NGE: Nederlandse grootte-eenheden als bedoeld in artikel 7 van de Regeling landbouwtelling 2003;
c.
akkerbouw: telen van de gewassen, bedoeld in onderdeel E Akkerbouw, in bijlage II bij de Regeling landbouwtelling 2003, met uitzondering van de gewassen met de codes 703, 715, 754, 962, 963 en 966;
d.
vollegrondsgroenteteelt: telen van de gewassen, bedoeld in onderdeel D Tuinbouw open grond, onder Groenten, in bijlage II bij de Regeling landbouwtelling 2003.
Artikel
2
Op grond van de regeling kunnen met ingang van 20 oktober 2003 tot en met 6 november 2003 aanvragen tot subsidieverlening worden ingediend door ondernemers die op hun bedrijf de akkerbouw of de vollegrondsgroenteteelt uitoefenen. De omvang, uitgedrukt in NGE, van de akkerbouw en de vollegrondsgroenteteelt tezamen bedraagt tenminste de helft van de totale omvang, uitgedrukt in NGE, van het landbouwbedrijf.
Artikel
3
1
Aanvragen tot subsidieverlening kunnen worden ingediend voor de categorieën van activiteiten:
Een startgesprek waarin aandacht wordt besteed aan de toekomstmogelijkheden van de ondernemer en het gezin. De werkzaamheden van de adviseur nemen ten hoogste 8 uur in beslag.
ii.
Begeleiding bij bedrijfsbeëindiging, individueel of in groepsverband. De werkzaamheden van de adviseur nemen ten hoogste 12 uur in beslag.
iii.
Evaluatie van de bedrijfsbeëindiging individueel of in groepsverband, met de nadruk op de emotionele aspecten van de bedrijfsbeëindiging. De werkzaamheden van de adviseur nemen ten hoogste 30 uur in beslag.
b.
bedoeld in artikel 2, onderdeel b, van de regeling, voorzover het betreft het uitvoeren van een bedrijfsdoorlichting, waarbij aan de hand van onder meer financiële, sociale en technische aspecten de huidige bedrijfssituatie tegen de achtergrond van relevante omgevingsontwikkelingen wordt vergeleken met de situatie van andere bedrijven in de desbetreffende sector.
Het opstellen van een bedrijfsontwikkelingsplan dat, op basis van in elk geval een bedrijfseconomische doorrekening van de huidige en alternatieve situaties, een advies bevat voor de toekomstige ontwikkeling van het landbouwbedrijf.
ii.
Het opstellen van een kennisplan, inhoudende een analyse van de kennisbehoefte van de ondernemer en de wijze waarop die kennis verkregen kan worden.
iii.
Het opstellen van een samenwerkingsplan, waarin de mogelijkheden tot samenwerking met een ander landbouwbedrijf worden geanalyseerd op basis van onder meer technische, economische en juridische aspecten.
Het opstellen van een bedrijfsbeëindigingplan, waarin tenminste een stappenplan en een analyse van de fiscale en economische consequenties van de bedrijfsbeëindiging.
ii.
Het opstellen van een rapport waarin de mogelijkheden van de ondernemer om buiten de agrarische sector een nieuwe onderneming te starten in kaart worden gebracht.
Het volgen van een opleiding of het deelnemen aan een training over strategisch ondernemerschap, waarin onder meer wordt ingegaan op strategische aanpak, managementmodellen, missie, visie en doelstellingen en analysemethoden.
ii.
Het volgen van een opleiding of het deelnemen aan een training over het concept van verantwoord ondernemen en de wijze waarop dat concept in het bedrijf van de ondernemer kan worden geïmplementeerd.
iii.
Het volgen van een opleiding of het deelnemen aan een training waar wordt ingegaan op de juridische, economische en technische aspecten van het aangaan van een samenwerkingsverband.