergiftig bij inademing, bij aanraking met de huid en bij opname door de mond. Daarom moet het volgende in acht worden genomen:
Buiten bereik van kinderen bewaren
Verwijderd houden van eet- en drinkwaren en van diervoeder
Niet eten, drinken of roken tijdens het gebruik
Bij aanraking met de huid of de ogen onmiddellijk met overvloedig water afspoelen, deskundig medisch advies inwinnen en verpakking of etiket tonen
In geval van inslikken of inademing onmiddellijk deskundig medisch advies inwinnen en verpakking of etiket tonen
Bij een ongeval of als men zich onwel voelt, onmiddellijk deskundig medisch advies inwinnen en verpakking of etiket tonen
Verontreinigde kleding en handschoenen onmiddellijk uittrekken
Draag geschikte handschoenen en beschermende kleding tijdens het aanmaken en toepassen van het middel
Draag bij het toepassen van het middel een geschikt ademhalingsbeschermingsmiddel (volgelaatsmasker of luchtkap met aanblaascombinatiefilter (P2-voorfilter + A2-koolfilter)).
Het middel is zeer vergiftig voor in het water levende organismen en kan in het aquatisch milieu op lange termijn schadelijke effecten veroorzaken. Daarom moet het volgende in acht worden genomen:
Neem passende maatregelen om verspreiding in het milieu te voorkomen.
De termijn tussen de laatste toepassing en de oogst mag niet korter zijn dan 2 weken.
Dit middel is gevaarlijk voor bijen, hommels en andere niet-doelwit-arthropoden. Niet toegestaan is toepassing in bloeiende gewassen of in niet-bloeiende gewassen wanneer deze actief bezocht worden door bijen of hommels. Niet toegestaan is toepassing wanneer bloeiende onkruiden aanwezig zijn.
Bijen kunnen actief vliegen op niet-bloeiende gewassen, bijvoorbeeld om honingdauw te verzamelen die door luizen is afgescheiden. Vermijd onnodige blootstelling van niet-doelwit arthropoden.
Prei, ter bestrijding van tabakstrips (Thrips tabaci).
Gebruik het middel bij de eerste bespuiting in een dosering van 1,5 l/ha. De bespuiting zonodig éénmalig na 10 dagen herhalen met een dosering van 1,0 l/ha.