Artikel
I
Wijzigt de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren.
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Wijzigt de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren.
Wijzigt de Wijzigingswet Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren.
Degene die wordt bezoldigd overeenkomstig salariscategorie 1, 2 of 3, bedoeld in artikel 7 van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren, ontvangt met ingang van 1 augustus 2000 maandelijks naast het desbetreffende salaris een toelage van – 2,4% van dat salaris.
In afwijking van het eerste lid bedraagt de daar bedoelde toelage met ingang van 1 november 2000 1,5% van het salaris.
In afwijking van het eerste lid bedraagt de daar bedoelde toelage met ingang van 1 januari 2001 1% van het salaris.
Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip en werkt terug als volgt:
wat artikel I, onderdeel A, betreft: tot en met 1 november 2000;
wat artikel I, onderdeel B, betreft: tot en met 1 januari 2001;
wat artikel I, onderdeel C, betreft: tot en met 1 april 2001;
wat artikel I, onderdeel D, betreft: tot en met 1 november 2001;
wat artikel I, onderdeel E , betreft: tot en met 1 januari 2002;
wat artikel I, onderdeel F, betreft: tot en met 1 juli 2002;
wat artikel I, onderdeel Fa, betreft: tot en met 1 december 2002;
wat artikel I, onderdeel Fb betreft: tot en met 1 mei 2003;
wat artikel I, onderdelen G tot en met N, betreft: tot en met 1 april 2002;
wat de artikelen II en III betreft: tot en met 1 augustus 2000.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.