Wet van 19 december 2003, houdende verlenging van de loondoorbetalingsverplichting van de werkgever bij ziekte (Wet verlenging loondoorbetalingsverplichting bij ziekte 2003)

Wet verlenging loondoorbetalingsverplichting bij ziekte 2003

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is om een verlenging van de wachttijd in de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering in te voeren, de bepalingen over de loondoorbetalingverplichting van de werkgever in het Burgerlijk Wetboek en de duur van de uitkering op grond van de ZW in verband daarmee aan te passen alsmede enige andere wijzigingen aan te brengen met het oog op verbetering van de procesgang tijdens het tweede ziektejaar van de werknemer en een heldere verantwoordelijkheidsverdeling van werkgevers, werknemers, arbodiensten en uitvoeringsinstanties daarbij;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Artikel

V

Overheidspersoneel

Artikel VII

Vervallen

Artikel

XIII

Evaluatiebepaling

Onze Ministers van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en Justitie zenden binnen 4 jaar na de inwerkingtreding van deze wet aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk.

Artikel

XIV

Overgangsrecht

Artikel

XV

Inwerkingtreding

De artikelen van deze wet treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld. In het koninklijk besluit wordt zo nodig toepassing gegeven aan artikel 16 van de Tijdelijke referendumwet.

Artikel

XVI

Citeertitel

Deze wet wordt aangehaald als: Wet verlenging loondoorbetalingsverplichting bij ziekte 2003.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te 's-Gravenhage
Beatrix
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid , A. J. de Geus
De Minister van Justitie , J. P. H. Donner
De Minister van Justitie , J. P. H. Donner