Besluit van 8 december 2003, houdende de instelling van een bedrijfschap voor ondernemingen op het gebied van het hotel-, het pension-, het restaurant-, het café-, het cafétaria-, het lunchroom- en het cateringbedrijf (Instellingsbesluit Bedrijfschap Horeca en Catering)

Instellingsbesluit Bedrijfschap Horeca en Catering

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op voordracht van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 8 augustus 2003, nr. AV/CAM/2003/58530, gedaan mede namens Onze Minister van Economische Zaken;
De Raad van State gehoord (advies van 25 september 2003, nr. W 12.03.0335/IV);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 27 november 2003, AV/CAM/2003/58530, uitgebracht mede namens Onze Minister van Economische Zaken;

Hebben goedgevonden en verstaan:

§

1

Begripsbepalingen

Artikel

1

In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

§

2

Het bedrijfschap

Artikel

2

Artikel

3

Het bestuur van het bedrijfschap bestaat uit twaalf leden. Hiervan worden zes leden door organisaties van ondernemers en zes leden door organisaties van werknemers benoemd.

§

3

Bevoegdheden

Artikel

4

Het bedrijfschap is bevoegd tot de regeling of nadere regeling van de in artikel 93, tweede lid, van de wet vermelde onderwerpen of onderdelen daarvan met uitzondering van:

d. de lonen en andere arbeidsvoorwaarden.

Artikel

5

Artikel

6

Artikel

7

§

4

Overgangs- en slotbepalingen

Artikel

8

Artikel

9

De bestuursleden en hun plaatsvervangers van wie de zittingsperiode ingaat op de datum van inwerkingtreding van dit besluit, treden af op 1 januari 2005.

Artikel

10

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst.

Artikel

11

Dit besluit wordt aangehaald als Instellingsbesluit Bedrijfschap Horeca en Catering.

Lasten en bevelen dat dit besluit in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

's-Gravenhage
Beatrix
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid , A. J. de Geus
De Minister van Economische Zaken , L. J. Brinkhorst
De Minister van Justitie , J. P. H. Donner