Regeling indicatiecriteria en aanmeldingsformulier leerlinggebonden financiering

Hoofdstuk

1

Algemeen

Artikel

1

Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel

2

Leerlinggebonden budget en toelaatbaarheid

Een leerling komt in aanmerking voor een leerlinggebonden budget en is toelaatbaar tot een van de onderwijssoorten in cluster 2 of 3, dan wel tot cluster 4, in de zin van artikel 28c, eerste lid, van de wet indien wordt voldaan aan de criteria, bedoeld in de artikelen 3 tot en met 11.

Hoofdstuk

2

Indicatiecriteria

§

1

Cluster 2

Artikel

3

Indicatiecriteria dove kinderen

Artikel

4

Indicatiecriteria slechthorende kinderen

Een leerling is toelaatbaar tot het speciaal onderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs aan slechthorende kinderen, onverminderd artikel 6, indien:

  • a.

    op basis van audiologisch onderzoek een gehoorstoornis tussen 35 decibel en 80 decibel is vastgesteld bij het beste oor zonder gehoortoestel maar indien aanwezig met gebruik van een intracochleair implantaat dat tenminste een jaar eerder is aangebracht, niet zijnde een gehoorstoornis als bedoeld in artikel 3, eerste lid onder b;

  • b.

    sprake is van een ernstige structurele beperking in de onderwijsparticipatie die blijkt uit:

  • c.

    de zorg vanuit het regulier onderwijs als bedoeld in artikel 13 onvoldoende effect heeft gesorteerd of zal kunnen sorteren, en de ondersteuning als bedoeld in artikel 13 deelname aan het regulier onderwijs niet mogelijk maakt.

Artikel

5

Indicatiecriteria kinderen met ernstige spraakmoeilijkheden

Artikel

6

Indicatiecriteria meervoudig gehandicapte kinderen cluster 2

§

2

Cluster 3

Artikel

7

Indicatiecriteria zeer moeilijk lerende kinderen

Artikel

8

Indicatiecriteria lichamelijk gehandicapte kinderen

Een leerling is toelaatbaar tot het speciaal onderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs aan lichamelijk gehandicapte kinderen, onverminderd artikel 10, indien:

  • 1.

    op basis van medisch en psychodiagnostisch onderzoek is vastgesteld een of meer stoornissen in structuur of in functie die gepaard gaan met stoornissen in de motorische functies en die leiden tot een ernstige belemmering om aan onderwijs deel te nemen;

  • 2.

    sprake is van een ernstige structurele beperking in de onderwijsparticipatie die blijkt uit:

  • 3.

    de zorg vanuit het regulier onderwijs als bedoeld in artikel 13 onvoldoende effect heeft gesorteerd of zal kunnen sorteren, en de ondersteuning als bedoeld in artikel 13 deelname aan het regulier onderwijs niet mogelijk maakt.

Artikel

9

Indicatiecriteria langdurig zieke kinderen met een lichamelijke handicap

Een leerling is toelaatbaar tot het speciaal onderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs aan langdurig zieke kinderen met een lichamelijke handicap indien:

  • a.

    op basis van psychodiagnostisch en medisch onderzoek is vastgesteld:

    • een chronische somatische stoornis;

    • een chronische centrale of chronische perifere neurologische stoornis of

    • een chronische psychosomatische stoornis; die niet in hoofdzaak leiden tot een stoornis in motorische functies maar wel leiden tot een ernstige belemmering om aan onderwijs deel te nemen;

  • b.

    sprake is van een ernstige structurele beperking in de onderwijsparticipatie die blijkt uit:

  • c.

    de zorg vanuit het regulier onderwijs als bedoeld in artikel 13 onvoldoende effect heeft gesorteerd of zal kunnen sorteren, en de ondersteuning als bedoeld in artikel 13 deelname aan het regulier onderwijs niet mogelijk maakt.

