Artikel
1
2
De commissie heeft tot taak te onderzoeken of en in hoeverre:
-
–
de benoemingsvereisten tot notaris adequaat zijn;
-
–
de geïntroduceerde marktwerking in het notariaat de beoogde effecten heeft gehad;
-
–
ten aanzien van de verschillende aspecten van de beroepsuitoefening de in de wet verankerde mix tussen het publieke domein en het private domein voldoende evenwichtig is met het oog op een efficiënte borging van het publieke belang van rechtszekerheid;
-
–
de mogelijkheid moet bestaan dat een notaris in loondienst werkzaam is van een niet–notaris;
-
–
de wijze waarop de ministerieplicht is vormgegeven voldoet;
-
–
betaling van goodwill bij overname van een notarispraktijk toelaatbaar moet worden geacht;
-
–
invoering van een intercollegiale toetsing in het kader van het borgen van de kwaliteit van de notariële beroepsuitoefening mogelijk is;
-
–
het bestaan van inkoopmacht bij de gebruikers van notariële diensten in overeenstemming is met de onafhankelijkheid en onpartijdigheid van de notaris;
-
–
de leeftijdgrens van 65 jaar voor het uitoefenen van het notarisambt voldoet;
-
–
het mogelijk is om via pro-competitieve maatregelen de positie van de consument te versterken door het vergroten van hun keuzevrijheid met betrekking tot de notariële dienstverlening en het bevorderen van transparantie in de verhouding prijs en kwaliteit.