Verordening van het Hoofdproductschap Akkerbouw van 11 november 2004 houdende regels ter zake van de aan de onder het Hoofdproductschap Akkerbouw ressorterende ondernemers op te leggen heffing voor het jaar 2005 (verordening HPA financieringsheffing teeltaangelegenheden jaar 2005)

Verordening HPA financieringsheffing teeltaangelegenheden jaar 2005

Het bestuur van het Hoofdproductschap Akkerbouw;

Besluit:

§

1

Begripsbepalingen

Artikel

1

Deze verordening verstaat onder:

a.

hoofdproductschap

:

Hoofdproductschap Akkerbouw;

b.

bestuur

:

bestuur van het hoofdproductschap;

c.

dagelijks bestuur

:

dagelijks bestuur van het hoofdproductschap;

d.

voorzitter

:

voorzitter van het hoofdproductschap;

e.

sectormanager

:

als zodanig door het dagelijks bestuur benoemde functionaris die speciaal belast is met teeltaangelegenheden;

f.

commissie

:

Commissie Teeltaangelegenheden;

g.

ondernemer

:

de natuurlijke of rechtspersoon die een onderneming drijft waarvoor het hoofdproductschap is ingesteld;

h.

braakland

:

de gronden die in enig oogstjaar tot en met april van het daaropvolgende oogstjaar niet worden beteeld;

i.

cultuurgrond

:

beteelde grond, braakland;

j.

N.A.K.

:

Stichting Nederlandse Algemene Keuringsdienst voor zaaizaad en pootgoed van landbouwgewassen, gevestigd te Emmeloord;

k.

gemeten maat

:

de oppervlakte beteelbare grond, inclusief paden en voren die voor de teelt noodzakelijk zijn;

l.

contractteelt

:

de teelt van gewassen of producten ingevolge een overeenkomst.

§

2

Heffingsbepalingen

Artikel

2

Artikel

3

§

3

Ambtshalve heffing

Artikel

4

§

4

Contributie-aftrek

Artikel

5

Artikel

6

Een ondernemersorganisatie wordt op haar schriftelijk en gemotiveerd verzoek door het bestuur aangewezen, indien zij één of meer leden in het bestuur heeft benoemd en overigens indien zij een vereniging met volledige rechtsbevoegdheid is en voorts naar het oordeel van het bestuur:

  • a.

    krachtens haar statutaire doelstelling haar werkzaamheid kan uitstrekken tot ten minste een belangrijk gedeelte van het terrein waarop het hoofdproductschap een taak heeft te vervullen;

  • b.

    voldoet aan de kwalitatieve representativiteitscriteria, genoemd in de artikelen 3 tot en met 7 van de Verordening representativiteit organisaties van de Sociaal Economische Raad;

  • c.

    tot de werkingssfeer van het hoofdproductschap behorende leden heeft, waarvan het gewogen aantal niet onbetekenend is;

  • d.

    met betrekking tot de behartiging van sociaal-economische belangen van ondernemers een positie van enige betekenis inneemt binnen de groep van ondernemers die zij beoogt te organiseren, hetgeen onder meer kan blijken uit de mate van representativiteit binnen die groep, de deelname aan het arbeidsvoorwaardenoverleg, het verrichten van studies of diensten die ook buiten die groep van belang worden geacht en de deelname aan regelmatig overleg met de overheid, en

  • e.

    haar activiteiten, al dan niet door middel van een federatie van gelijksoortige organisaties, landelijk ontplooit.

Artikel

7

Een verzoek tot aanwijzing van een ondernemersorganisatie als bedoeld in artikel 6 wordt ingediend vóór 1 januari van het jaar 2006. De aanwijzing geldt niet eerder dan voor het volgende kalenderjaar.

Artikel

8

Artikel

9

De aftrek, bedoeld in artikel 5, eerste lid, bedraagt 70% van de betaalde contributie met een maximum van 50% van de voor de ondernemer geldende heffing.

Artikel

10

Artikel

11

De heffingen bedoeld in artikel 2 zijn bestemd voor de huishoudelijke uitgaven van de commissie.

§

5

Betaling van de heffing

Artikel

12

Artikel

13

In afwijking van artikel 12 is de nota terstond invorderbaar:

  • a.

    zodra het faillissement van de ondernemer is aangevraagd;

  • b.

    zodra de ondernemer het drijven van de onderneming beëindigt of van het voornemen daartoe blijkt; of

  • c.

    zodra de ondernemer zich metterwoon in het buitenland heeft gevestigd of van het voornemen daartoe blijkt.

Artikel

14

De sectormanager kan, namens het bestuur, besluiten nota's met een bedrag minder dan € 50,-- samen te voegen tot verzamelnota's, welke op meerdere transacties of perioden betrekking hebben.

Artikel

15

Aan de ondernemer die niet of niet geheel binnen de in artikel 12 gestelde termijn heeft betaald, kan door de sectormanager, namens het bestuur, de wettelijke interest over het niet- betaalde bedrag in rekening worden gebracht, te berekenen vanaf de dag waarop de betaling uiterlijk dient te zijn verricht ingevolge de aanmaning bedoeld in artikel 127, tweede lid, van de Wet op de bedrijfsorganisatie.

§

6

Slotbepalingen

Artikel

16

Artikel

17

Een besluit als bedoeld in artikel 10, tweede lid wordt bekendgemaakt in het Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie en treedt in werking met ingang van de tweede dag na die van haar bekendmaking, tenzij het betreffende besluit anders bepaalt.

Artikel

18

Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2005.

Indien het Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie waarin deze verordening wordt geplaatst, wordt uitgegeven na 31 december 2004, treedt zij in werking de tweede dag na publicatie in het Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie en werkt zij terug tot en met 1 januari 2005, met uitzondering van het in artikel 12 van de Verordening HPA registratie en verstrekking van gegevens 2003 bepaalde.

Artikel

19

Deze verordening wordt aangehaald als Verordening HPA financieringsheffing teeltaangelegenheden jaar 2005.

Den Haag
Th.A.M. Meijer voorzitter
R.J.M. ten Berge secretaris

Goedgekeurd door de Bestuurskamer van de Sociaal-Economische Raad bij besluit van 16 december 2004.

Bijlage

Als ondernemersorganisaties, bedoeld in artikel 5, tweede lid, worden aangewezen:

  • 1.

    Noordelijke Land- en Tuinbouworganisatie (NLTO)

  • 2.

    Gewestelijke Land- en Tuinbouworganisatie (GLTO)

  • 3.

    Westelijke Land-en Tuinbouworganisatie (WLTO)

  • 4.

    Zuidelijke Land- en Tuinbouworganisatie (ZLTO)

  • 5.

    Limburgse Land- en Tuinbouwbond (LLTB)

  • 6.

    Vereniging van Biologisch-Dynamische Boeren (BD-BV)

  • 7.

    Nederlandse Vereniging voor de Ecologische Landbouw (NVEL)

  • 8.

    Vereniging Beroepskring Agrariërs-GMV

  • 9.

    Nederlandse Akkerbouw Vakbond - NAV