Besluit van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 22 december 2004, nr. DJB/JZ-2540278, houdende regels met betrekking tot de uitkeringen jeugdzorg aan de provincies en eisen ten aanzien van het provinciale subsidiebeleid (Regeling bekostiging jeugdzorg)
Regeling bekostiging jeugdzorg
De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en de Minister van Justitie,
uitkeringen: de uitkering bureau jeugdzorg en de uitkering zorgaanbod.
Hoofdstuk
2
De uitkeringen aan de provincie
Paragraaf
1
Betaling
Artikel
2
De uitkeringen worden betaald volgens het schema opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 1.
Paragraaf
2
Controleprotocol en rapportage
Artikel
3
Vervallen
Paragraaf
3
Inrichting van het uitvoeringsprogramma
Artikel
4
Het uitvoeringsprogramma wordt, voor zover het betreft het overzicht, bedoeld in artikel 32, tweede lid, van de wet, ingericht overeenkomstig het model opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 3.
Hoofdstuk
3
Eisen met betrekking tot subsidiëring van een stichting of zorgaanbieder door de provincie
Paragraaf
1
De wijze waarop het bedrag van de subsidie wordt bepaald
Artikel
5
1
Provinciale staten hanteren als grondslag voor de subsidiëring, de activiteiten zoals deze voor de vaststelling van een normbedrag zijn omschreven in de regeling bedoeld in de artikelen 2, tweede lid, en 6 van het besluit.
2
Provinciale staten kunnen de activiteiten, voor zover het zorgaanbieders betreft, onderverdelen.
Paragraaf
2
Toezicht op de rechtmatige en doelmatige besteding van subsidies
Artikel
6
1
Provinciale staten verplichten de stichting en de zorgaanbieders de jaarlijkse verantwoording te voorzien van een verklaring van een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek. De verklaring is opgesteld overeenkomstig het model opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 4 en gaat vergezeld van een rapportage omtrent de naleving van de wettelijke voorschriften.
2
Provinciale staten verplichten de stichting en de zorgaanbieders de accountantscontrole te laten uitvoeren met inachtneming van tenminste het protocol opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 4.
3
Provinciale staten verplichten de zorgaanbieders er voor zorg te dragen dat:
a.
de cliëntenadministratie op overzichtelijke en doelmatige wijze wordt gevoerd;
b.
de cliëntenadministratie een juist, volledig en actueel beeld geeft van de verleende zorg, waarbij een relatie wordt gelegd met de zorg waarop een cliënt aanspraak heeft;
c.
van de aanspraken en van de verleende zorg deugdelijke bewijsstukken aanwezig zijn, waaruit de aard en de omvang van de aanspraken en de verleende zorg duidelijk blijken.
4
Het eerste lid is niet van toepassing, indien de voor het boekjaar begrote exploitatielasten van de stichting of de zorgaanbieder € 250.000 of minder bedragen.
Artikel
7
Provinciale staten verplichten de stichting en de zorgaanbieder er voor zorg te dragen dat de accountant, bedoeld in artikel 6, meewerkt aan door of namens de provincie in te stellen onderzoeken naar de door de accountant verrichte controlewerkzaamheden.
Hoofdstuk
4
Slotbepalingen
Artikel
8
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2005. Indien de Staatscourant waarin deze regeling wordt geplaatst, wordt uitgegeven na 30 december 2004, treedt zij in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van die Staatscourant en werkt terug tot en met 1 januari 2005.
Artikel
9
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling bekostiging jeugdzorg.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, C.I.J.M.Ross-van Dorp
De Minister van Justitie, J.P.H.Donner
Bijlage
1
Betalingsschema uitkeringen jeugdzorg
januari
15%
februari
7%
maart
7%
april
7%
mei
15%
juni
7%
juli
7%
augustus
7%
september
3%
oktober
11%
november
14%
Bijlage
2
behorende bij de Regeling bekostiging jeugdzorg
Controleprotocol voor de accountantscontrole bij provincies
Controleprotocol voor de accountantscontrole bij stichtingen en zorgaanbieders
1. Inleiding
Waar in dit protocol wordt gesproken van instelling wordt daaronder verstaan een bureau jeugdzorg of een zorgaanbieder.
Het controleprotocol is opgesteld ten behoeve van de door de instellingen met de controle belaste accountant ter zake van de reikwijdte en diepgang van de controle op de naleving van de voorschriften, verbonden aan de besteding van de uit hoofde van de Wet op de jeugdzorg verleende subsidie, en de rapportering daarover.
