Regeling van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, van 16 oktober 2003, nr. W&B/WWB/2003/78560, Directie Werk en Bijstand, houdende regels inzake de verstrekking van statistische gegevens met betrekking tot de Wet werk en bijstand, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen en de Wet inkomensvoorziening kunstenaars (Regeling statistiek WWB, IOAW, IOAZ en WIK)
Regeling statistiek WWB, IOAW, IOAZ en WIK
De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, na overleg met de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen;
uitkering: bijstand of langdurigheidtoeslag op grond van de WWB en de uitkering op grond van de IOAW, IOAZ of WIK.
Artikel
2
Uitkeringsstatistieken
1
De minister ontvangt van het college uiterlijk vier weken na afloop van iedere kalendermaand, overeenkomstig het in bijlage 1 bij deze regeling opgenomen model, onderscheiden naar de WWB, IOAW, IOAZ en WIK, gegevens met betrekking tot personen aan wie in de desbetreffende maand een uitkering is verleend.
2
De minister ontvangt van de adviserende instelling, bedoeld in artikel 26 van de WIK, uiterlijk acht weken na afloop van ieder kwartaal, overeenkomstig het in bijlage 2 bij deze regeling opgenomen model, gegevens met betrekking tot de op grond van artikel 26, tweede lid, van de WIK in het betreffende kwartaal verstrekte adviezen.
Artikel
3
Debiteurenstatistiek
De minister ontvangt van het college uiterlijk vier weken na afloop van iedere kalendermaand, overeenkomstig het in bijlage 3 bij deze regeling opgenomen model, gegevens met betrekking tot personen met een uitkering aan wie een betalings- of aflossingsverplichting is opgelegd.
Artikel
4
Fraudestatistiek
De minister ontvangt van het college uiterlijk acht weken na afloop van de eerste helft van een kalenderjaar en na afloop van de tweede helft van een kalenderjaar, overeenkomstig het in bijlage 4 bij deze regeling opgenomen model, gegevens met betrekking tot personen bij wie een vermoeden van fraude met betrekking tot een uitkering is onderzocht.
Artikel
5
Monitoren voorzieningen gericht op arbeidsinschakeling
1
De minister ontvangt van het college over de eerste helft van een kalenderjaar en de tweede helft van een kalenderjaar:
overeenkomstig het in bijlage 6 bij deze regeling opgenomen model, gegevens met betrekking tot personen die in het betreffende halfjaar arbeid verrichtten in een dienstbetrekking als bedoeld in artikel 6 van het Besluit in- en doorstrooombanen, zoals dit besluit luidde op 31 december 2003, ter financiering waarvan een werkgever een subsidie heeft ontvangen van het college;
c.
overeenkomstig het in bijlage 7 bij deze regeling opgenomen model, gegevens met betrekking tot personen die in het betreffende halfjaar arbeid verrichtten in een dienstbetrekking als bedoeld in artikel 4 van de Wet inschakeling werkzoekenden of arbeid verrrichtten op basis van een arbeidsovereenkomst als bedoeld in artikel 5, eerste lid, van voornoemde wet, zoals deze wet luidde op 31 december 2003, ter financiering waarvan een werkgever een subsidie heeft ontvangen van het college.
2
De verplichting, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, geldt alleen voor de colleges van gemeenten die worden genoemd in bijlage 8 bij deze regeling.
De minister ontvangt de gegevens van het college, bedoeld in het eerste en derde lid, uiterlijk zes weken na afloop van de eerste helft van het kalenderjaar en na afloop van de tweede helft van het kalenderjaar door tussenkomst van een door de minister aan te wijzen externe bewerker. Van de aanwijzing van de bewerker wordt mededeling gedaan in de Staatscourant.
5
De bewerker, bedoeld in het vierde lid, verstrekt de in het eerste en derde lid bedoelde gegevens op een door de minister te bepalen wijze.
6
Door de bewerker worden geen persoonsgegevens of verwerkte persoonsgegevens aan derden verstrekt, behoudens in opdracht van de minister.
Artikel
6
Centraal Bureau voor de Statistiek
1
Het college, respectievelijk de adviserende instelling, verstrekt de gegevens, bedoeld in de artikelen 2, 3 en 4, door tussenkomst van het Centraal Bureau voor de Statistiek, waarbij de gegevensverstrekking plaatsvindt op een door de Directeur-Generaal van de Statistiek te bepalen wijze.
2
Door de minister kunnen persoonsgegevens als bedoeld in artikel 5, eerste en derde lid, worden verstrekt aan het Centraal Bureau voor de Statistiek ten behoeve van het verrichten van statistisch onderzoek.
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2004.
Artikel
9
Citeertitel
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling statistiek WWB, IOAW, IOAZ en WIK.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst met uitzondering van de bijlagen, die uiterlijk 14 november 2003 ter inzage worden gelegd in de bibliotheek van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid te 's-Gravenhage.
Den Haag
De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, M.Rutte
Bijlage
1
Ligt ter inzage bij het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid te Den Haag.
Bijlage
2
Ligt ter inzage bij het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid te Den Haag.
Bijlage
3
Ligt ter inzage bij het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid te Den Haag.
Bijlage
4
Ligt ter inzage bij het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid te Den Haag.
Bijlage
5
Ligt ter inzage bij het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid te Den Haag.
Bijlage
6
Ligt ter inzage bij het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid te Den Haag.
Bijlage
7
Ligt ter inzage bij het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid te Den Haag.
Bijlage
8
Ligt ter inzage bij het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid te Den Haag.