Verordening van het Hoofdbedrijfschap Ambachten van 3 november 2004 houdende regels terzake van de door het hoofdbedrijfschap aan de ondernemers die het natuursteenbedrijf uitoefenen op te leggen bestemmingsheffing voor het jaar 2005 (Verordening bestemmingsheffing natuursteenbedrijf 2005)

Verordening bestemmingsheffing natuursteenbedrijf 2005

Het bestuur van het Hoofdbedrijfschap Ambachten;
Gehoord het bestuur van het Bedrijfschap Natuursteenbedrijf;

Besluit:

§

1

Begripsbepaling en toepassingsgebied

Artikel

1

In deze verordening wordt verstaan onder:

  • a.

    de voorzitter: de voorzitter van het Hoofdbedrijfschap Ambachten;

  • b.

    de ondernemer: degene die een onderneming drijft, dan wel degenen die gezamenlijk een onderneming drijven;

  • c.

    de omzet: omzet behaald met de onderneming op de Nederlandse markt exclusief BTW;

  • d.

    het hoofdbedrijfschap: het Hoofdbedrijfschap Ambachten;

  • e.

    bestemmingsheffing: heffing die is gebaseerd op artikel 9, tweede lid, van het Instellingsbesluit Hoofdbedrijfschap Ambachten.

Artikel

2

Deze verordening is van toepassing op de ondernemers die een onderneming drijven waarin het natuursteenbedrijf wordt uitgeoefend.

§

2

De heffing

Artikel

3

Artikel

4

§

3

De vaststelling en oplegging van de heffing

Artikel

5

Artikel

6

De voorzitter stelt de heffingen vast op basis van de ingevolge artikel 5 vastgestelde grondslag.

§

4

De betaling van de heffing

Artikel

8

§

5

Vermindering van heffing

Artikel

9

Artikel

10

Indien er sprake is van zodanige omstandigheden dat betaling van de volledige heffing of betaling van welk bedrag dan ook in redelijkheid niet kan worden verlangd, kan de voorzitter op aanvraag van de ondernemer het heffingsbedrag verminderen.

Artikel

11

Artikel

12

Indien door het verstrekken van onjuiste of onvoldoende gegevens ten onrechte vermindering op grond van artikel 9 en 10 is verleend, trekt de voorzitter zijn beschikking op de aanvraag om vermindering in.

§

6

Overige bepalingen en slotbepalingen

Artikel

13

De bevoegdheid om de heffing als bedoeld in artikel 3 op te leggen alsmede de bevoegdheid om de overige krachtens deze verordening te nemen besluiten te nemen, met uitzondering van het besluit voortvloeiende uit artikel 4, zesde lid, is gedelegeerd aan de voorzitter.

Artikel

14

Artikel

15

Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na die van afkondiging in het Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie.

Artikel

16

Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening bestemmingsheffing natuursteenbedrijf 2005.

Den Haag
P. Kalle voorzitter
J.W. Nelson secretaris

Goedgekeurd door de Bestuurskamer van de Sociaal-Economische Raad bij besluit van 16 december 2004 en door Minister van Economische Zaken bij beschikking van 18 februari 2005, nr. EP/MW 5005030.