Besluit houdende het verlenen van mandaat en machtiging aan het NIVR en NWO voor het uitvoeren van de Tijdelijke subsidieregeling Nationaal Programma GO (Besluit mandaat en machtiging NIVR en NWO ter uitvoering van de Tijdelijke subsidieregeling Nationaal Programma GO)

Besluit mandaat en machtiging NIVR en NWO ter uitvoering van de Tijdelijke subsidieregeling Nationaal Programma GO

De Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat,
Gelezen de instemming van het bestuur van het NIVR van 3 juli 2003 en de instemming van de algemeen directeur van NWO en de directeur van het Gebied Aard- en Levenswetenschappen van 22 augustus 2003;

Besluit:

Artikel

1

In dit besluit worden verstaan onder:

  • a.

    minister: Minister van Verkeer en Waterstaat;

  • b.

    subsidieregeling: Tijdelijke subsidieregeling Nationaal Programma GO;

  • c.

    NIVR: Nederlands Instituut voor Vliegtuigontwikkeling en Ruimtevaart;

  • d.

    NWO: Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek;

  • e.

    SRON: Nationaal Instituut voor Ruimteonderzoek.

Artikel

2

Artikel

3

Artikel

4

Met het toezicht op de naleving van de aan de subsidie verbonden verplichtingen zijn de volgende functionarissen belast:

  • a.

    de senior projectcoördinatoren en de projectcoördinatoren van het NIVR die belast zijn met de uitvoering van de subsidieregeling, en

  • b.

    de programmamanager Extern Onderzoek van het SRON.

Artikel

5

De in de artikelen 2, 3 en 4 genoemde functionarissen oefenen de aan hen op grond van dit besluit verleende bevoegdheden uit met inachtneming van de als bijlage bij dit besluit opgenomen algemene instructie.

Artikel

6

Een document waarin een besluit wordt genomen als bedoeld in het eerste lid vermeldt aan het slot:

DE MINISTER VAN VERKEER EN WATERSTAAT,

namens deze:

gevolgd door de functieaanduiding, de naam en de handtekening van de betrokken functionaris van het NIVR respectievelijk NWO.

Artikel

7

Artikel

8

Artikel

9

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit mandaat en machtiging NIVR en NWO ter uitvoering van de Tijdelijke subsidieregeling Nationaal Programma GO.

Dit besluit zal in de Staatscourant worden geplaatst en in afschrift worden gezonden aan de Algemene Rekenkamer en aan de algemeen directeur en het bestuur van het NIVR en aan de algemeen directeur van NWO.

De Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat, M.H.Schultz van Haegen

Bijlage

1. De in de artikelen 2, 3 en 4 genoemde functionarissen handelen in overeenstemming met de bepalingen van de Algemene wet bestuursrecht. In dat kader schenken zij bijzondere aandacht aan de artikelen 3:46 en 3:47 van de Algemene wet bestuursrecht.

2. De in de artikelen 2 en 3 genoemde functionarissen verzenden op verzoek aan de minister een afschrift van de aanvraag en van het op een aanvraag genomen besluit.

3. De in de artikelen 2 en 3 genoemde functionarissen verzenden binnen vijf dagen na ontvangst van een tegen een besluit, genoemd onder 2, gericht bezwaarschrift en binnen vijf dagen na het nemen van het op het bezwaarschrift genomen besluit een afschrift van deze stukken aan de minister. Afschriften van de op een beroepsprocedure betrekking hebbende stukken worden eveneens aan de minister gezonden.

4. De in artikel 3 genoemde functionarissen voeren in het kader van een beroepsprocedure overleg met de betrokken ambtelijke diensten van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat over de in te nemen standpunten.

5. De in de artikelen 2 en 4 genoemde functionarissen gaan regelmatig ten aanzien van besluiten tot subsidieverlening op basis van dit mandaatbesluit na of er omstandigheden zijn op grond waarvan het besluit moet worden ingetrokken of gewijzigd.

6. De in de artikelen 2, 3 en 4 van het besluit genoemde functionarissen richten hun administratie zodanig in, dat daarin alle van belang zijnde vastleggingen en bewijsstukken ten behoeve van het besluitvormings-, uitvoerings-, controle- en verantwoordingsproces zijn opgenomen. Zij verschaffen de minister desgevraagd alle inlichtingen die betrekking hebben op de uitoefening van de bij dit besluit verleende bevoegdheden.

7. De in de artikelen 2, 3 en 4 genoemde functionarissen signaleren tijdig problemen die zijn gerezen in het kader van de uitvoering van de subsidieregeling en maken hiervan melding aan de minister.