Artikel

10

Indicatiecriteria meervoudig gehandicapte kinderen cluster 3

§

3

Cluster 4

Artikel

11

Indicatiecriteria cluster 4

§

4

Overige bepalingen

Artikel

12

Beperkingen in de onderwijsparticipatie

Onder beperkingen in de onderwijsparticipatie in de zin van deze regeling worden verstaan:

  • a.

    een leerachterstand in het basis- of het voortgezet onderwijs, blijkend uit resultaten zoals gerapporteerd in het onderwijskundig rapport, zodanig dat de prestaties van de leerling

    • in het basisonderwijs in vergelijking met de prestaties van leerlingen van de overeenkomstige didaktische leeftijdsgroep, behoren tot de 10 procent zwakst presterende leerlingen of een discrepantie van meer dan 25 procent is vastgesteld tussen de didaktische leeftijd en didaktische leeftijds- equivalent op twee van de drie volgende terreinen: voor groep 1 en 2 voorbereidend lezen, spellen en rekenen en voor groep 3 en hoger rekenen, technisch lezen of spellen, en begrijpend lezen;

    • in het voortgezet onderwijs bij instroom in vergelijking met de prestaties van leerlingen van groep 8 van het basisonderwijs behoren tot de 10 procent zwakst presterende leerlingen op tenminste twee van de volgende drie leerstofdomeinen: technisch lezen en/of spelling, begrijpend lezen en (inzichtelijk) rekenen;

  • b.
    • het ontbreken van algemene leervoorwaarden bij de leerling die nog niet eerder het regulier onderwijs volgde, blijkend uit gegevens van zorg- of hulpverleningsinstanties zodanig dat sprake is van ernstige tekortkomingen op het gebied van de werkhouding, zelfstandigheid, taakgerichtheid, aandacht, motivatie en instructiegevoeligheid en welke eigenschappen noodzakelijk zijn om te kunnen deelnemen aan dat onderwijs en;

    • het ontbreken van algemene leervoorwaarden bij de leerling die voor cluster 4 wordt aangemeld, blijkend uit gegevens van het onderwijskundig rapport zodanig dat sprake is van ernstige tekortkomingen in verband met het gedrag op het gebied van de werkhouding, zelfstandigheid, taakgerichtheid, aandacht, motivatie en instructiegevoeligheid of ernstige problemen in de interactie met het onderwijsgevend personeel of ernstig storend gedrag ten aanzien van het onderwijsleerproces van medeleerlingen, waarbij de genoemde gedragsproblemen manifest zijn gedurende een jaar, zich niet beperken tot een bepaalde situatie, weinig of niet worden beïnvloed door op de problemen gerichte aanpak en afspraken, en niet te verklaren zijn uit de omstandigheden van de leerling;

  • c.

    een zeer geringe communicatieve redzaamheid bij de leerling die voor cluster 2 wordt aangemeld, die op basis van een logopedisch of een psychodiagnostisch onderzoek is vastgesteld en blijkt uit resultaten zoals gerapporteerd in het onderwijskundig rapport indien de leerling naar school gaat, zodanig dat de leerling een zeer beperkt vermogen heeft om wederkerig te communiceren met behulp van woord en gebaar en dit beperkte vermogen zich manifesteert in gesprekken in alle situaties vanaf de periode dat de leerling leerde spreken en niet is te verklaren uit de omstandigheden van de leerling;

  • d.

    een zeer geringe sociale redzaamheid - zeer gering adaptief functioneren- bij de leerling die voor cluster 3 /ZMLK wordt aangemeld, die wordt vastgesteld op basis van een psychodiagnostisch onderzoek of observatie ondersteund met een instrument, waaruit blijkt dat de leerling een zeer ernstige ontwikkelingsachterstand heeft op het gebied van zelfredzaamheid, sociale omgang en verbale communicatie en niet zelfstandig op een reguliere school kan functioneren.

  • e.

    een zeer geringe zelfredzaamheid bij de leerling die voor cluster 3 /LG/LZK wordt aangemeld, die op basis van medisch of psychodiagnostisch onderzoek is vastgesteld, waarbij de leerling ook met gebruikmaking van technische hulpmiddelen voor de algemene dagelijkse levensverrichtingen afhankelijk is van een ander;

  • f.

    structureel verzuim bij de leerling die voor cluster 3/LG/LZK wordt aangemeld, blijkend uit het onderwijskundig rapport met een verzuimregistratie van het afgelopen jaar of een behandelschema van zorgverleners, waarbij de leerling 25 procent van de verplichte onderwijstijd verzuimt als gevolg van de stoornis of in verband met de benodigde zorg terzake van de stoornis;

  • g.

    extreem gedrag bij de leerling die voor cluster 4 wordt aangemeld, waarbij op basis van psychodiagnostisch onderzoek blijkt dat de leerling een gevaar voor zichzelf of voor anderen is, de leerling zelfverwondend of suïcidaal gedrag vertoont, lijdt aan ernstige depressie, extreem fysiek of extreem verbaal agressief gedrag vertoont, waarbij dit gedrag zich niet beperkt tot een bepaalde situatie en weinig of niet wordt beïnvloed door op de problemen gerichte aanpak en afspraken.

  • h.

    Ontbrekende leervoorwaarden of leerachterstand bij leerlingen die voor cluster 3/zmlk worden aangemeld:

    • voor kinderen tot en met 7 jaar ontbrekende leervoorwaarden zoals bedoeld onder b onder 1, waarbij uit rapportages blijkt dat de leerling gedurende een jaar slechts zeer geringe vorderingen heeft gemaakt,

    • voor kinderen van 8 tot 12 jaar een zeer geringe vooruitgang gedurende een jaar op de gebieden van aanvankelijk lezen, schrijven en rekenen die blijkt uit een didactisch toetsoverzicht van tenminste een jaar met ruwe toetsscores:, en

    • voor leerlingen van 12 jaar en ouder schoolvorderin-gen die niet verder gaan dan beheersing van de leerstof tot en met eind groep 3.

Artikel

13

Zorg binnen regulier onderwijs en ondersteuning uit de zorgsector

Artikel

14

Samengaan van handicaps

Artikel

15

Beredeneerde afwijking

Artikel

16

Voorschriften voor het vaststellen van stoornis en beperking

§

5

Herindicatie

Artikel

17

Herindicatie

Hoofdstuk

2A

Modelformulier en benodigde gegevens bij aanmelding

Artikel

19

Gegevens en verklaringen

Hoofdstuk

3

Slotbepalingen

Artikel

20

Bekendmaking

Deze regeling wordt bekendgemaakt in het Gele katern, voor wat betreft het model aanmeldingsformulier ook op www.cfi.nl en www.lcti.nl en voor wat betreft de hoofdstukken 1, 2 en 3 onder gelijktijdige overlegging aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal. Van de bekendmaking wordt mededeling gedaan in de Staatscourant.

Artikel

21

Inwerkingtreding

Deze regeling treedt niet in werking dan nadat vier weken zijn verstreken na het overleggen aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal en gedurende die termijn niet door of namens de Kamer de wens tot overleg over de regeling te kennen wordt gegeven dan wel met de Tweede Kamer overleg is gevoerd.

Artikel

23

Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling indicatiecriteria en aanmeldingsformulier leerlinggebonden financiering.

De minister van onderwijs, cultuur en wetenschap, M.J.A. van derHoeven

Bijlage

A

Aanmelding voor speciaal onderwijs of leerlinggebonden financiering

Deel

A

Indicatie

AANMELDINGSFORMULIER VOOR OUDERS

BESTEMD VOOR DE COMMISSIE VOOR DE INDICATIESTELLING VAN HET REGIONAAL EXPERTISECENTRUM

N.B.

Voor een eerste indicatie alleen Deel A invullen

Voor herindicatie alleen Deel B invullen

Bij dit aanmeldingsformulier hoort een toelichting. Wilt u die lezen voordat u de vragen invult?

1. Wat zijn de gegevens van het kind? Vul de gegevens hieronder in.

Wat is de achternaam van het kind?

Wat zijn de voornamen van het kind?

Hoe wordt het kind thuis genoemd?

Wat is het adres van het kind?

Wat is de postcode en de woonplaats van het kind?

Bij welke gemeente hoort de woonplaats?

In welk land woont het kind?

Is het kind een jongen of een meisje?

Wanneer is het kind geboren?

In welk land is het kind geboren? *)Wij hebben uw toestemming nodig voor het verwerken van deze gegevens. Als u dit vakje invult geeft u toestemming.

Welke taal spreekt het kind als het thuis is? *)Wij hebben uw toestemming nodig voor het verwerken van deze gegevens. Als u dit vakje invult geeft u toestemming.

Wanneer is het kind in Nederland naar school gegaan?

Als het kind niet op school zit, waar is het kind dan overdag? (zie toelichting)

Op welke school zit het kind nu?

In welke groep of leerjaar zit het kind nu?

In welke klassen heeft het kind gezeten en in welke vormen van onderwijs? (zie toelichting)

2. Als wij post willen sturen, naar wie moeten wij die post dan sturen?

□ ouders / verzorgers

□ voogd

□ anders

Vul de gegevens hieronder in.

