Verordening van het Hoofdbedrijfschap Ambachten van 1 oktober 2003, houdende regels terzake van de door het hoofdbedrijfschap aan de ondernemers die het schoenherstellersbedrijf uitoefenen op te leggen bestemmingsheffing schoenherstellersbedrijf voor het jaar 2004 (Heffingsverordening schoenherstellersbedrijf 2004)

Heffingsverordening schoenherstellersbedrijf 2004

Het bestuur van het Hoofdbedrijfschap Ambachten;
Gezien het advies van de Commissie schoenmakerij;

Besluit:

§

1

Begripsbepalingen

Artikel

2

De verordening is van toepassing op de ondernemers die een onderneming drijven, waarin het schoenherstellersbedrijf wordt uitgeoefend.

§

2

De heffing

Artikel

3

Artikel

4

§

3

Vermindering van heffing

Artikel

5

Artikel

6

Vermindering als bedoeld in artikel 5 wordt slechts verleend op aanvraag. De aanvrager toont aan dat aan de in het betreffende artikel genoemde voorwaarden wordt voldaan.

§

4

Overige bepalingen

Artikel

8

De voorzitter neemt de krachtens deze verordening te nemen besluiten, met uitzondering van het besluit voortvloeiende uit artikel 4, vijfde lid.

Artikel

9

Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2004.

Artikel

10

Deze verordening wordt aangehaald als: Heffingsverordening schoenherstellersbedrijf 2004.

Deze verordening zal worden afgekondigd het Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie.

Den Haag
P. Kalle voorzitter
J.W. Nelson secretaris

Goedgekeurd door de Bestuurskamer van de Sociaal-Economische Raad bij besluit van 4 december 2003 en door de Minister van Economische Zaken bij beschikking van 4 december 2003, nr. ME/MW 3067477.