-
1.
De vergoedingen worden onderscheiden in een vacatievergoeding en een vergoeding van reis- en verblijfkosten.
-
2.
De vacatievergoeding wordt door het bestuur vastgesteld hetzij op een bedrag per vergadering, hetzij op een bedrag per dagdeel waarin wordt vergaderd. De vacatievergoeding bedraagt per vergadering of dagdeel ten hoogste € 360.
Indien de vergoeding op een bedrag per vergadering wordt vastgesteld, geldt als voorwaarde dat voor twee of meer vergaderingen die binnen één dagdeel aanvangen en eindigen, slechts eenmaal een vacatievergoeding wordt toegekend.
-
3.
De vergoeding van reis- en verblijfkosten wordt door het bestuur vastgesteld hetzij in de vorm van een regeling waarbij de werkelijk gemaakte kosten op declaratie worden vergoed, hetzij in de vorm van een passend te achten forfaitaire vergoeding waarin met de afstand tussen woonplaats en vergaderplaats rekening is gehouden.
-
4.
In de vergoedingenregelingen dienen de presentielijsten van de vergaderingen als het uitsluitende bewijs dat de betrokken personen de vergaderingen bijwoonden of voorzaten.
-
5.
Aan de voorzitter van een bedrijfslichaam, niet zijnde een plaatsvervangende voorzitter, alsmede aan de voorzitter van een orgaan bedoeld in artikel 88a van de wet, kunnen in plaats van de vergoeding bedoeld in punt 2 van deze richtlijnen, een of meer vaste vergoedingen op jaarbasis worden toegekend.
-
6.
De vaste vergoedingen voor de voorzitter worden door het bestuur vastgesteld op een bedrag voor elk dagdeel dat de voorzitter per week als regel voor het bedrijfslichaam werkzaam is. Het aantal dagdelen wordt in overleg tussen voorzitter en bestuur bepaald. Het bedrag per dagdeel en het aantal in aanmerking genomen dagdelen worden in de verordening vermeld. Het totaal van de vaste vergoedingen, onverschillig onder welke benaming en voor welk doel zij worden toegekend, bedraagt op jaarbasis per dagdeel ten hoogste € 10.800.
-
7.
Aan de voorzitter kan naast de vaste vergoedingen een vergoeding van de werkelijk gemaakte reis- en verblijfkosten worden toegekend.
-
8.
Het in de richtlijn 6 bedoelde aantal dagdelen wordt per kalenderjaar bepaald.
-
9.
In afwijking van het bovenstaande kunnen de vaste vergoedingen voor voorzitters van (hoofd)productschappen door het bestuur bij verordening worden vastgesteld op ten hoogste het bedrag van schaal 16, opgenomen in de salarisverordening, verhoogd met 16,5 procent, afgerond op hele euro's en uitgaande van een voltijdse functievervulling. Daarnaast kan het bestuur arbeidsvoorwaarden van het personeel van het bedrijfslichaam van toepassing verklaren op bedoelde voorzitters. In de verordening wordt verwezen naar de toepasselijke arbeidsvoorwaarden, zo nodig onder vermelding van bedragen of percentages.