Verordening van het Hoofdbedrijfschap Ambachten van 17 december 2003 houdende regels terzake van de door het hoofdbedrijfschap aan de ondernemers die het natuursteenbedrijf uitoefenen op te leggen bestemmingsheffing ten behoeve van het natuursteenbedrijf (Heffingsverordening natuursteenbedrijf 2004)

Heffingsverordening natuursteenbedrijf 2004

Het bestuur van het Hoofdbedrijfschap Ambachten;
Gehoord het bestuur van het Bedrijfschap Natuursteenbedrijf

Besluit:

§

1

Begripsbepaling en toepassingsgebied

Artikel

1

In deze verordening wordt verstaan onder:

  • a.

    de voorzitter: de voorzitter van het Hoofdbedrijfschap Ambachten;

  • b.

    de ondernemer: degene die een onderneming drijft, dan wel degenen die gezamenlijk een onderneming drijven;

  • c.

    de omzet: omzet behaald met de onderneming op de Nederlandse markt exclusief BTW;

  • d.

    het hoofdbedrijfschap: het Hoofdbedrijfschap Ambachten.

Artikel

2

Deze verordening is van toepassing op de ondernemers die een onderneming drijven waarin het natuursteenbedrijf wordt uitgeoefend.

§

2

De heffing

Artikel

3

Artikel

4

§

3

De vaststelling en oplegging van de heffing

Artikel

5

Artikel

6

De voorzitter stelt de heffingen vast op basis van de ingevolge artikel 5 vastgestelde grondslag.

§

4

De betaling van de heffing

Artikel

8

§

5

Vermindering van heffing

Artikel

9

Het eerste lid wordt niet toegepast bij cumulatie met de bestemmingsheffing opgelegd op grond van de Heffingsverordening scholing, arbeidsomstandigheden en arbeidsmarkt natuursteenbedrijf 2004.

Artikel

10

Indien er sprake is van zodanige omstandigheden dat betaling van de volledige heffing of betaling van welk bedrag dan ook in redelijkheid niet kan worden verlangd, kan de voorzitter op aanvraag van de ondernemer het heffingsbedrag verminderen.

Artikel

11

Artikel

12

Indien door het verstrekken van onjuiste of onvoldoende gegevens ten onrechte vermindering op grond van artikel 9 en 10 is verleend, trekt de voorzitter zijn beschikking op de aanvraag om vermindering in.

§

6

Overige bepalingen en slotbepalingen

Artikel

13

De bevoegdheid om de heffing als bedoeld in artikel 3 op te leggen alsmede de bevoegdheid om de overige krachtens deze verordening te nemen besluiten te nemen, met uitzondering van het besluit voortvloeiende uit artikel 4, zesde lid, is gedelegeerd aan de voorzitter.

Artikel

14

Artikel

15

Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2004.

Artikel

16

Deze verordening wordt aangehaald als: Heffingsverordening natuursteenbedrijf 2004.

Deze verordening zal in het Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie worden geplaatst.

Den Haag
P. Kalle voorzitter
J.W. Nelson secretaris

Goedgekeurd door de Bestuurskamer van de Sociaal-Economische Raad bij besluit van 26 februari 2004 en door de Minister van Economische Zaken bij beschikking van 23 februari 2004, nr. ME/MW 4007284.