Artikel
1
Begripsbepaling
In deze regeling wordt verstaan onder:
-
a.
minister: minister van onderwijs, cultuur en wetenschap, en wat het voorbereidend beroepsonderwijs betreft aan agrarische opleidingencentra als bedoeld in de Wet educatie en beroepsonderwijs, de minister van landbouw, natuur en voedselkwaliteit;
-
b.
bevoegd gezag: bevoegd gezag van een school of instelling als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs, de Wet op de expertisecentra of de Wet op het voortgezet onderwijs, dan wel bevoegd gezag van een agrarisch opleidingencentrum als bedoeld in de Wet educatie en beroepsonderwijs, voor zover het betreft het daaraan verzorgde voorbereidend beroepsonderwijs;
-
c.
zij-instromer:
-
•
degene die in het schooljaar 2004-2005 of 2005-2006 wordt benoemd of aangesteld met toepassing van artikel 32, vijfde lid, van de Wet op het primair onderwijs, artikel 32, vijfde lid, van de Wet op de expertisecentra of artikel 33, eerste lid onder b ten 3∞, van de Wet op het voortgezet onderwijs,
-
•
degene die eerder aan de school voor voortgezet onderwijs of het agrarisch opleidingencentrum voor zover het betreft het daaraan verzorgde voorbereidend beroepsonderwijs als leraar is benoemd of aangesteld en die in het schooljaar 2004-2005 of 2005- 2006 op grond van het bezit van een geschiktheidsverklaring wordt belast met werkzaamheden waarmee hij eerder niet was belast, of
-
•
degene die eerder aan de school voor voortgezet onderwijs of het agrarisch opleidingencentrum voor zover het betreft het daaraan verzorgde voorbereidend beroepsonderwijs als leraar is benoemd of aangesteld en die in het schooljaar 2004-2005 of 2005- 2006 op grond van het bezit van een geschiktheidsverklaring wordt belast met werkzaamheden waarmee hij eerder maximaal drie jaren was belast op grond van artikel 33, derde of vierde lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs;
-
•
-
d.
geschiktheidsverklaring: verklaring, bedoeld in artikel 176b van de Wet op het primair onderwijs, artikel 162e van de Wet op de expertisecentra of artikel 118k van de Wet op het voortgezet onderwijs;
-
e.
geschiktheidsonderzoek: onderzoek, bedoeld in artikel 176c van de Wet op het primair onderwijs, artikel 162f van de Wet op de expertisecentra of artikel 118l van de Wet op het voortgezet onderwijs;
-
f.
scholings- en begeleidingsovereenkomst: overeenkomst, bedoeld in artikel 38a, eerste lid, van de Wet op het primair onderwijs, artikel 38a, eerste lid, van de Wet op de expertisecentra of artikel 38, eerste lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs;
-
g.
bekwaamheidsonderzoek: onderzoek, bedoeld in artikel 176f van de Wet op het primair onderwijs, artikel 162i van de Wet op de expertisecentra of artikel 118o van de Wet op het voortgezet onderwijs;
-
h.
verletkosten: salariskosten over dat deel van de benoemingsomvang waarbinnen de scholing wordt gevolgd die is overeengekomen in de scholings- en begeleidingsovereenkomst;
-
i.
bijdrage: Projectsubsidie als bedoeld in de Wet overige OCenW-subsidies, aanvullende bekostiging als bedoeld in artikel 85a, eerste lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs, dan wel aanvullende bedragen als bedoeld in artikel 2.2.3, eerste lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs.