Besluit van de Minister van Justitie van 19 december 2003, nr. 5262132/503/AJT, houdende aanwijzing tot het gebruik van handboeien door de buitengewoon opsporingsambtenaren in dienst van het Gemeentelijk vervoerbedrijf RET te Rotterdam
Besluit handboeien buitengewoon opsporingsambtenaar RET 2004
De Minister van Justitie,
Handelend in overeenstemming met de Minister van Verkeer en Waterstaat;
Gelezen het verzoek van de RET Rotterdam van 27 november 2003;
Gezien het advies van de toezichthouder en de direct toezichthouder;
De buitengewoon opsporingsambtenaar kan gedurende de uitoefening van zijn taak als buitengewoon opsporingsambtenaar uitgerust zijn met handboeien van een door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de Minister van Justitie goedgekeurd merk en type.
2
De buitengewoon opsporingsambtenaar wordt uitgerust met handboeien nadat de direct toezichthouder heeft vastgesteld dat betrokkene beschikt over de vereiste bekwaamheid ten aanzien van het gebruik van en het omgaan met handboeien.
Artikel
4
De directeur van het gemeentelijk vervoerbedrijf RET stelt in overleg met de toezichthouder en de direct toezichthouder op:
Over iedere melding dienen de toezichthouder en de direct toezichthouder zo spoedig mogelijk te worden geïnformeerd.
c.
Een procedure, gebaseerd op artikel 42 van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar en de circulaire van de Minister van Justitie van 28 juli 2003, inzake de behandeling van klachten over buitengewoon opsporingsambtenaren, betreffende de uitoefening van diens bevoegdheden als buitengewoon opsporingsambtenaar. Een afschrift van de klacht dient terstond aan de toezichthouder en de direct toezichthouder te worden toegezonden. Zij worden eveneens schriftelijk geïnformeerd over de wijze waarop de klacht is afgehandeld.
Artikel
5
De directeur van het gemeentelijk vervoerbedrijf RET verstrekt de toezichthouder en de direct toezichthouder overeenkomstig artikel 41, eerste lid, van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar alle door hen gewenste informatie en voert zo nodig en desgevraagd periodiek overleg met hen.
Artikel
6
De directeur van het gemeentelijk vervoerbedrijf RET gaat in het, op basis van artikel 5 van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar openbaar vervoersbedrijven 2002, jaarlijks, vóór 1 april over het jaar daaraan voorafgaand, met betrekking tot de buitengewoon opsporingsambtenaren werkzaam bij dit bedrijf aan de Minister van Justitie uit te brengen verslag tevens in op de doeltreffendheid en de effecten van het gebruik van handboeien.
Artikel
7
Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2004 en vervalt met ingang van 1 september 2007.
Artikel
8
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit handboeien buitengewoon opsporingsambtenaar RET 2004.
Dit besluit wordt met toelichting in de Staatscourant geplaatst.
Den Haag
De Minister van Justitie
namens deze:
hoofd Bureau Juridische en Beleidsondersteunende AangelegenhedenH.Ph.Mayer