een netwerk van culturele instellingen en scholen in de in de bijlage genoemde gemeenten of de provincies.
Artikel
2
Doelomschrijving
De minister verstrekt aan het bevoegd gezag een subsidie voor de schooljaren 2005 - 2006 en 2006 - 2007, of alleen voor schooljaar 2006 - 2007, waarmee de desbetreffende school een visie ontwikkelt op de plaats van cultuureducatie in haar onderwijsprogramma en deze visie in samenwerking met haar culturele omgeving vertaalt in een samenhangend geheel van cultuureducatieve activiteiten.
Artikel
3
Aanvrager van een subsidie
1
Een subsidie wordt op aanvraag verleend aan het bevoegd gezag ten behoeve van de in de aanvraag genoemde school.
De subsidie bestaat per schooljaar waarvoor subsidie wordt toegekend telkens uit een bedrag van € 10,90 per leerling van de school. Het aantal leerlingen per schooljaar wordt vastgesteld op basis van de teldatum 1 oktober van het voorafgaande schooljaar.
Artikel
5
Subsidieplafond en verdeling
1
Voor subsidieverlening is een totaalbedrag beschikbaar van € 16.200.000,-. Voor toekenningen voor de schooljaren 2005 - 2006 en 2006 - 2007 is € 10.800.000,- bestemd, gelijkelijk verdeeld over beide jaren. Voor toekenningen voor het schooljaar 2006 - 2007 is € 5.400.000,- bestemd.
2
De minister kent het voor subsidie beschikbare bedrag toe in volgorde van de datum van ontvangst van de aanvragen.
3
Bij de toekenning van de subsidie voor de schooljaren 2005 - 2006 en 2006 - 2007 wordt, met inachtneming van het eerste en tweede lid, een evenredige toekenning aangehouden over de in de bijlage genoemde regio’s. Ten behoeve van aanvragende schoolbesturendie binnen deze regio’s vallen, is in het schooljaar 2005 - 2006 voor elke regio een bedrag beschikbaar dat maximaal overeenkomt met 30% van het aantal leerlingen dat onder de desbetreffende regio ressorteert op de teldatum 1 oktober 2004 in het primair en (voortgezet) speciaal onderwijs.
4
Indien met toekenning op grond van het derde lid, het subsidieplafond voor schooljaar 2005 - 2006 wordt bereikt, worden overige aanvragen toegekend voor het schooljaar 2006 - 2007 ten laste van het budget voor dat schooljaar, tot een maximum van € 5.400.000,-.
Hoofdstuk
2
Aanvraag van de subsidie
Artikel
6
Aanvraag van een subsidie en aanvraagprocedure.
1
Een aanvraag wordt ingediend bij:
CFI
t.a.v. BPO/PPA
postbus 606
2700 ML Zoetermeer
2
Een aanvraag vindt plaats door het inzenden van het volledig ingevulde en door het bevoegd gezag ondertekende aanvraag- en vragenformulier met het kenmerk CFI-65013. Dit formulier is te downloaden via www.cfi.nl. Het aanvraagformulier is eventueel ook te bestellen met het plaketiket CFI 84887.
3
Met het indienen van de aanvraag verklaart het bevoegd gezag dat:
a.
de school een meerjarige visie op de functie van cultuureducatie in zijn onderwijsprogramma ontwikkelt, deze opneemt in het schoolbeleid en hierbij passende activiteiten organiseert;
b.
de school gaat deelnemen aan een netwerk van scholen en culturele instellingen, waarbij in ieder geval de afstemming tussen vraag en aanbod en kennisoverdracht naar andere scholen een rol spelen;
c.
de school aandacht besteedt aan deskundigheidsbevordering van haar personeel op het gebied van cultuureducatie.
Artikel
7
Termijnen
1
Aanvragen voor deze subsidie kunnen worden ingediend tot 1 januari 2006.
2
Aanvragen ingediend op of na 1 januari 2006 worden afgewezen.
3
Aanvragers ontvangen uiterlijk 3 maanden na indiening van de aanvraag, maar niet eerder dan 1 mei 2005, een beschikking.
