Artikel
1
2
De commissie heeft tot taak te onderzoeken welke minimumeisen (competenties) inzake kennis, vaardigheden en attitude aan tolken en vertalers moeten worden gesteld. De commissie oriënteert zich daarbij op:
-
•
Bestaande regelingen gericht op kwaliteitsbevordering van tolk- en vertaaldiensten bij de gerechten en de Immigratie- en naturalisatiedienst;
-
•
De in het kader van het Grotius-programma van de Europese Commissie geformuleerde aanbevelingen inzake de selectie, opleiding, beoordeling en erkenning van gerechtstolken en –vertalers;
-
•
Het door de Stichting instituut voor gerechtstolken en -vertalers (SIGV) en het Kernteam kwaliteitsnormering tolken en vertalers ontwikkelde opleidingsaanbod;
-
•
De kwaliteitseisen die worden gesteld in de Wet op de beëdigde vertalers.
-
•
De kwaliteitszorg binnen de branchevereniging van tolken en vertalers.
3
De commissie doet aanbevelingen ten aanzien dat het gewenste systeem van een kwaliteitsborging binnen het justitiële domein. Een essentieel element daarbij betreft de vorming van een kwaliteitsinstituut tolken en vertalers wat is belast met:
-
•
De instandhouding van een landelijk werkend openbaar kwaliteitsregister voor tolken en vertalers (toelaten en schrappen);
-
•
Het onderhouden van een stelsel van selectie en toelating tot het register van tolken en vertalers die op grond van het feit dat hun taal in Nederland slechts in beperkt wordt gesproken niet (volledig) aan de reguliere certificeringeisen (kunnen) voldoen;
-
•
De instandhouding van een klachtenregeling, waarop een ieder die een klacht heeft over de gedraging van een tolk of vertaler, een beroep kan doen;
-
•
Het onderhouden van een stelsel van visitatie met het oog op kwaliteitsborging.