Artikel
1
1
De taken en bevoegdheden die in de hierna genoemde regelingen zijn toegekend aan de Raad worden, voorzover zij niet dienen te worden uitgeoefend bij verordening, gedelegeerd aan de Bestuurskamer:
-
a.
Besluit opheffing Landbouwschap (Stb. 2000, 411 );
-
b.
Besluit opheffing Bedrijfschap voor de Groothandel in Eieren en Eiproducten en de Eiproductenindustrie (Stb. 2000, 547);
-
c.
Besluit opheffing Bedrijfschap Pluimveehandel en -industrie (Stb. 2000, 549);
-
d.
Instellingsbesluit Hoofdbedrijfschap Agrarische Groothandel (Stb. 2002, 155);
-
e.
Instellingsbesluit Productschap Dranken (Stb. 2002, 264);
-
f.
Instellingsbesluit Hoofdbedrijfschap Afbouw en Onderhoud (Stb. 2002, 394);
-
g.
Besluit opheffing Bedrijfschap Brood- en Banketbakkersbedrijf (Stb. 2002, 423);
-
h.
Besluit van 18 juni 2003, houdende opheffing van het Bedrijfschap voor de Handel in Tuinbouwzaden (Stb. 2003, 371);
-
i.
Verordening opheffing Produktschap Groenten en Fruit en Produktschap Siergewassen (Stcrt. 2003, 131);
-
j.
Instellingsbesluit Productschap Vee en Vlees (Stb. 2004, 137).
2
In afwijking van het bepaalde in lid 1 worden de in de volgende artikelen toegekende taken en bevoegdheden gedelegeerd aan de Toezichtkamer:
-
a.
artikel 11, vierde lid, van het Besluit opheffing Landbouwschap;
-
b.
artikelen 16, derde lid, 20, eerste en vierde lid, en 23 van het Instellingsbesluit Hoofdbedrijfschap Agrarische Groothandel;
-
c.
artikelen 17, derde lid, 21, eerste en vierde lid, en 24 van het Instellingsbesluit Productschap Dranken;
-
d.
artikelen 16, derde lid, 20, eerste en vierde lid, 22 en 23 van het Instellingsbesluit Productschap Vee en Vlees.