Aanvullend luchthavenreglement Rotterdam

Hoofdstuk

I

Definities en wettelijke grondslag

Artikel

1

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a.

    dienstwegen: de verharde of onverharde wegen, gelegen in het landingsterrein;

  • b.

    dutymanager operations: een door de exploitant aangewezen persoon, die belast is met het operationele toezicht;

  • c.

    exploitant: Rotterdam Airport B.V.;

  • d.

    havendienst: de onder de verantwoordelijkheid van de havenmeester opererende dienst van Rotterdam Airport B.V. die op het aangewezen luchtvaartterrein belast is met de dagelijkse uitvoering van het toezicht op de veiligheid en de goede orde, de toelating en de coördinatie in het landingsterrein, op de platformen en op de rand- en dienstwegen;

  • e.

    havenmeester: de door de exploitant ingevolge art. 134 van de Regeling Toezicht Luchtvaart tot havenmeester aangewezen persoon;

  • f.

    luchthaven: het krachtens de Luchtvaartwet aangewezen luchtvaartterrein Rotterdam;

  • g.

    motorvoertuigen: alle voertuigen, behalve bromfietsen en invalidenvoertuigen uitgerust met een motor, bestemd om te worden voortbewogen uitsluitend of mede door een mechanische kracht op of aan dit voertuig zelf aanwezig;

  • h.

    passagier: een natuurlijk persoon in het bezit van een geldig reisbiljet;

  • i.

    randwegen: de wegen gelegen langs de vliegveldzijde van de stationsgebouwen en langs de platformen;

  • j.

    regeling B.Z.O.: Regeling Beperkt Zicht Omstandigheden van de B.V. Luchthaven Rotterdam;

  • k.

    voertuigen: alle gelede en ongelede motorvoertuigen, fietsen en andere rij- of voertuigen, met uitzondering van die welke bestemd zijn om langs spoorstaven te worden voortbewogen, waaronder tevens begrepen al het rijdend of rollend verplaatsbaar, al dan niet gemotoriseerd, materieel, dat als hulpmiddel bij de afhandeling van vliegtuigen en passagiers wordt gebruikt;

  • l.

    wegen: de verharde of onverharde rijstroken met inbegrip van de middenberm of middengeleiding, de parkeerstroken, parkeerhavens en vluchtstroken, alsmede de in die weg gelegen bruggen en de naast de rijbaan gelegen paden, bermen en zijkanten.

Hoofdstuk

II

Algemeen

Artikel

2

Dit reglement is van toepassing op de luchthaven.

Artikel

3

Een ieder die zich op het luchtvaartterrein bevindt is verplicht:

  • a.

    zich overeenkomstig de bepalingen van dit reglement te gedragen;

  • b.

    aan de aan hem door of namens de havenmeester dan wel de exploitant door middel van woorden, gebaren of tekens gegeven aanwijzingen direct gevolg te geven;

  • c.

    de door of namens de exploitant ingevolge dit reglement aan hem gevraagde inlichtingen te verschaffen.

Artikel

4

Het is verboden om zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de exploitant op het luchtvaartterrein:

  • a.

    bedrijfs- of beroepsmatige activiteiten uit te oefenen dan wel te doen of te laten verrichten of een standplaats voor verhuur of verkoop in te nemen;

  • b.

    te venten, te colporteren of te collecteren;

  • c.

    reclame te maken of vlugschriften, drukwerken of circulaires te verspreiden;

  • d.

    te kamperen;

  • e.

    op of aan gebouwen, hekwerken, borden of plaveisel, letters, cijfers of tekens aan te brengen, te tekenen, te krassen of te schilderen;

  • f.

    spelen, wedstrijden of elke andere vorm van evenement te organiseren en te houden;

  • g.

    graafwerkzaamheden te verrichten of op andere wijze veranderingen in de toestand van het terrein aan te brengen;

  • h.

    dieren onaangelijnd te laten lopen;

  • i.

    gevaarlijke stoffen op te slaan of te vervoeren;

  • j.

    brandgevaarlijke werkzaamheden te verrichten, open vuren te ontsteken of aan te houden.

Artikel

5

De exploitant of namens deze de havenmeester of de dutymanager operations hebben het recht personen die zich niet aan de bepalingen van dit reglement houden van het luchtvaartterrein te verwijderen of te laten verwijderen dan wel zaken die in strijd met de bepalingen van dit reglement zich op het luchtvaartterrein bevinden te verwijderen of laten verwijderen van het luchtvaartterrein.

