Verordening van het bestuur van het Bosschap tot het opleggen van heffingen

Verordening Algemene heffing Bosschap 2005

Het bestuur van het Bosschap,

besluit vast te stellen de navolgende

Verordening

artikel

2

Onder beboste oppervlakte worden in deze verordening verstaan:

  • a.

    terreinen tot bos beplant en/of bezaaid;

  • b.

    (kaal)kapvlakte(n) ten aanzien waarvan een publiekrechtelijke herplantplicht bestaat;

  • c.

    hakhout;

  • d.

    kwekerijen voor bosplantsoen, uitgezonderd handelskwekerijen.

Onder hakhout zijn niet begrepen wallen smaller dan 3 meter.

artikel

3

Onder rijbeplanting(en) worden in deze verordening verstaan:

beplanting(en) zich bevindende langs de perceelgrenzen, wegen en dijken en bestaande uit de boomsoorten populier (behalve Italiaanse populier en knotpopulier) end/of wilg (behalve knotwilg) en uit overige boomsoorten.

Onder overige boomsoorten worden uitsluitend verstaan:

inlandse eik, Amerikaanse eik, es (behalve knots), iep en beuk.

artikel

4

Onder omzet wordt in deze verordening verstaan:

het totaalbedrag dat door een bosbouwambachtonderneming in een kalenderjaar in rekening is gebracht aan bosbouwondernemingen en rondhouthandelsbedrijven wegens uitvoering van werkzaamheden met betrekking tot bossen en/of andere houtopstanden en andere dienst-verlening, de bijlevering van materialen, spuitmiddelen e.d. daaronder begrepen, exclusief B.T.W., met dien verstande, dat genoemd totaalbedrag door bosbouwambachtondernemingen die hout op stam en/ of in het bos liggend hout kopen en de daaraan in het bos te verrichten werkzaamheden zelf uitvoeren dient te worden verhoogd met een bedrag dat wordt verkregen door het aantal m3 te vermenigvuldigen met € 11,35.

artikel

5

Onder heffingsplichtige wordt in deze verordening verstaan:

degene, die krachtens het bepaalde in deze verordening heffing is verschuldigd.

artikel

6

artikel

7

De heffing als bedoeld in artikel 6 geschiedt naar beboste oppervlakte(n) en/of rijbeplanting(en).

artikel

8

artikel

9

artikel

10

Rijbeplantingen van gemeenten, die zijn gelegen binnen de bebouwde kom, zoals deze volgens de Bouwverordening is vastgesteld, zijn vrijgesteld van heffing.

artikel

11

  • 1.

    Degene, die op 1 januari 2005 een bosbouwambachtonderneming drijft, is verplicht vóór 1 juli 2005 op een daartoe verstrekt formulier opgave te doen van de in 2004 behaalde omzet, als bedoeld in artikel 4.

  • 2.

    Degene, die op 1 januari 2005 een bosbouwambachtonderneming drijft, wordt een heffing opgelegd voorzover de behaalde omzet als bedoeld in artikel 4 in 2004 € 11. 345,-- of meer bedroeg.

  • 3.

    De heffing bedoeld in lid 2 bedraagt:

    a.

    bij een omzet van

    11.345,-- of meer,

    € 110,50

    doch minder dan

    45.380,--

    b.

    bij een omzet van

    45.380,-- of meer,

    € 216,05

    doch minder dan

    113.445,--

    c.

    bij een omzet van

    113.445,-- of meer,

    € 321,70

    doch minder dan

    226.890,--

    d.

    bij een omzet van

    226.890,-- of meer,

    € 427,25

    doch minder dan

    453.780,--

    e.

    bij een omzet van

    453.780,-- of meer

    € 532,80

artikel

12

artikel

13

Naast de heffingen als bedoeld in de artikelen 6 en 11 wordt aan die ondernemingen een basisheffing opgelegd van € 26,65 Per onderneming.

artikel

14

artikel

15

artikel

16

artikel

17

Slotbepalingen

Zeist
A. Jorritsma-Lebbink voorzitter
G.J.P. Jansen secretaris

Goedgekeurd door de Bestuurskamer van de Sociaal-Economische Raad bij besluit van 2 december 2004.