Artikel
1
In dit besluit wordt verstaan onder:
-
a.
minister: de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;
-
b.
commissie: de commissie, bedoeld in artikel 2.
Besluit
In dit besluit wordt verstaan onder:
minister: de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;
commissie: de commissie, bedoeld in artikel 2.
De commissie heeft tot taak te adviseren over de totstandkoming van een voorziening voor de dans met als primair verzorgingsgebied de drie zuidelijke provincies. Het hoofddoel van de voorziening is het verzorgen van een kwalitatief hoogstaand en divers aanbod voor de grote en kleine zaal. Hierbij staat voorop dat de voorziening geworteld moet zijn in de zuidelijke culturele infrastructuur, in het bijzonder die op het gebied van de dans.
Het advies betreft in ieder geval:
de structuur en het profiel van deze voorziening;
de vestigingsplaats van de nieuwe dansvoorziening.
De commissie verstrekt aan de minister desgevraagd de voor de uitoefening van zijn taak benodigde inlichtingen.
De commissie bestaat uit een voorzitter, de heer R. Haks, en de volgende overige leden:
de heer H. Focking (op voordracht van de provincie Limburg);
mevrouw A.J. Swinnen (op voordracht van de provincie Noord-Brabant);
mevrouw M.S. van Dijk (op voordracht van de provincie Zeeland);
mevrouw F. van Dijk-de Bloeme (op voordracht van het Ministerie van OCW).
De commissie kan zich door andere personen doen bijstaan voorzover dat voor de vervulling van haar taak nodig is, waaronder – op persoonlijke titel – ambtelijke deskundigen.
De commissie brengt vóór 25 december 2004 haar advies over de structuur, het profiel en de vestigingsplaats van de dansvoorziening uit aan de minister en Gedeputeerde Staten van de provincies Limburg, Noord-Brabant en Zeeland.
De voorzitter en andere leden van de commissie, voor zover geen ambtenaar, ontvangen per vergadering een beloning op basis van het Vacatiegeldenbesluit 1988 en de daarop gebaseerde voor het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap geldende bepalingen, alsmede een vergoeding voor de reis- en verblijfkosten volgens de bestaande rijksregelingen.
De kosten van de commissie komen, voor zover goedgekeurd, voor rekening van de minister.
De commissie neemt geheimhouding in acht ten aanzien van alle informatie die in het kader van haar werkzaamheden bekend wordt en waarvan het karakter als vertrouwelijk is aan te merken.
De commissie zorgt ervoor dat door een ieder die betrokken is bij de werkzaamheden van de commissie, geheimhouding in acht wordt genomen ten aanzien van alle informatie die in het kader van die werkzaamheden bekend wordt en waarvan het karakter als vertrouwelijk is aan te merken.
Rapporten, notities, verslagen en andere producten die door of namens de commissie worden vervaardigd, worden niet door de commissie openbaar gemaakt, maar uitsluitend aan de minister en Gedeputeerde Staten van de provincies Limburg, Noord-Brabant en Zeeland uitgebracht.
De commissie draagt zo spoedig mogelijk na beëindiging van haar werkzaamheden of, zo de omstandigheden daartoe aanleiding geven, zoveel eerder, de bescheiden betreffende die werkzaamheden over aan het archief van de directie Kunsten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.
Dit besluit wordt aangehaald als: Instellingsbesluit adviescommissie ‘Zuidelijke Dansvoorziening’.
Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.