Hoofdstuk
3
Verlening van de subsidie en voorwaarden
Artikel
8
Subsidievoorwaarden
1
Voor een subsidie kan een bevoegd gezag in aanmerking komen indien het voldoet aan de volgende voorwaarden:
-
de school vult het bij de aanvraag behorende vragenformulier volledig in;
-
de school werkt mee aan nulmeting en (tussentijdse) evaluatie;
-
na de verplichtstelling van het jaarverslag wordt de besteding van de subsidie conform de doelstelling van deze regeling hierin herkenbaar opgenomen.
2
Het bevoegd gezag is verplicht de minister en de door haar aangewezen ambtenaren desgevraagd alle inlichtingen te geven die deze in verband met de ontvangen subsidie verlangen. Het bevoegd gezag geeft desgewenst aan voornoemde ambtenaren de boeken en bescheiden ter inzage.
3
Indien het bevoegd gezag in enig schooljaar niet voldoet aan de subsidievoorwaarden kan de minister besluiten de subsidie voor de daarop volgende schooljaren niet toe te kennen.
Artikel
9
Verlening
De subsidie wordt per schooljaar verstrekt in twee termijnen.
Artikel
10
Niet vervullen begrotingsvoorwaarde
Subsidie ten laste van een begroting van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap die nog niet is vastgesteld, wordt verleend onder de voorwaarde dat door de wetgever voldoende gelden ter beschikking worden gesteld.
Hoofdstuk
4
Vaststelling en verantwoording van de subsidie
Artikel
11
Verantwoording van de subsidie
1
De subsidie wordt verstrekt als tegemoetkoming in de kosten die zijn verbonden aan het in artikel 2 van deze regeling omschreven doel. Eventuele niet bestede middelen of overschotten per 1 januari 2008 of middelen die in strijd met de voorwaarden van deze regeling zijn besteed, worden teruggevorderd.
2
De verklaring van de accountant bij de aanvraag vaststelling rijksvergoeding (AVR) over het jaar waarin deze subsidie is besteed bevat tevens een oordeel over de rechtmatige besteding van deze subsidie.
3
Na invoering van het jaarverslag moet de subsidie worden opgenomen op bijlage D2 bij het jaarverslag.
Hoofdstuk
5
Slotbepalingen
Artikel
12
Inwerkingtreding
Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van het Gele katern waarin zij wordt geplaatst.
Artikel
13
Citeertitel
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling versterking cultuureducatie in het primair onderwijs en het (voortgezet) speciaal onderwijs 2005 - 2007.
Deze regeling wordt met toelichting in het Gele katern geplaatst. Van deze plaatsing wordt mededeling gedaan in de Staatscourant.
De minister van onderwijs, cultuur en wetenschap, M.J.A. van derHoeven
Bijlage
De evenredige verdeling die in artikel 5 wordt genoemd zal plaatsvinden over de convenantpartners van het Actieplan Cultuurbereik. Dit zijn de twaalf provincies en de volgende gemeenten:
1.
Alkmaar
2.
Almere
3.
Amersfoort
4.
Amsterdam
5.
Apeldoorn
6.
Arnhem
7.
Breda
8.
Delft
9.
Dordrecht
10.
Drenthe (zonder Emmen)
11.
Ede
12.
Eindhoven
13.
Emmen
14.
Enschede
15.
Flevoland (zonder Almere)
16.
Friesland (zonder Leeuwarden)
17.
Gelderland (zonder Arnhem, Apeldoorn, Ede en Nijmegen)
18.
Groningen
19.
Groningen (zonder de stad Groningen)
20.
Haarlem
21.
Haarlemmermeer
22.
Heerlen
23.
Hengelo Overijssel
24.
Leeuwarden
25.
Leiden
26.
Limburg (zonder Heerlen en Maastricht)
27.
Maastricht
28.
Nijmegen
29.
Noord-Brabant (zonder Breda, ’s-Hertogenbosch, Eindhoven en Tilburg)
30.
Noord-Holland (zonder Amsterdam, Alkmaar, Haarlem, Zaanstad en Haarlemmermeer)
31.
Overijssel (zonder Enschede, Hengelo en Zwolle)
32.
Rotterdam
33.
’s-Gravenhage
34.
’s-Hertogenbosch
35.
Tilburg
36.
Utrecht
37.
Utrecht (zonder Utrecht en Amersfoort)
38.
Zaanstad
39.
Zeeland
40.
Zoetermeer
41.
Zuid-Holland (zonder Delft, Dordrecht, Leiden, Rotterdam, ’s-Gravenhage en Zoetermeer)