Hoofdstuk

III

Nadere voorschriften met betrekking tot het niet voor het publiek toegankelijke gedeelte van het luchtvaartterrein

Artikel

6

Artikel

7

Artikel

8

Artikel

9

Artikel

10

Artikel

11

Artikel

12

Artikel

13

Hoofdstuk

IV

Nadere bepalingen met betrekking tot voertuigen

Artikel

14

Artikel

15

Artikel

16

Artikel

17

Artikel

18

Tijdens beperkt zicht omstandigheden is de vigerende regeling B.Z.O. van kracht en worden de daarin gestelde voorwaarden en beperkingen stipt opgevolgd.

Hoofdstuk

V

Nadere bepalingen met betrekking tot het vervoer en de opslag van gevaarlijke stoffen, tanken en aanverwante handelingen

Artikel

19

Vliegtuigen met explosieven aan boord worden geparkeerd op de daartoe door de exploitant aangewezen plaatsen.

Artikel

20

Van zich aan boord van een luchtvaartuig bevindende gevaarlijke stoffen wordt door de bezitter dan wel houder daarvan van te voren gedetailleerd melding gedaan aan de exploitant. Instructies met betrekking tot gevaarlijke stoffen van de exploitant of namens deze worden stipt opgevoerd.

Artikel

21

Artikel

22

Artikel

23

Het is verboden hefschroefvliegtuigen te tanken:

  • a.

    met passagiers aan boord;

  • b.

    met draaiende rotors;

  • c.

    met draaiende motor(en), behoudens verkregen toestemming door de exploitant of namens deze de havenmeester dan wel de dutymanager operations.

Artikel

24

Hoofdstuk

VI

Nadere voorschriften met betrekking tot het gebruik van het luchtvaartterrein

Artikel

25

Luchtvaartmaatschappijen en op de luchthaven werkzame afhandelingsmaatschappijen, of luchtvaartbedrijven die ongeregelde verkeersvluchten uitvoeren, alsmede bestuurders van luchtvaartuigen die niet-commerciële vluchten uitvoeren, verschaffen de exploitant tijdig vooraf gegevens die noodzakelijk zijn voor de inzet en planning van bedrijfsmiddelen. Deze gegevens omvatten in ieder geval:

  • a.

    schematijden van aankomst en vertrek;

  • b.

    type vliegtuig en configuratie;

  • c.

    vluchtnummers en vliegtuigregistratie van aankomende en vertrekkende vluchten;

  • d.

    aantal vervoerde passagiers, lading en aard van de vlucht;

  • e.

    van te voren bekende afwijkingen van schematijden;

  • f.

    eventuele bijzonderheden voortkomend uit de aard van (een) bepaalde vlucht(en);

  • g.

    gegevens over gevaarlijke stoffen aan boord van het luchtvaartuig.

Hoofdstuk

VII

Bepalingen met betrekking tot het luchtvaartterreinverkeer

Artikel

26

Het uitvoeren van circuit- en oefenvluchten kan door de exploitant worden beperkt tot bepaalde delen van de dag of tot bepaalde dagen van de week.

Hoofdstuk

VIII

Nadere bepalingen met betrekking tot luchtvaartuigen

Artikel

27

Artikel

28

Het in werking stellen van een vliegtuigmotor is slechts toegestaan indien:

  • a.

    maatregelen zijn genomen, welke voorkomen dat het betrokken vliegtuig zich kan verplaatsen;

  • b.

    in de onmiddellijke nabijheid van het luchtvaartuig voldoende brandblusmiddelen aanwezig zijn;

  • c.

    buiten het vliegtuig een ter zake bevoegd persoon zodanig is opgesteld, dat hij aanwijzingen kan geven aan degene die belast is met de controle van de bedieningsinstrumenten.

Artikel

29

Artikel

30

Indien zich tijdens het opstijgen, landen, slepen of taxiën een incident of ongeval voordoet mag de gezagvoerder of de bestuurder van een voertuig, het luchtvaartuig dan wel voertuig eerst weer verplaatsen nadat daartoe toestemming is verleend door de bevoegde instanties en na verkregen toestemming van de exploitant of namens deze de havenmeester dan wel de dutymanager operations.

Hoofdstuk

IX

Strafbepalingen

Artikel

31

Vervallen

Hoofdstuk

X

Slotbepalingen

Artikel

32

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel

33

Deze regeling wordt aangehaald als: Aanvullend luchthavenreglement Rotterdam.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat,M.H. Schultz van Haegen