kaderbrief: brief waarin de minister het financiële kader voor de jaarlijkse bijdrage aan de coöperaties bekend maakt en tevens, in aanvulling op het ICT-bestek Politie 2001–2005, de actuele prioriteiten aangeeft, waarmee de coöperaties bij de voorbereiding van hun jaarplan en begroting geacht worden rekening te houden.
Artikel
2
1
Jaarlijks stelt de minister aan de coöperaties een financiële bijdrage beschikbaar voor de uitvoering van het ICT-bestek Politie 2001–2005 voor de vernieuwing van de informatiehuishouding van de Nederlandse Politie.
2
Voor 1 februari voorafgaand aan het desbetreffende kalenderjaar zendt de minister de kaderbrief door tussenkomst van de voorzitter aan de coöperaties.
3
Voor 15 november verstrekken de coöperaties de minister door tussenkomst van de voorzitter hun jaarplan en begroting voor het eerstvolgende kalenderjaar en de meerjarenraming voor de drie daaropvolgende jaren.
4
De in het vorige lid genoemde stukken worden overeenkomstig de statuten van de coöperaties vastgesteld.
5
Op basis van de in het derde lid genoemde stukken stelt de minister de financiële bijdrage in de vorm van een lump sum voorlopig vast en doet hij hier voor de aanvang van het desbetreffende begrotingsjaar mededeling aan de coöperaties door tussenkomst van de voorzitter.
6
De bijdrage wordt in 4 gelijke termijnen aan de coöperaties betaalbaar gesteld, respectievelijk 15 januari, 15 april, 15 juli, 15 oktober.
Artikel
3
1
Gedurende het jaar informeren de coöperaties de minister door tussenkomst van de voorzitter driemaandelijks door middel van een kwartaalrapportage over de realisatie van de doelstellingen en de uitputting van de begroting.
2
Tussentijdse wijzigingen van de begroting die leiden tot een hogere bijdrage van het ministerie worden ter instemming aan de minister gezonden, door tussenkomst van de voorzitter.
3
De in het eerste en tweede lid bedoelde stukken worden overeenkomstig de statuten van de coöperaties vastgesteld.
Artikel
4
1
De coöperaties verstrekken de minister jaarlijks ten behoeve van de departementale verantwoording voor 1 mei hun voorlopige jaarverslag en jaarrekening over het voorafgaande jaar. Deze stukken zijn voorzien van een verklaring en een verslag van bevindingen van een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek en worden door tussenkomst van de voorzitter aan de minister aangeboden.
2
De coöperaties verstrekken hun definitieve jaarverslag en jaarrekening voor 1 juli aan de minister door tussenkomst van de voorzitter. Deze stukken worden overeenkomstig de statuten van de coöperaties vastgesteld.
3
Binnen drie maanden na ontvangst van de in het tweede lid genoemde stukken stelt de minister de jaarlijkse bijdrage definitief vast en doet hij hiervan mededeling aan de coöperaties door tussenkomst van de voorzitter.
4
De minister kan besluiten tot gehele of gedeeltelijke terugvordering van de bijdrage indien na beoordeling van de stukken bedoeld in het tweede lid, blijkt dat de bijdrage in het betrokken begrotingsjaar niet tot besteding is gekomen volgens de bepalingen in deze regeling, de in bijlage 1 van deze regeling vermelde wet- en regelgeving en de voorwaarden zoals vermeld in de kaderbrief en tussentijds vastgestelde begrotingswijzigingen.
Artikel
5
1
De minister kan in een controleprotocol nadere regels stellen aan de reikwijdte van de accountantscontrole en de inhoud van de accountantsverklaring en het verslag van bevindingen, bedoeld in artikel 4, eerste lid.
2
Aan ambtenaren van het ministerie wordt door tussenkomst van de voorzitter alle informatie verstrekt die zij noodzakelijk achten. De voorzitter draagt er zorg voor dat de accountant bedoeld in artikel 4, eerste lid, meewerkt aan door of namens de departementale auditdienst van het ministerie in te stellen onderzoek naar de door de accountant verrichte werkzaamheden.
Artikel
6
1
Voor zover het Burgerlijk Wetboek, boek 2, titel 9, de statuten van de coöperaties en deze regeling dat toelaten, is de voor de korpsen geldende wet- en regelgeving zoals vermeld in bijlage 1 bij dit besluit van overeenkomstige toepassing op het financiële beheer en de financiële verslaglegging van de coöperaties.
2
De staat van baten en lasten van de coöperaties wordt indien van toepassing ingedeeld naar de activiteiten projecten, beheer en onderhoud, concernkosten, regieraad en veranderorganisatie.
3
De begroting biedt op hoofdlijnen inzicht in het gehanteerde cost management systeem, met behulp waarvan indien van toepassing bepaalde kosten worden toegerekend aan de activiteiten projecten en beheer en onderhoud.
4
In de kwartaalrapportages wordt bij de onderscheiden activiteiten ingegaan op de technische en financiële realisatie daarvan.
5
In een bijlage bij de begroting en de jaarrekening wordt een specificatie opgenomen van de rekening courant verhouding met de korpsen. Daarin wordt per korps het saldo van de uitstaande vorderingen en schulden, de doorbelaste bijdragen en de betalingen en ontvangsten opgenomen.
Artikel
7
Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na dagtekening van de Staatscourant waarin deze wordt geplaatst.
Artikel
8
Deze regeling wordt aangehaald als:
Bijdrageregeling CIP en ISC.
Deze regeling zal met bijlage en toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
Den Haag
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, J.W.Remkes