Naam

Straat en huisnummer

Postcode en plaats

Land

Naam 2e ouder / verzorger (zie toelichting)

Naam

Straat en huisnummer

Postcode en plaats

Land

3. Wat zijn de gegevens van de ouders of verzorgers?

Naam en voorletters ouder / verzorger 1

Geboorteland ouder / verzorger 1*)Wij hebben uw toestemming nodig voor het verwerken van deze gegevens. Als u dit vakje invult geeft u toestemming.

Naam en voorletters ouder / verzorger 2

Geboorteland ouder / verzorger 2 *)Wij hebben uw toestemming nodig voor het verwerken van deze gegevens. Als u dit vakje invult geeft u toestemming.

Telefoon (waar u overdag bereikbaar bent)

4. Waarom meldt u het kind aan?

Geef een samenvatting van de problemen.

Beschrijf de voorgeschiedenis van de problemen.

Geef een overzicht van de zorg die het kind tot nu toe heeft gekregen (in en/of buiten het onderwijs).

Geef een overzicht van de resultaten van deze zorg.

5.

Hieronder staan een aantal mogelijke beperkingen. Geef aan wat het kind heeft.

U kunt meer dan 1 hokje aankruisen als dat nodig is.

Daarachter staat welke informatie de commissie voor de indicatiestelling in elk geval nodig heeft om een beslissing te kunnen nemen. (zie ook toelichting)

Beperking

Noodzakelijke informatie

Doof

- audiologisch onderzoek,

- soms ook logopedisch en psychodiagnostisch onderzoek

Doof en een verstandelijke handicap

- audiologisch en psychodiagnostisch onderzoek

- soms ook logopedisch onderzoek

Slechthorend

- audiologisch onderzoek

- soms ook logopedisch of psychodiagnostisch onderzoek

- onderwijskundig rapport (als de leerling naar school gaat) en gegevens uit de zorgsector

Slechthorend en een verstandelijke handicap

- audiologisch en psychodiagnostisch onderzoek

- soms ook logopedisch onderzoek

Ernstige spraak en / of taalmoeilijkheden

- logopedisch en psychodiagnostisch onderzoek

- soms ook audiologisch onderzoek

- soms ook informatie over bijkomende stoornissen en beperkingen

- onderwijskundig rapport (als de leerling naar school gaat) en gegevens uit de zorgsector

Verstandelijke handicap / zeer moeilijk lerend

- psychodiagnostisch onderzoek (gericht op intelligentie en sociale redzaamheid)

- soms ook informatie over bijkomende stoornissen en beperkingen

- soms ook onderwijskundig rapport (als de leerling naar school gaat) en gegevens uit de zorgsector

Zeer ernstige verstandelijke handicap / ZML/MG

- psychodiagnostisch onderzoek (gericht op intelligentie en sociale redzaamheid en zelfredzaamheid)

- soms ook informatie over bijkomende (gedrags)stoornissen en beperkingen

Langdurig ziek

- medisch en psychodiagnostisch onderzoek (geen IQ-test noodzakelijk)

- onderwijskundig rapport (als de leerling naar school gaat) en gegevens uit de zorgsector

- effect van handelingsplannen van zorgverleners

Lichamelijke handicap

- medisch en psychodiagnostisch onderzoek (geen IQ-test noodzakelijk)

- onderwijskundig rapport (als de leerling naar school gaat) en gegevens uit de zorgsector

- effect van handelingsplannen van zorgverleners of gegevens over zelfredzaamheid

Lichamelijke en verstandelijke handicap

- medisch en psychodiagnostisch onderzoek gericht op intelligentie)

- onderwijskundig rapport (als de leerling naar school gaat) en gegevens uit de zorgsector

- het effect van handelingsplannen van zorgverleners of gegevens over zelfredzaamheid

Psychiatrische problemen en / of ernstige gedragsproblemen

- psychodiagnostisch, orthopedagogisch en/of psychiatrisch onderzoek

- soms onderzoekgegevens van het maatschappelijk werk

- gegevens uit de jeugdzorg en/of kinderpsychiatrie over de hulpverlening

- onderwijskundig rapport (als de leerling naar school gaat) en gegevens uit de zorgsector

Het kind heeft een andere beperking

In rubriek 11 kunt u opschrijven wat het kind heeft.

6. Welke onderzoeken heeft het kind gehad?

Vul de gegevens over de onderzoeken hieronder in en stuur de verslagen op naar de commissie voor de indicatiestelling samen met dit formulier. (zie toelichting )

Naam arts of hulpverlener en specialisme

Van welk ziekenhuis/instelling en in welke plaats?

Wat is er onderzocht? Op welke datum?

7. Heeft u een onderwijskundig rapport van het kind?

Misschien hebt u van de school een kopie gekregen van een onderwijskundig rapport. Stuurt u met dit formulier ook het onderwijskundig rapport op? (zie toelichting)

ja / nee

8. Als u de gegevens van onderzoeken van artsen of andere hulpverleners niet hebt, kunnen wij de gegevens voor u opvragen. Wilt u hieronder invullen welke onderzoeken het kind heeft gehad. Wij kunnen de onderzoeksgegevens alleen opvragen als u dat goed vindt. Wilt invullen of u akkoord bent met het opvragen van de gegevens?

Naam arts of hulpverlener

Ziekenhuis / instelling

Straat, postcode, plaats

Datum onderzoek

Akkoord met opvragen

ja / nee

ja / nee

ja/ nee

ja/ nee

9.

Als u niet zelf het Onderwijskundig Rapport van het kind heeft, kunnen wij dat opvragen. Dit kan alleen als u dat goed vindt.

Gaat u akkoord met het opvragen van een recent onderwijskundig rapport bij de school waar het kind nu zit?

ja / nee

10. Mogen wij de gegevens van het kind aan de commissie voor de begeleiding of Dienst Ambulante begeleiding geven?

Stel, het kind gaat naar een (andere) school voor speciaal onderwijs of uw kind krijgt ambulante begeleiding. Gaat u er dan mee akkoord dat wij de verzamelde gegevens van het kind geven aan de commissie voor de begeleiding van deze school voor speciaal onderwijs of aan de Dienst Ambulante Begeleiding?

ja / nee

Toestemming verleend door:

Naam ouder 1 / voogd(es) van:

Naam kind:

………………………………………………………..

……………………………………………

Handtekening ouder / voogd(es):

Handtekening kind:

Naam ouder 2 / voogd(es):

……………………………………………………….

Handtekening ouder 2 / voogd(es):

Indien niet beide ouders tekenen

Ouder 1/ voogd(es) verklaart mede te tekenen namens ouder 2/ voogd(es) die tevens het ouderlijk gezag over de leerling heeft.

Handtekening:

Of:

Ouder 1/ voogd(es) verklaart alléén het ouderlijk gezag te hebben over de leerling

die hierbij wordt aangemeld.

Handtekening:

11. Ruimte voor nadere toelichting

U kunt bij het invullen van dit deel van het formulier ook gebruik maken van een los vel papier.

Deel

B

Herindicatie

AANMELDINGSFORMULIER VOOR OUDERS

BESTEMD VOOR DE COMMISSIE VOOR DE INDICATIESTELLING VAN HET

REGIONAAL EXPERTISECENTRUM

N.B.

Voor een eerste indicatie alleen Deel A invullen

Voor herindicatie alleen Deel B invullen

U meldt uw kind aan voor herindicatie.

Dat betekent dat uw kind al op een school voor speciaal onderwijs zit of ambulante begeleiding krijgt en er nu gekeken moet worden of uw kind dat nog langer nodig heeft. Daarvoor zijn gegevens nodig die de school al over uw kind zal heeft. De school of de commissie voor de indicatiestelling zal ook een oud aanmeldingsformulier dat voor de vorige indicatiestelling is gebruikt, toevoegen. Samen met uw antwoord op de onderstaande vragen zijn dan uw gegevens compleet.

Wilt u de volgende vragen beantwoorden?

1. Wat zijn de gegevens van het kind?

Wat is de achternaam van het kind?

Wat zijn de voornamen van het kind?

Wanneer is het kind geboren?

Op welke school zit het kind nu?

Wat is het adres van het kind?

Voor het sturen van post:

Wat is uw adres?

2. Welke speciale zorg heeft uw kind nodig?

3. Zijn er nog nieuwe gegevens van het kind die de school niet heeft?

Naam arts of hulpverlener en specialisme

Van welk ziekenhuis/instelling en in welke plaats?

Wat is er onderzocht? Op welke datum?

Geeft u de commissie voor de indicatiestelling toestemming om deze gegevens op te vragen?

ja / nee

Naam ouder 1 / voogd(es) van:

Naam kind:

………………………………………………………..

……………………………………………

Handtekening ouder / voogd(es):

Handtekening kind:

Naam ouder 2 / voogd(es):

……………………………………………………….