Belangrijk uitgangspunt van dit protocol is dat de reikwijdte van de accountantscontrole en de accountantsverklaring zowel betrekking hebben op de rechtmatigheid als het getrouwe beeld van de jaarrekening. De inhoud van dit protocol sluit aan bij het zogeheten Handboek Controle DAD, dat geldt voor de accountantscontrole bij het Rijk. Tevens is aansluiting gezocht bij de bepalingen van het Besluit Accountantscontrole gemeenten (Stb. 2002, nr. 68).
2. Reikwijdte accountantsverklaring en tolerantie
De accountant dient een gekwantificeerd oordeel te geven over de mate van getrouwheid en rechtmatigheid van de jaarrekening. Een goedkeurende verklaring wordt afgegeven indien de totale omvang van de onjuistheden en onzekerheden binnen zekere grenzen blijven. Deze grenzen zijn gerelateerd aan het totaal van de aan de instelling uit hoofde van de Wet op de jeugdzorg in het boekjaar verleende subsidies. De grens voor onjuistheden en onzekerheden bedraagt 1% (maximale fout) respectievelijk 3% (maximale onzekerheid). Indien een of meer van bovengenoemde grenzen worden overschreden rapporteert de accountant over de financiële omvang van de aangetroffen onjuistheden en onzekerheden. De accountantsverklaring heeft een betrouwbaarheid van minimaal 95%, conform de gebruikelijke beroepsopvatting.
Het is aan de accountant zelf om in de controlemix keuzes te maken zodat een verantwoorde uitspraak kan worden gedaan ten aanzien van de fouten en onzekerheden. Tevens stelt de accountant zelfstandig vast of en in hoeverre bij de uitvoering van de controlewerkzaamheden gesteund kan worden op de interne controlemaatregelen. Beide punten beïnvloeden de omvang en de grootte van de mogelijk uit te voeren gegevensgerichte deelwaarneming (steekproef).
De uitwerking gegeven van de consequenties van het overschrijden van de diverse foutenmarges voor het accountantsoordeel is als volgt:
Soort af te geven accountantsoordeel bij diverse niveaus van goedkeuringstoleranties
Fouten
< 1%
< 1%
< 1%
Onzekerheden
< 3%
> 3%, < 10%
> 10%
Oordeel
Goedkeurend
Beperking
Oordeelsonthouding
Fouten
> 1%, < 3%
> 3%,
Onzekerheden
< 3%
< 3%
Oordeel
Beperking
Oordeelsonthouding
De accountant brengt zijn oordeel over de getrouwheid en rechtmatigheid van de verantwoording van de instelling tot uitdrukking volgens de in de annex opgenomen modelverklaring. De ‘oordeelsparagraaf’ van deze verklaring dient als volgt te worden geïnterpreteerd ‘Namelijk dat de accountant van oordeel is dat de jaarrekening van de instelling getrouw weergeeft van zowel de activa en passiva per ultimo boekjaar als de baten en lasten over het boekjaar, alsmede dat de in de jaarrekening opgenomen baten en lasten, alsmede dat balansmutaties tot stand zijn gekomen in overeenstemming met van toepassing zijnde wettelijke regelingen en dat het onderhavige controleprotocol is nageleefd’.
Indien de accountant geen goedkeurend (getrouwheids- en/of rechtmatigheids) oordeel over de jaarrekening geeft, vermeldt hij in een toelichting op de accountantsverklaring de hieraan ten grondslag liggende oorzaken. Tevens wordt per oorzaak de omvang van het financiële belang vermeld van de geconstateerde onjuistheden respectievelijk van de onzekerheden.
Indien naar het oordeel van de accountant risico's (blijven) bestaan op het niet kunnen verstrekken van een goedkeurende verklaring over toekomstige boekjaren, dan rapporteert hij hierover in de toelichting op de accountantsverklaring met vermelding van de redenen/oorzaken/risico's. De accountant gaat daarbij in op door de instelling inmiddels getroffen maatregelen ter voorkoming van de geconstateerde gebreken. De accountant rapporteert daarbij tevens over de toereikendheid in opzet en (voor zover de maatregelen zijn geïmplementeerd) werking van die maatregelen.
3. Regelgeving
Voor wat betreft het rechtmatigheidaspect betrekt de accountant in zijn oordeel de wet- en regelgeving, die specifiek is voor de instelling. Het gaat om de volgende regelgeving:
Europese aanbestedingsrichtlijnen:Richtlijn 93/36/EEG voor de coördinatie van opdrachten voor Leveringen, Richtlijn 92/50/EEG voor de coördinatie van de opdrachten voor Diensten, Richtlijn 93/37/EEG voor de coördinatie van de procedures voor het aanbesteden van Werken, Wijzigingsrichtlijn 97/52/EEG voor Diensten, Leveringen en Werken.
