Besluit van 15 maart 2004, houdende de instelling van een productschap voor ondernemingen op het gebied van de veehouderij, de be- en verwerking van en de handel in vee en vlees, alsmede opheffing van het Bedrijfschap voor de Handel in Vee (Instellingsbesluit Productschap Vee en Vlees)

Instellingsbesluit Productschap Vee en Vlees

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op voordracht van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 20 november 2003, nr. AV/CAM/2003/88543, gedaan mede namens Onze Minister van Economische Zaken en Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;
De Raad van State gehoord (advies van 11 december 2003 nr. W12.03.0491/IV);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 9 maart 2004, Directie Arbeidsverhoudingen, nr. AV/CAM/2003/95709, gedaan mede namens Onze Minister van Economische Zaken en Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Hoofdstuk

I:

Instelling productschap

§

1

Begripsbepalingen

Artikel

1

In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

  • a.

    de wet: de Wet op de bedrijfsorganisatie;

  • b.

    het productschap: het Productschap Vee en Vlees;

  • c.

    commissie: een orgaan als bedoeld in artikel 88a van de wet;

  • d.

    de raad: de Sociaal-Economische Raad;

  • e.

    vee: eenhoevige dieren, runderen, varkens, schapen en geiten;

  • f.

    vlees: vlees afkomstig van vee.

Artikel

2

§

2

Het productschap en zijn organen

Artikel

3

Artikel

4

Het bestuur van het productschap bestaat uit 18 leden. Hiervan worden benoemd:

  • a.

    voor ondernemingen op het gebied van de veehouderij drie leden door organisaties van ondernemers en drie leden door organisaties van werknemers;

  • b.

    voor ondernemingen op het gebied van de vleeswaren- en vleesconservenindustrie twee leden door organisaties van ondernemers en twee leden door organisaties van werknemers;

  • c.

    voor ondernemingen op het gebied van de veehandel een lid door organisaties van ondernemers en een lid door organisaties van werknemers;

  • d.

    voor ondernemingen op het gebied van de groothandel in vlees, andere delen van vee of daaruit verkregen producten, alsmede met die handel verwante bedrijven een lid door organisaties van ondernemers en een lid door organisaties van werknemers; en

  • e.

    voor ondernemingen op het gebied van de slagerij en de detailhandel in vlees, vleeswaren en vleesconserven twee leden door organisaties van ondernemers en twee leden door organisaties van werknemers.

Artikel

5

Artikel

6

De Commissie Varkenshouderij bestaat uit negen leden. Daarvan worden zeven leden benoemd door organisaties van ondernemers en twee leden door organisaties van werknemers.

Artikel

7

De Commissie Vleeswarenindustrie bestaat uit zes leden. Daarvan worden drie leden benoemd door organisaties van ondernemers en drie leden door organisaties van werknemers.

Artikel

8

De Commissie Veehandel bestaat uit twaalf leden. Daarvan worden negen leden benoemd door organisaties van ondernemers en drie leden door organisaties van werknemers.

Artikel

9

De Commissie Vleesindustrie bestaat uit twaalf leden. Daarvan worden zes leden benoemd door organisaties van ondernemers en zes leden door organisaties van werknemers.

§

3

Bevoegdheden

Artikel

10

Het productschap is bevoegd tot de regeling of nadere regeling van de in artikel 93, tweede lid, van de wet vermelde onderwerpen of onderdelen daarvan, met uitzondering van onderdeel d: de lonen en andere arbeidsvoorwaarden.

Artikel

11

Bij een op grond van artikel 93, tweede lid, van de wet vastgestelde verordening kan worden bepaald dat deze mede andere dan de in artikel 102, eerste lid, van de wet bedoelde natuurlijke en rechtspersonen bindt, voorzover deze handelingen verrichten die bedrijfsmatig in de ondernemingen waarvoor het productschap is ingesteld, plegen te worden verricht.

Artikel

12

Hoofdstuk

II:

Opheffing bedrijfschap

Artikel

13

In dit hoofdstuk wordt onder bedrijfschap verstaan: het Bedrijfschap voor de Handel in Vee.

Artikel

14

Artikel

15

Artikel

16

Artikel

17

Artikel

18

Artikel

19

Artikel

20

Artikel

21

Indien het fonds, zoals bedoeld in artikel 19, eerste lid, niet toereikend is, wordt hetgeen blijkens de rekening als bedoeld in artikel 20 aan vermogen van het bedrijfschap over is, door het productschap, voorzover noodzakelijk, aangewend ter dekking van het verwachte tekort.

Artikel

22

Hetgeen na afwikkeling van de verplichtingen jegens de gewezen werknemers van het bedrijfschap en hun nabestaanden van het in artikel 19, eerste lid, bedoelde fonds over is, wordt door het productschap, de betrokken organisaties van ondernemers en van werknemers gehoord, een bestemming gegeven, zoveel mogelijk ten nutte van het betrokken deel van het bedrijfsleven. Dit besluit behoeft de goedkeuring van de raad.

Artikel

23

Vermogen van het bedrijfschap dat blijkens de rekening, genoemd in artikel 20 over is, wordt door het productschap, de betrokken organisaties van ondernemers en werknemers gehoord, een bestemming gegeven, zoveel mogelijk ten nutte van het betrokken deel van het bedrijfsleven. Dit besluit behoeft de goedkeuring van de raad.

Artikel

24

Artikel

25

Het productschap draagt in de zin van de Archiefwet 1995 zorg voor de archiefbescheiden van het bedrijfschap.

Hoofdstuk

III:

Overgangs- en slotbepalingen

Artikel

26

Artikel

27

De bestuursleden en hun plaatsvervangers van wie de zittingsperiode ingaat op de datum van inwerkingtreding van dit besluit, treden af op 1 januari 2006.

Artikel

28

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst.

Artikel

29

Dit besluit wordt aangehaald als: Instellingsbesluit Productschap Vee en Vlees.

Lasten en bevelen dat dit besluit in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

's-Gravenhage
Beatrix
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid , A. J. de Geus
De Minister van Economische Zaken , L. J. Brinkhorst
De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit , C. P. Veerman
De Minister van Justitie , J. P. H. Donner