Verordening van het Hoofdbedrijfschap voor de Detailhandel van 27 oktober 2004, houdende regels terzake van de aan de onder het hoofdbedrijfschap ressorterende ondernemers op te leggen heffing voor het jaar 2005 (Heffingsverordening Hoofdbedrijfschap Detailhandel 2005)

Heffingsverordening Hoofdbedrijfschap Detailhandel 2005

Het Bestuur van het Hoofdbedrijfschap Detailhandel;

Besluit:

§

1

Begripsbepaling en toepassingsgebied

Artikel

1

In deze verordening wordt verstaan onder:

  • a.

    een onderneming: een onderneming waarvoor het hoofdbedrijfschap is ingesteld als bedoeld in artikel 3 van het Instellingsbesluit Hoofdbedrijfschap Detailhandel;

  • b.

    de ondernemer: degene die een onderneming drijft dan wel degenen die gezamenlijk een onderneming drijven;

  • c.

    werkzame personen: de personen die doorgaans tenminste 15 uur per week in de onderneming werkzaam zijn. Deze personen kunnen zijn:

    • -

      al dan niet in dienst van de betrokken onderneming zijnde werknemers;

    • -

      meewerkende ondernemer;

    • -

      meewerkend gezinslid van de ondernemer;

  • d.

    detailhandel: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Instellingsbesluit Hoofdbedrijfschap Detailhandel;

  • e.

    ambulante handel: markthandel, straathandel en handel te water;

  • f.

    verkoopplaats: iedere plaats waar de detailhandel anders dan in de uitoefening van de ambulante handel wordt uitgeoefend, alsmede elke voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waar waren aan particulieren te koop worden aangeboden;

  • g.

    het inkomen: het verzamelinkomen als bedoeld in artikel 2.18 van de Wet inkomstenbelasting 2001 ;

  • h.

    de voorzitter: de voorzitter van het Hoofdbedrijfschap Detailhandel.

Artikel

2

Deze verordening is van toepassing op de ondernemers die een onderneming drijven waarvoor het Hoofdbedrijfschap Detailhandel is ingesteld.

§

2

De heffing

Artikel

3

Artikel

4

Artikel

5

§

3

Geen of gedeeltelijke heffing

Artikel

6

§

4

De vaststelling en oplegging van de heffing

Artikel

8

De beschikking tot oplegging van de heffing is schriftelijk. Op de beschikking wordt in ieder geval vermeld:

  • a.

    de naam en woonplaats dan wel vestigingsplaats van de ondernemer;

  • b.

    het totaal van de vastgestelde heffing;

  • c.

    een beknopte specificatie van de heffing;

  • d.

    de dagtekening van de beschikking;

  • e.

    de termijn waarbinnen de heffing uiterlijk moet zijn betaald;

  • f.

    het registratienummer van de onderneming.

Artikel

9

Artikel

10

Artikel

11

§

5

De betaling van de opgelegde heffing

Artikel

12

§

6

Vermindering van heffing

Artikel

13

Artikel

14

Artikel

15

De verschuldigde heffing kan in uitzonderlijke gevallen worden verminderd of kwijtgescholden, indien naar het oordeel van de voorzitter strikte toepassing van de heffingsverordening tot een voor de betrokken ondernemer onredelijk resultaat leidt.

Artikel

16

Artikel

17

Indien door het verstrekken van onjuiste of onvoldoende gegevens ten onrechte vermindering op grond van artikel 13 of 15 is verleend, wordt de beschiklang op de aanvraag om vermindering ingetrokken.

§

7

Overige bepalingen en slotbepalingen

Artikel

18

De voorzitter neemt de krachtens deze verordening te nemen besluiten, met uitzondering van het besluit voortvloeiende uit artikel 5, lid 5.

Artikel

19

Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na die van afkondiging in het Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie.

Artikel

20

Deze verordening wordt aangehaald als: Heffingsverordening Hoofdbedrijfschap Detailhandel 2005.

Den Haag
A.F. Kolkman voorzitter
E.E. van de Lustgraaf secretaris

Goedgekeurd door de Bestuurskamer van de Sociaal-Economische Raad bij besluit van 2 december 2004.