Nederlandse wet- en regelgeving:Besluit overheidsaanbestedingen Stbl. 436 (1997) en 542 (1998), Raamwet EEG-voorschriftenoverheidsaanbestedingen 212 j° (1993) , 305 (1993), 379 (1994), 436 (1997), 542 (1998).
De controle op de naleving van de aan de subsidieverstrekking verbonden voorschriften wordt gerekend tot de normale aandacht van de accountant. Daarvoor hanteert de accountant bij zijn oordeelsvorming de gebruikelijke toleranties. Voor een aantal bepalingen van de toepasselijke wet- en regelgeving wordt een ander soort aandacht gevraagd dan voor een gebruikelijke controle van een jaarrekening.
Ten aanzien van de controle worden de volgende soorten aandacht onderscheiden.
Normale aandacht
Voor de verklaring van getrouwheid en rechtmatigheid bij de jaarrekening zal de accountant normale aandacht dienen te schenken aan een aantal voorschriften uit de toepasselijke wet- en regelgeving.
Voor zover in het onderstaande niet is uitgegaan van procedurele of speciale aandacht heeft de hierboven genoemde wet- en regelgeving normale aandacht.
Procedurele aandacht
Gezien de grenzen van zijn deskundigheid wordt de accountant niet geacht alle bepalingen in wet- en regelgeving inhoudelijk te toetsen. In een aantal gevallen kan de accountant zich beperken tot de beoordeling van de opzet en het bestaan van de relevante administratieve organisatie en daaronder begrepen maatregelen van interne controle. Van de accountant wordt voor deze bepalingen geen oordeel verwacht over de inhoudelijke juistheid van de naleving.
Bepalingen met procedurele aandacht:
Het bureau jeugdzorg
– de opzet en de werking van de informatieverzameling en -verwerking van de gegevens die geleverd moeten worden uit hoofde van artikel 44, zesde lid, van de Wet op de jeugdzorg (beleidsinformatie).
Speciale aandacht
Bij speciale aandacht gaat het om bepalingen, die bij de controle van de getrouwheid en rechtmatigheid van de jaarrekening voor de Ministers van VWS en Justitie van bijzonder belang zijn. In dergelijke gevallen geldt voor de oordeelsvorming een kleinere tolerantie, dan gebruikelijk is voor bepalingen, die normale aandacht hebben. Van de accountant wordt verwacht dat hij over de gecontroleerde afwijkingen rapporteert, ook indien de afwijkingen voor zijn oordeelsvorming over de getrouwheid en rechtmatigheid van de jaarrekening niet van materiële betekenis zijn.
de accountant stelt de volledigheid vast van de meldingen door het bureau jeugdzorg aan het landelijk bureau inning onderhoudsbijdragen (LBIO) over de aanvang en de beëindiging van jeugdzorg waarvoor een ouderbijdrage op grond van de wet verschuldigd is (artikel 12 van de Wet op de jeugdzorg);
–
de accountant stelt de juistheid vast van de aantallen jeugdigen, waarvoor de stichting een van de taken, bedoeld in artikel 10, eerste lid onder a tot en met d, van de Wet op de jeugdzorg uitvoert: In dit verband beoordeelt de accountant de opzet, het bestaan en de werking van de beheersmaatregelen rond de registratie van jeugdigen (IJ systeem).
Zorgaanbieders
–
de accountant stelt vast dat de subsidie door de zorgaanbieder slechts is aangewend voor de taken, bedoeld in artikel 41, tweede lid, van de wet;
–
de accountant stelt vast dat op de verleende zorg, die door de zorgaanbieder voor subsidie in aanmerking is gebracht, aanspraak bestond op grond van de Wet op de jeugdzorg, blijkend uit een besluit van de betrokken stichting als bedoeld in artikel 6 van de Wet op de jeugdzorg, waarin is vastgesteld dat een cliënt is aangewezen op de in dat besluit opgenomen jeugdzorg of een document waaruit blijkt dat een cliënt een aanspraak heeft als bedoeld in artikel 3 van het Uitvoeringsbesluit jeugdzorg of een beslissing van de rechter, de selectiefunctionaris of de directeur als bedoeld in artikel 3, derde lid, tweede volzin, van de Wet op de jeugdzorg. In het bijzonder stelt de accountant vast dat de termijn gedurende welke de aanspraak geldt niet is overschreden.
4. Toelichting op de accountantsverklaring
Van de accountant wordt verwacht dat hij een toelichting op de accountantsverklaring geeft ten aanzien van de volgende aspecten:
–
de oorzaken die ten grondslag liggen aan het niet afgeven van een goedkeurende verklaring, waarbij per oorzaak de omvang van het financiële belang wordt vermeld van de geconstateerde onjuistheden respectievelijk van de onzekerheden.
