Regeling van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, in overeenstemming met de Staatssecretaris van Financiën, van 12 december 2003, ACB/03/60381, houdende regels inzake aanwijzing van en verklaring voor projecten welke in het belang zijn van de Nederlandse podiumkunsten en de Nederlandse musea (Regeling cultuurprojecten 2004)

Regeling cultuurprojecten 2004

De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
Handelende in overeenstemming met de Staatssecretaris van Financiën;

Besluiten:

Artikel

1

Artikel

2

De Minister Onderwijs, Cultuur en Wetenschap geeft, in overeenstemming met de Minister van Financiën, een verklaring af voor:

  • a.

    projecten die naar zijn oordeel in het belang van de Nederlandse podiumkunsten;

  • b.

    projecten die naar zijn oordeel in het belang van de Nederlandse musea;

  • c.

    andere projecten die naar zijn oordeel in het belang zijn van de Nederlandse podiumkunsten en de Nederlandse musea.

Artikel

3

Een verklaring wordt niet afgegeven voor:

  • a.

    een bestaand project;

  • b.

    een project waarvan het project vermogen minder bedraagt dan € 22.689;

  • c.

    een project waarvan het niet aannemelijk is dat het enig eigen rendement, subsidies van overheden en sponsorbijdragen daaronder begrepen, heeft; dan wel

  • d.

    een project waarvan het te verwachten economisch rendement in verhouding tot het belang voor de Nederlandse podiumkunsten en de Nederlandse musea zodanig is dat het naar het oordeel van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap zonder toepassing van deze regeling tot stand kan komen.

Artikel

4

Artikel

5

Artikel

6

Artikel

7

Artikel

8

Indien de uitvoering van een project wordt gewijzigd doet de instelling die het kapitaal verschaft ten behoeve van het een project waarvoor een verklaring is afgegeven, daarvan onverwijld melding aan de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

Artikel

9

Ten behoeve van de vaststelling van een verklaring en van de daar toe van belang zijnde gegevens en van de daar aan verbonden rechten en plichten is ten aanzien van de kredietinstelling of de beleggingsinstelling, bedoeld in artikel 5.18a, tweede lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001, en de projectbeheerder Hoofdstuk VIII, afdeling 2, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen van overeenkomstige toepassing, waarbij de aldaar jegens de inspecteur opgelegde verplichtingen mede gelden jegens de door de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap aangewezen personen.

Artikel

10

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel

11

Deze regeling kan worden aangehaald als: Regeling cultuurprojecten 2004.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, M.C. van derLaan
De Staatssecretaris van Financiën, J.G.Wijn