Regeling van de Minister voor Ontwikkelingssamenwerking, in overeenstemming met de Staatssecretaris van Financiën en de Minister van Buitenlandse Zaken, houdende regels inzake aanwijzing van en verklaring voor projecten welke gelegen zijn in ontwikkelingslanden en welke in het belang zijn van de voedselzekerheid en voedselverbetering, de sociale en culturele ontwikkeling of economische ontwikkeling, werkgelegenheid en regionale ontwikkeling in ontwikkelingslanden (Regeling sociaal-ethische projecten 2004)

Regeling sociaal-ethische projecten 2004

De Minister voor Ontwikkelingssamenwerking, handelende in overeenstemming met de Staatssecretaris van Financiën en de Minister van Buitenlandse Zaken,

Besluiten:

Artikel

1

Artikel

2

Artikel

3

Een verklaring wordt niet afgegeven voor:

  • a.

    een bestaand project;

  • b.

    een project waarvan het projectvermogen meer bedraagt dan € 4.537.802;

  • c.

    een project waarvan niet aannemelijk is dat het enig eigen rendement heeft of zal hebben;

  • d.

    een project waarvan het te verwachten rendement zodanig is dat het naar het oordeel van de ministers zonder toepassing van deze regeling tot stand kan komen.

Artikel

4

Artikel

5

Bij de aanvraag van een verklaring moet worden overgelegd een document van de projectbeheerder waarin deze schriftelijk verklaart dat:

  • a.

    hij gedurende de looptijd van de af te geven verklaring inzake het project te allen tijde aan daartoe door de Minister voor Ontwikkelingssamenwerking aan te wijzen personen toegang verleent tot het project en tot de op het project betrekking hebbende financiële, technische en organisatorische gegevens;

  • b.

    hij volstrekte medewerking verleent aan deze personen bij hun taakuitoefening en hen behulpzaam zal zijn;

  • c.

    hij onverwijld deze personen om niet afschriften verstrekt van de documenten die betrekking hebben op het project;

  • d.

    hij op verzoek van de Minister voor Ontwikkelingssamenwerking een accountantsverklaring overlegt met betrekking tot de door deze minister aan te geven aspecten;

  • e.

    hij zal voldoen aan de voorwaarden die opgenomen zullen worden in de verklaring;

  • f.

    hij de vermogenstoestand van het project afzonderlijk, op eenduidige wijze en naar waarheid zal administreren;

  • g.

    hij onverwijld de Minister voor Ontwikkelingssamenwerking in kennis zal stellen van wijzigingen in de uitvoering of de toestand van het project waardoor dit afwijkt van het project waarvoor de verklaring is aangevraagd;

  • h.

    hij er mee instemt dat op de zaken aangaande aanvraag, afgifte, intrekking en toepassing van de verklaring en de controle hierop uitsluitend Nederlands recht van toepassing is.

Artikel

6

Bij de aanvraag van een verklaring moet worden overgelegd een document waarin de aanvragende instelling verklaart dat zij indien door haar wordt overgegaan tot kapitaalverschaffing:

  • a.

    bij de uitvoering der regeling jegens de door de Minister voor Ontwikkelingssamenwerking aangewezen personen de verplichtingen in acht neemt die in Hoofdstuk VIII, afdeling 2, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen zijn genoemd ten opzichte van de inspecteur;

  • b.

    onverwijld de Minister voor Ontwikkelingssamenwerking in kennis stelt van wijzigingen in de uitvoering van het project waardoor dit afwijkt van het project waarvoor de verklaring is afgegeven;

  • c.

    erop toeziet dat de vermogenstoestand van het project door de projectbeheerder afzonderlijk wordt geadministreerd op een zodanige wijze dat te allen tijde uit boeken en andere bescheiden de voor de belastingheffing van belang zijnde gegevens duidelijk blijken.

Artikel

7

Artikel

8

Artikel

9

Artikel

10

Ten behoeve van het afgeven van een verklaring en van de daar toe van belang zijnde gegevens en van de daar aan verbonden rechten en plichten is ten aanzien van de kredietinstelling of de beleggingsinstelling, bedoeld in artikel 5.15, tweede lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001, en de projectbeheerder Hoofdstuk VIII, afdeling 2, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen van overeenkomstige toepassing, waarbij de aldaar jegens de inspecteur opgelegde verplichtingen mede gelden jegens de door de Minister voor Ontwikkelingssamenwerking aangewezen personen.

Artikel

11

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2004.

Artikel

12

Deze regeling kan worden aangehaald als: Regeling sociaal-ethische projecten 2004.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag
De Minister voor OntwikkelingssamenwerkingA.M.A. vanArdenne-van der Hoeven
De Staatssecretaris van FinanciënJ.G.Wijn
De Minister van Buitenlandse ZakenB.R.Bot