Handtekening ouder 2 / voogd(es):

Indien niet beide ouders tekenen

Ouder 1/ voogd(es) verklaart mede te tekenen namens ouder 2/ voogd(es) die tevens het ouderlijk gezag over de leerling heeft.

Handtekening:

Of:

Ouder 1/ voogd(es) verklaart alléén het ouderlijk gezag te hebben over de leerling die hierbij wordt aangemeld.

Handtekening:

Ruimte voor nadere toelichting

Toelichting bij het aanmeldingsformulier

Inleiding

U wilt dat uw kind naar het speciaal onderwijs gaat. Of u wilt dat uw kind bijvoorbeeld extra hulp krijgt op de basisschool of de school voor voortgezet onderwijs. Dat noemen wij leerlinggebonden financiering. U moet dan eerst dit aanmeldingsformulier invullen. Dit formulier geeft u aan de commissie voor de indicatiestelling van het Regionaal Expertisecentrum (REC) bij u in de buurt. Wij kijken of het kind wel recht heeft op speciaal onderwijs, of leerlinggebonden financiering mag krijgen. Dat doen wij niet zomaar. Wij doen dat volgens de regels van de wet. Wij gebruiken de criteria die de minister heeft vastgesteld. Wij kijken heel goed naar de gegevens van het kind. Het is dus heel belangrijk dat wij alle gegevens over het kind hebben. Hoe zorgt u dat wij die gegevens krijgen? Er zijn twee mogelijkheden:

  • 1

    U verzamelt zelf alle gegevens die de commissie nodig heeft en stuurt die gegevens zelf naar de commissie voor de indicatiestelling;of

  • 2

    U zegt dat u het goed vindt dat de commissie voor de indicatiestelling zelf alle gegevens over uw kind verzamelt. In het vragenformulier moet u dan toestemming geven dat wij de gegevens mogen verzamelen.

    Wij beloven u dat wij strikt vertrouwelijk met de verzamelde gegevens zullen omgaan. Daarmee bedoelen wij dat wij de gegevens niet aan anderen zullen geven of laten zien zonder dat u dat wilt. Wij sturen de gegevens wel naar de Landelijke commissie toezicht indicatiestelling. Zij controleren of de commissies voor de indicatiestelling hun werk goed uitvoeren. Zij gebruiken de gegevens ook om te kijken of de regels goed werken.

    U heeft het recht om de gegevens over u en uw kind te zien. Als u ziet dat gegevens niet goed zijn of niet volledig zijn, mag u dat verbeteren of aanvullen. Als het kind 16 jaar of ouder is, mag alleen het kind de gegevens zien, verbeteren of aanvullen.

    De commissie voor de indicatiestelling heeft veel gegevens nodig over het kind en de ouders of verzorgers. U moet daarom dit formulier invullen. Om u te helpen de vragen goed te beantwoorden hebben wij een toelichting geschre-ven. Het Regionaal Expertisecentrum bij u in de buurt kan u ook helpen bij het invullen van dit formulier.

    De commissie voor de indicatiestelling

Toelichting bij Deel A

Toelichting bij rubriek 1

Het aanmeldingsformulier start met een aantal vragen over de gegevens van het kind, zoals de naam en het adres van het kind, de geboortedatum en de geboorteplaats. Ook vragen we naar het geboorteland en de taal die het kind thuis spreekt. Wanneer u deze gegevens invult geeft u ons toestemming om ze te verwerken. Deze toestemming vooraf is noodzakelijk op grond van de Wet bescherming persoonsgegevens op het moment dat naar bijzondere persoonsgegevens wordt gevraagd. Die informatie is voor ons belangrijk als wij kijken naar de uitkomsten van de onderzoeken die het kind gehad heeft. De taal en de culturele achtergrond spelen een rol bij het begrijpen van de vragen in allerlei onderzoeken, zoals bijvoorbeeld bij een taaltest, een intelligentietest of een vragenlijst. Het is belangrijk dat het kind de vragen heeft begrepen.

Als het kind niet naar school gaat, maar wel ergens wordt verzorgd of begeleid, dan willen wij graag weten waar. Het kan zijn dat het nog te jong is voor school, maar het kan ook van school gestuurd zijn of om een andere reden niet naar school gaan.

