Verordening van de Sociaal-Economische Raad van 17 december 2004 houdende regels ter zake van het opleggen van een heffing ter bevordering van de scholing en vorming van ondernemingsraadsleden (Verordening heffing scholing en vorming ondernemingsraadsleden 2005)

Verordening heffing scholing en vorming ondernemingsraadsleden 2005

De Sociaal-Economische Raad;
Gehoord het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen;
Gehoord de Raad voor het Overheidspersoneelsbeleid;

Besluit:

§

1

Begripsbepalingen

Artikel

1

In deze verordening wordt verstaan onder:

  • a.

    onderneming: elk in de maatschappij als zelfstandige eenheid optredend organisatorisch verband waarin krachtens arbeidsovereenkomst of krachtens publiekrechtelijke aanstelling arbeid wordt verricht;

  • b.

    ondernemer: de natuurlijke persoon of de rechtspersoon die een onderneming in stand houdt;

  • c.

    Raad: Sociaal-Economische Raad;

  • d.

    Bestuurskamer: commissie, ingesteld bij verordening RE 9/2004 van de Raad op grond van artikel 19 van de Wet op de bedrijfsorganisatie;

  • e.

    UWV: het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, genoemd in hoofdstuk 5 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen.

§

2

Heffing

Artikel

2

§

3

Grondslagen en afdrachten

Artikel

3

Artikel

4

§

4

Slotbepalingen

Artikel

5

Deze verordening wordt geplaatst in het Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie en in de Staatscourant.

Artikel

6

Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2005. Indien het Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie waarin deze verordening wordt geplaatst, wordt uitgegeven na 30 december 2004, treedt zij in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van het Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie waarin zij wordt geplaatst, en werkt zij terug tot en met 1 januari 2005.

Artikel

7

Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening heffing scholing en vorming ondernemingsraadsleden 2005.

Den Haag
H.H.F. Wijffels voorzitter
N.C.M. van Niekerk algemeen secretaris

Goedgekeurd door de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid bij beschikking van 17 januari 2005, nummer AV/CAM/2004/89344.