Vaststelling klokkenluidersregeling (Beschikking van 3 mei 2004, nr. ICO 2004-1048)

Regeling hoe om te gaan met signalen inzake misstanden en overige integriteitsinbreuken

De Minister van Financiën,
Overwegende dat het wenselijk is om voor de medewerkers van het kerndepartement van Financiën een regeling vast te stellen hoe om te gaan met signalen inzake misstanden en overige integriteitsinbreuken;
Gelet op de regeling procedure inzake het omgaan met een vermoeden van een misstand nr. AD/2000/U98929 van 7 december 2000 (Stcrt. 2000, nr. 243) van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, zoals deze regeling nadien is gewijzigd (Stcrt. 2002, nr. 249);
Gehoord de departementale ondernemingsraad;

Besluit:

§

1

Algemene bepalingen

Artikel

1

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a.

    de minister: de Minister van Financiën;

  • b.

    het ministerie: het Ministerie van Financiën, met uitzondering van de Belastingdienst;

  • c.

    medewerker: degene die al dan niet als ambtenaar in de zin van het ARAR werkzaam is bij het ministerie;

  • d.

    hoofd van dienst: het hoofd van een directie c.q. een directoraat-generaal;

  • e.

    de adviseur integriteit: de door de secretaris-generaal aangewezen adviseur bedoeld in artikel 2;

  • f.

    de vertrouwenspersoon integriteit: de door de secretaris-generaal aangewezen vertrouwenspersoon bedoeld in artikel 10;

  • g.

    integriteit: de situatie waarin het handelen van het ministerie en zijn medewerkers gekenmerkt wordt door onkreukbaarheid en betrouwbaarheid;

  • h.

    integriteitsinbreuken: gedragingen, handelingen of uitingen die in strijd zijn met wet- en regelgeving of conventies op het gebied van integriteit; hiertoe behoren:

    • misstanden als bedoeld onder letter i;

    • overige inbreuken als bedoeld onder letter j;

  • i.

    een vermoeden van een misstand: een op redelijke gronden gebaseerd vermoeden omtrent:

    • een ernstig strafbaar feit;

    • een grove schending van regelgeving of beleidsregels;

    • het misleiden van justitie;

    • een groot gevaar voor de volksgezondheid, de veiligheid of het milieu, of

    • het bewust achterhouden van informatie over deze feiten;

  • j.

    overige integriteitsinbreuken: andere inbreuken dan de onder letter i bedoelde misstanden; hiertoe behoren in elk geval:

    • het lekken van vertrouwelijke informatie;

    • oneigenlijk gebruik van bedrijfsmiddelen;

    • misbruik van buitengewoon verlof;

    • andere gevallen die door medewerkers als integriteitsinbreuken worden ervaren, met uitzondering van ongewenste omgangsvormen;

  • k.

    de Commissie integriteit rijksoverheid: de commissie als beschreven in hoofdstuk 3 van de Regeling procedure inzake het omgaan met het vermoeden van een misstand, die is genoemd in de considerans.

  • l.

    bijzonder onderzoek: een onderzoek naar aanleiding van een signalering van een integriteitsinbreuk waarbij specialistische onderzoekskennis en -vaardigheden benodigd zijn.

§

2

De adviseur integriteit

Artikel

2

Artikel

3

De adviseur integriteit heeft tot taak:

  • a.

    het adviseren en voorlichten van dienstleiding, leidinggevenden en medewerkers inzake integriteitsvraagstukken;

  • b.

    het in ontvangst nemen en registreren van meldingen van vermoedens van integriteitsinbreuken;

  • c.

    het meewerken bij de afhandeling van een melding;

  • d.

    het bijhouden van een centrale registratie van afgedane integriteitsaffaires.

Artikel

4

De adviseur integriteit brengt jaarlijks aan de secretaris-generaal verslag uit over het aantal malen dat hij is geraadpleegd en de onderwerpen waarover hij heeft geadviseerd in het voorgaande kalenderjaar.

§

3

Het melden

Artikel

5

§

4

Het omgaan met het vermoeden van een misstand (‘klokkenluidersregeling’)

Artikel

6

Artikel

7

§

5

Het omgaan met vermoedens van overige integriteitsinbreuken

Artikel

8

Artikel

9

De leidinggevende informeert de adviseur integriteit ook over afgehandelde overige integriteitsinbreuken die niet op de voet van artikel 8 zijn afgehandeld.

§

6

De vertrouwenspersoon integriteit

Artikel

10

Artikel

11

§

7

Slotbepalingen

Artikel

12

Het Besluit instelling Adviseur Integriteit d.d. 11 augustus 1998 (DPO 98/311M), zoals gewijzigd bij Besluit d.d. 14 juni 1999 (DPO 99/284M), wordt ingetrokken.

Artikel

13

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling hoe om te gaan met signalen inzake misstanden en overige integriteitsinbreuken.

Artikel

14

Dit besluit treedt in werking op 15 mei 2004.

Den Haag
De Minister van Financiën,
namens deze:
de Secretaris-Generaal, R. Gerritse