Als het kind naar school gaat of op school heeft gezeten, willen wij graag weten hoe het met het kind is gegaan op school. Op welke scholen heeft het kind gezeten en heeft het kind wel eens een zelfde klas of groep opnieuw gedaan? U hoeft dat niet heel uitgebreid op te schrijven. U kunt dat kort doen zoals u ziet in het voorbeeld hieronder:

Voorbeeld 1:

Een kind heeft op de peuterspeelzaal gezeten en is naar groep 1 gegaan. Na groep 2 is het nog een extra jaar in de 2e groep gebleven en zit nu in groep 3.

U kunt dat dan als volgt kort invullen: psz-1-2-2-3.

Voorbeeld 2:

Het kind is direct naar de basisschool gegaan. Het heeft een extra jaar in groep 2 gedaan en is na groep 5 naar het speciaal basisonderwijs (SBO) gegaan. Nu zit het in het praktijkonderwijs.

U kunt dat dan als volgt kort invullen: 1-2-2-3-4-5-SBO-SBO-SBO-praktijkonderwijs

Toelichting bij rubriek 2

Wij willen graag weten waar wij de post naar toe kunnen sturen als wij u bijvoorbeeld willen informeren over de indicatiestelling. Als de ouders niet op hetzelfde adres wonen maar wel allebei de post willen ontvangen, kunt u van allebei de ouders de namen en adressen invullen.

Toelichting bij rubriek 3

Wij vragen ook informatie over het geboorteland van de ouders. Die informatie kan belangrijk zijn als wij bijvoorbeeld kijken naar de uitkomsten van onderzoeken die het kind gehad heeft. Wanneer u deze gegevens invult geeft u ons toestemming om ze te verwerken. Deze toestemming vooraf is noodzakelijk op grond van de Wet bescherming persoonsgegevens op het moment dat naar bijzondere persoonsgegevens wordt gevraagd.

Wij vragen u het telefoonnummer in te vullen waar wij u overdag kunnen bellen.

Toelichting bij rubriek 4

Bij het invullen van rubriek 4 kunt u kort antwoord geven. Als u denkt dat het belangrijk is dat u toch veel opschrijft, dan kunt u dat doen bij rubriek 11.

Toelichting bij rubriek 5

In rubriek 5 noemen wij een aantal beperkingen. Voor kinderen met deze beperkingen zijn verschillende soorten speciaal onderwijs in Nederland. Voor een indicatie is per schoolsoort andere informatie nodig. Achter elke beperking staat welke onderzoeksgegevens de commissie voor de indicatiestelling moet ontvangen om een besluit te kunnen nemen.

Het kan zijn dat u vindt dat het kind iets anders heeft. Dan kunt u dat aankruisen en uitleggen in rubriek 11 of op een apart papier. U kunt dat aparte papier samen met het formulier naar ons opsturen. U stuurt dan het onderzoeksver-slag mee waaruit blijkt wat het kind heeft en wat er aan gedaan is.

Voorbeelden van beperkingen die niet wordt genoemd zijn epilepsie of autisme.

Wanneer het kind epileptisch is, dan is de ernst van de problemen bepalend voor de keuze van een school voor langdurig zieke kinderen of ambulante begeleiding. Als de epilepsie niet zo ernstig is, maar er zijn andere beperkingen, dan kruist u de belangrijkste beperking(en) aan. Bij een autistisch, maar ook verstandelijk gehandicapt kind kunt u uw kruisje bij de verstandelijke handicap zetten. Ishet autistische kind niet verstandelijk gehandicapt, maar heeft het wel ernstige gedragsproblemen, dan kunt u daar uw kruisje zetten. Autistische kinderen, waarmee ouders of leerkrachten niet of haast niet kunnen praten kunnen soms bij een school voor kinderen met ernstige spraak- en of taalmoeilijkheden verder worden geholpen.

Toelichting bij rubriek 6

In rubriek 6 vragen wij naar de onderzoeksgegevens van het kind.

Het gaat hierbij om medische informatie maar ook om informatie van andere hulpverleners

In rubriek 5 kunt u zien welke informatie voor ons belangrijk is om een goede beslissing te kunnen nemen. Als wij de gegevens krijgen, hoeven wij het kind niet opnieuw te (laten) onderzoeken. Dat is prettiger voor het kind. Wij kunnen de aanvraag dan ook sneller behandelen.

