Artikel
I
Wijzigt de Auteurswet 1912.
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Wijzigt de Auteurswet 1912.
Wijzigt de Wet op de naburige rechten.
Wijzigt de Databankenwet.
Voor zover uitvoerende kunstenaars of fonogrammenproducenten als bedoeld in het op 20 december 1996 te Genève gesloten Verdrag van de Wereldorganisatie voor de intellectuele eigendom inzake uitvoeringen en fonogrammen (Trb. 1998, 248) rechten kunnen ontlenen aan dat verdrag, kunnen zij aanspraak maken op de daarmee corresponderende rechten uit de Wet op de naburige rechten.
Deze wet laat vóór het in artikel VII van deze wet te bepalen tijdstip verrichte exploitatiehandelingen, alsmede vóór dat tijdstip verworven rechten onverlet.
Onze Minister van Justitie zendt uiterlijk binnen drie jaar na de inwerkingtreding van deze wet en vervolgens telkens na drie jaar aan de Staten-Generaal een verslag over de toepassing van de artikelen 29a en 29b van de Auteurswet 1912, 19 en 19a van de Wet op de naburige rechten en 5a en 5b van de Databankenwet.
De nog niet genummerde leden van artikelen van de Auteurswet 1912 worden genummerd.
De tekst van de Auteurswet 1912 wordt in het Staatsblad geplaatst.
Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.