–
De bevindingen met betrekking tot bepalingen met procedurele respectievelijk speciale aandacht.
–
ongeacht de aard van de bevindingen, de volgende onderwerpen:
Voor alle instellingen
•
De toereikendheid in het algemeen van de opzet, het bestaan en de werking van de administratieve organisatie, waaronder begrepen de richtlijnen en werkinstructies voor de met de uitvoering belaste medewerkers en de tijdige aanpassing daarvan als gevolg van wijzigingen in wet- en regelgeving. Hierbij rapporteert de accountant tevens over de bevindingen inzake de naleving van wet- en regelgeving in het algemeen en (voor zover de bevindingen niet zijn vermeld bij de accountantsverklaring) in het bijzonder over de betreffende wetsartikelen (c.a.) met procedurele en speciale aandacht, alsmede de naleving van het voorschrift Informatiebeveiliging Rijksoverheid.
•
De toereikendheid van de maatregelen, die het management van de instelling voornemens is te nemen om eventuele tekortkomingen in de administratieve organisatie weg te nemen c.q. geconstateerde risico’s te beheersen.
•
Baten, niet zijnde subsidies uit hoofde van de Wet op de jeugdzorg, dienen apart en per ontstaansgrond uit de jaarrekening te blijken. Voorzover deze baten ook lasten met zich brengen, dienen deze per ontstaansgrond separaat in de jaarrekening te worden toegelicht. De lasten dienen op een bedrijfseconomisch aanvaardbare grondslag te zijn berekend. De gehanteerde grondslag wordt toegelicht in de jaarrekening.
•
Vaststelling, dat de instelling zich houdt aan de regelgeving inzake overheidsopdrachten (waaronder het besluit overheidsaanbestedingen c.q. de aanbestedingsrichtlijn van de EU). Met betrekking tot de controle op de naleving van de voorschriften inzake Europese aanbesteding zijn met name de geldende drempelbedragen en de specifieke criteria van leveringen en diensten van belang.
Voor de bureaus jeugdzorg
•
De werking van de procedures voor het registeren van de gegevens die bepalend zijn voor de subsidieverstrekking uit hoofde van de Wet op de jeugdzorg. In dit verband dient in kwantitatieve zin ingegaan te worden op de resultaten van het onderzoek naar de getrouwheid en rechtmatigheid van de verantwoording met betrekking tot de aantallen, die betrekking hebben op de activiteiten genoemd in de regeling normbedragen jeugdzorg.
Annex bij het controleprotocol voor de accountantscontrole bij stichtingen en zorgaanbieders
Model accountantsverklaring ten behoeve van de verantwoording door stichtingen en zorgaanbieders
Opdracht
Wij hebben de jaarrekening jaartal van naam organisatie te plaatsnaam gecontroleerd.
Werkzaamheden
Bij onze controle hebben wij nagegaan of de jaarrekening voldoet aan de volgende eisen:
a.
de jaarrekening geeft getrouw zowel de baten als lasten over jaartal als de activa en passiva per datum, weer en
b.
de in de jaarrekening opgenomen baten en lasten, alsmede de balansmutaties zijn tot stand gekomen in overeenstemming met de van toepassing zijnde wettelijke regelingen.
Onze controle is verricht overeenkomstig in Nederland algemeen aanvaarde richtlijnen met betrekking tot controleopdrachten en in overeenstemming met bijlage 4, behorend bij de Regeling bekostiging jeugdzorg. Onze controle is ingevolge de in Nederland algemeen aanvaarde richtlijnen zodanig gepland en uitgevoerd, dat een redelijke mate van zekerheid bestaat dat de jaarrekening geen onjuistheden van materieel belang bevat. De controle omvatte onder meer een onderzoek door middel van deelwaarnemingen van informatie ter onderbouwing van de bedragen en toelichtingen in de jaarrekening. Tevens omvatte de controle een beoordeling van de grondslagen voor financiële verslaggeving die bij het opmaken van de jaarrekening zijn toegepast en van belangrijke schattingen die het bevoegd gezag van de instelling heeft gemaakt, alsmede een algehele evaluatie van het beeld van de jaarrekening.
Wij zijn van mening dat onze controle een deugdelijke grondslag vormt voor ons oordeel.
Oordeel
Wij zijn van oordeel dat de jaarrekening van naam organisatie voldoet aan de hierboven omschreven eisen.
Tevens delen wij mede dat het bij of krachtens de Wet op de jeugdzorg bepaalde omtrent de subsidieverstrekking is nageleefd.
Overig
Wij hebben op grond van dit controleprotocol een toelichting op de accountantsverklaring opgesteld, waarin nader wordt ingegaan op die aspecten waarover aan de Ministers van VWS en Justitie gerapporteerd moet worden.