Besluit van de Minister van Justitie van 18 maart 2004, nr. 5274010/DBZ/04, houdende aanwijzing van ‘teleservicemedewerkers’ van de regiopolitie Utrecht tot buitengewoon opsporingsambtenaar

Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar teleservicemedewerkers regiopolitie Utrecht 2004

De Minister van Justitie,
Handelende in overeenstemming met de betrokken ministers;
Gelezen het verzoek van de korpschef van de regiopolitie Utrecht van 17 februari 2004;
Gelet op:

Besluit:

Artikel

1

In dit besluit wordt verstaan onder de buitengewoon opsporingsambtenaar: de buitengewoon opsporingsambtenaar, bedoeld in artikel 2.

Artikel

2

Artikel

3

Artikel

4

Artikel

5

Artikel

6

Artikel

7

Het Besluit van het College van procureurs-generaal houdende de aanwijzing van teleservicemedewerkers bij de regiopolitie Utrecht, kenmerk 2000/6025-11277/ASD dd. 28 februari 2000 wordt ingetrokken.

Artikel

8

De op naam gestelde akten van opsporingsbevoegdheid en beëdiging en de overige benoemingsbescheiden, afgegeven mede op basis van het in artikel 7 genoemde besluit, worden voor de duur van hun geldigheid of tot daarvoor nader zal zijn beslist, geacht te zijn akten en overige benoemingsbescheiden afgegeven mede op basis van het onderhavige besluit.

Artikel

9

Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en vervalt 5 jaar na de datum van inwerkingtreding.

Artikel

10

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar teleservicemedewerkers regiopolitie Utrecht 2004.

Dit besluit zal in de Staatscourant en het Algemeen Politieblad worden geplaatst.

Den Haag
De Minister van Justitie
namens deze:
de coördinator Buitengewoon Opsporingsambtenaar, A.A.A.M.Huldy