De gegevens die wij nodig hebben kan van verschillende mensen komen:

  • medisch onderzoek: van allerlei artsen uit het ziekenhuis of uit andere instellingen

  • audiologisch onderzoek: van een audioloog of audiologisch centrum

  • logopedisch onderzoek: van een logopedist of een logopedische dienst

  • psychodiagnostisch onderzoek: van een psycholoog of pedagoog

  • onderwijskundig rapport: van een leerkracht of andere onderwijskundig medewerker van een school

  • gegevens uit de zorgsector: van een fysiotherapeut of andere vormen van therapie van het medisch kleuter dagverblijf of het kinderdagcentrum

  • gegevens over hulpverlening: van maatschappelijk werkers of andere begeleiders van allerlei instellingen die kinderen en hun ouders begeleiden bij de opvoeding

Toelichting bij rubriek 7

Wij gebruiken bij onze beslissing informatie uit het zogenoemde Onderwijskundig Rapport. In dat rapport staat informatie over hoe het kind op school is. Voor onze beslissing mag die informatie niet ouder zijn dan 6 maanden. De basisschool van het kind moet een Onderwijskundig Rapport opstellen en moet u daar een kopie van geven.

Toelichting bij rubriek 8

Als u niet zelf de noodzakelijke gegevens heeft, kunnen wij de gegevens voor u opvragen. Dat kunnen wij alleen doen als u dat goed vindt. Daarom vragen wij u aan ons toestemming te geven om de gegevens voor u op te vragen.

Soms kunt u zelf geen toestemming geven maar moet het kind dat doen. Soms moeten u en het kind samen toestemming geven. Wanneer moet dat?

  • 1

    Er zijn regels voor het opvragen van medische gegevens of gegevens over iemands lichamelijke of geestelijke gezondheid. Voor kinderen tot 12 jaar is uw toestemming voldoende. Bij kinderen vanaf 12 jaar moet het kind ook zelf toestemming te geven voor het opvragen van de gegevens. Dat geldt weer niet altijd. Bij kinderen van 12 jaar of ouder die onder curatele zijn gesteld, voor wie een mentorschap is ingesteld of die niet in staat zijn tot ’een redelijke waardering van hun belangen’ geldt dat niet.

  • 2

    Ook voor het opvragen van niet-medische gegevens zijn er regels. Voor kinderen tot 16 jaar is uw toestemming voldoende. Bij kinderen vanaf 16 jaar moet het kind zelf toestemming geven voor het opvragen van de gegevens. Dat geldt weer niet voor kinderen van 16 jaar of ouder die onder curatele zijn gesteld, voor wie een mentorschap is ingesteld of die niet in staat zijn tot ’een redelijke waardering van hun belangen’

Daarom is het heel belangrijk dat u erop let wie het aanmeldingsformulier ondertekent. Als u en/of het kind het formulier ondertekent, geeft u ons toestemming informatie op te vragen bij de artsen en hulpverleners uit rubriek 8 waar u ’ja’ hebt gezegd.

Toelichting bij rubriek 9

Wij gebruiken voor onze beslissing vaak het Onderwijskundig Rapport van de school. De school moet u een kopie geven van dit rapport. Wij kunnen dit rapport ook voor u opvragen bij de school. Als u wilt dat wij het rapport opvragen, moet u ons toestemming geven. Als het kind 16 jaar of ouder is moet hij zelf toestemming geven.

Toelichting bij rubriek 10

Het kan zijn dat het kind naar een (andere) school voor speciaal onderwijs zal gaan of ambulante begeleiding zal krijgen. Het kan zijn dat de Dienst Ambulante Begeleiding of de commissie voor de begeleiding van deze nieuweschool de gegevens nodig heeft. Bijvoorbeeld om te zorgen dat het onderwijs zo goed mogelijk past bij het kind. Als u en/of het kind aan ons daarvoor uitdrukkelijk toestemming geeft, kunnen wij de gegevens rechtstreeks sturen naar de commissie voor de begeleiding of de Dienst Ambulante Begeleiding.

Toestemming:

Als u het aanmeldingsformulier ondertekent, geeft u en/of het kind toestemming om informatie op te vragen bij de artsen of hulpverleners uit de rubrieken 8 t/m 10. U geeft die toestemming alleen als u bij rubriek 8 t/m 10 heeft gezegd dat u akkoord bent met het opvragen van informatie. Deze toestemming geldt alleen voor de artsen of hulpverleners en alleen voor de onderzoeken waar u ’ja’ heeft gezegd.

Toelichting bij rubriek 11

Misschien wilt u meer schrijven over het kind. Als u denkt dat ook andere dingen belangrijk zijn om te aan ons te melden, dan kunt u dat in rubriek 11 doen.