Verordening van de Sociaal-Economische Raad van 28 mei 2004 houdende regelen terzake van de instelling van de Bestuurskamer en de uitvoering van advies- en bestuurstaken door de Bestuurskamer (Instellingsverordening Bestuurskamer)

Instellingsverordening Bestuurskamer

De Sociaal-Economische Raad;

Besluit:

§

1

Begripsbepaling

Artikel

1

In deze verordening wordt verstaan onder Raad: Sociaal-Economische Raad.

§

2

Bestuurskamer

Artikel

2

Artikel

3

Artikel

4

Indien een besluit van de Bestuurskamer niet unaniem is, wordt dat besluit genomen bij meerderheid van stemmen, waarbij binnen elk der geledingen de sternverhoudingen gelden zoals die voortvloeien uit de ledentallen in de Raad.

§

3

Adviestaken

Artikel

5

§

4

Bestuurstaken

Artikel

6

De taken en bevoegdheden die op grond van de hieronder genoemde bepalingen uit de Wet op de bedrijfsorganisatie zijn toegekend aan de Raad worden, voorzover zij niet dienen te worden uitgeoefend bij verordening, gedelegeerd aan de Bestuurskamer:

Artikel

9

De taken en bevoegdheden die op grond van de Wet assurantiebemiddelingsbedrijf zijn toegekend aan de Raad worden, voorzover zij niet dienen te worden uitgeoefend bij verordening, gedelegeerd aan de Bestuurskamer.

§

4

Slotbepalingen

Artikel

12

Het Besluit instelling Bestuurskamer wordt ingetrokken.

Artikel

13

De Delegatieverordening Bestuurskamer wordt ingetrokken.

Artikel

14

Artikel 2 van het Algemeen machtigingsbesluit adviezen wordt ingetrokken.

Artikel

15

Deze verordening treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van het Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie waarin zij wordt geplaatst.

Artikel

16

Deze verordening wordt aangehaald als: Instellingsverordening Bestuurskamer.

Den Haag
H.H.F. Wijffels voorzitter
N.C.M. van Niekerk algemeen secretaris