Regeling van de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 30 mei 2005, nr. MJZ2005046069, Directie Juridische Zaken, Afdeling Wetgeving, tot opheffing van knelpunten in de voortgang van het proces van stedelijke vernieuwing of ter versnelling van dat proces, in het jaar 2005 (Tijdelijke regeling impulsbudget stedelijke vernieuwing 2005)

Tijdelijke regeling impulsbudget stedelijke vernieuwing 2005

De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,

Besluit:

Hoofdstuk

1

Begripsbepalingen

Artikel

1

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a.

    wet: Wet stedelijke vernieuwing;

  • b.

    de minister: de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer;

  • c.

    prioritaire wijken: wijken genoemd in bijlage I bij deze regeling;

  • d.

    tendersysteem: verdelingssysteem van subsidies, waarbij aanvragen binnen een bepaalde periode moeten worden ingediend, waarna een beoordeling plaatsvindt en een rangorde wordt gemaakt, volgens welke rangorde verlening van de subsidies plaatsvindt voorzover de beschikbare middelen dat toelaten;

  • e.

    de beschikbare middelen: het door het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer voor de uitvoering van deze regeling gereserveerde bedrag van € 35 miljoen.

Hoofdstuk

2

Algemene bepalingen

Artikel

2

De minister kan subsidies verlenen ter tegemoetkoming in de kosten verbonden aan:

  • a.

    het opheffen van tijdens de uitvoering van plannen en projecten op het gebied van stedelijke vernieuwing gerezen knelpunten die niet zijn voorzien en die de voortgang van het proces van stedelijke vernieuwing doen stagneren of vertragen, en

  • b.

    het versnellen van de uitvoering van plannen en projecten op het gebied van stedelijke vernieuwing.

Artikel

3

Een subsidie als bedoeld in artikel 2 kan uitsluitend worden aangevraagd door burgemeester en wethouders van de gemeenten Amsterdam, Den Haag, Rotterdam en Utrecht.

Artikel

4

Aanvragen om subsidie als bedoeld in artikel 2 hebben in elk geval betrekking op een of meer van de doelstellingen, genoemd in artikel 2 van het Besluit beleidskader stedelijke vernieuwing 2005.

Artikel

5

Aanvragen hebben uitsluitend betrekking op plannen en projecten in prioritaire wijken waarover de aanvragende gemeente in het kader van de aanpak van die wijken naar het oordeel van de minister op voldoende wijze afspraken heeft gemaakt met de bij die wijk betrokken lokale partijen.

Artikel

6

Per wijk als bedoeld in artikel 5 wordt een afzonderlijke aanvraag ingediend.

Hoofdstuk

3

De aanvraag tot verlening van subsidie

Artikel

7

Een aanvraag tot verlening van subsidie wordt gericht aan de minister en wordt bij brief vóór 1 september 2005 ingediend.

Artikel

8

Een aanvraag tot verlening van subsidie vermeldt in elk geval:

  • a.

    op welke wijk de aanvraag betrekking heeft;

  • b.

    een beschrijving van de knelpunten, dan wel de versnellingen, die de gemeente met gebruikmaking van de subsidie beoogt op te heffen respectievelijk te bereiken;

  • c.

    wat de oorzaken zijn van de knelpunten die de gemeente met gebruikmaking van de subsidie beoogt op te heffen;

  • d.

    de dringende noodzaak tot, of het overwegende belang bij, het opheffen van de knelpunten, dan wel het bereiken van de versnellingen;

  • e.

    met welke maatregelen de gemeente met gebruikmaking van de subsidie beoogt de knelpunten op te heffen, dan wel de versnellingen te bereiken, welke kosten daarmee zijn gemoeid en wat het bedrag van de aangevraagde subsidie is;

  • f.

    vóór welke data de gemeente, gegeven de subsidie, de voorgenomen maatregelen, bedoeld onder e, zal ondernemen en het bedrag van de subsidie zal hebben besteed;

  • g.

    de te bereiken resultaten en de indicatoren met behulp waarvan na de afronding van de maatregelen, bedoeld onder e, gemeten kan worden in hoeverre de knelpunten zijn opgeheven, dan wel de versnellingen zijn bereikt, en

  • h.

    een verklaring van burgemeester en wethouders dat het met gebruikmaking van de subsidie beoogde resultaat niet in strijd is met het ontwikkelingsprogramma, bedoeld in artikel 7 van de wet, het provinciaal beleid of het rijksbeleid.

Hoofdstuk

4

De beoordeling van de aanvraag tot verlening van subsidie

Artikel

9

De minister beoordeelt de aanvragen tot verlening van subsidie volgens een tendersysteem waarbij de criteria voor het bepalen van de rangorde zijn:

  • a.

    de mate van doeltreffendheid en doelmatigheid van de voorgenomen maatregelen;

  • b.

    de mate waarin het ontstaan van een knelpunt aan de gemeente te wijten is;

  • c.

    de mate waarin, vergeleken met andere aanvragen, er sprake is van een dringende noodzaak tot of een overwegend belang bij het opheffen van een knelpunt, dan wel het bereiken van een versnelling, en

  • d.

    de mate waarin, vergeleken met andere aanvragen, de kosten van de voorgenomen maatregelen in een gunstige verhouding staan tot de verwachte resultaten van die maatregelen.

Hoofdstuk

5

De beslissing op de aanvraag tot verlening van subsidie

Artikel

10

De minister kan een aanvraag tot verlening van subsidie afwijzen of een lagere subsidie dan aangevraagd verlenen, indien:

  • a.

    de aanvraag tot verlening van subsidie geen betrekking heeft op een in onderdeel a of b van artikel 2 bedoelde situatie of niet voldoet aan een of meer van de artikelen 3 tot en met 8;

  • b.

    een zodanige subsidie naar het oordeel van de minister niet doeltreffend of doelmatig is;

  • c.

    de gemeente het bedrag van de subsidie niet binnen twee kalenderjaren, volgend op het kalenderjaar waarin de aanvraag tot verlening van de subsidie is ingediend, zal besteden;

  • d.

    het ontstaan van een knelpunt naar het oordeel van de minister mede te wijten is aan de gemeente;

  • e.

    een subsidie:

    • 1°.

      niet uitsluitend zal worden besteed aan het opheffen van knelpunten, dan wel aan versnellingen;

    • 2°.

      in disproportionele mate zal worden besteed aan kosten van beheer, planontwikkeling of plankosten, of

    • 3°.

      zal worden besteed aan de dekking van financiële tekorten van bij het plan of project betrokken toegelaten instellingen als bedoeld in artikel 70 van de Woningwet of commerciële partijen;

  • f.

    de begrote kosten, dan wel het aangevraagde bedrag van de subsidie gevoegd bij de financiële inspanningen die de gemeente voornemens is te leveren, naar het oordeel van de minister niet in overeenstemming is met de werkelijke kosten van de voorgenomen maatregelen;

  • g.

    het met gebruikmaking van de subsidie beoogde resultaat strijdig is met het ontwikkelingsprogramma, bedoeld in artikel 7 van de wet, het provinciaal beleid of het rijksbeleid, of

  • h.

    de indicatoren, bedoeld in artikel 8, onder g, naar het oordeel van de minister geen betrouwbare meting mogelijk maken van de gerealiseerde opheffing van knelpunten, dan wel de gerealiseerde versnellingen.

Artikel

11

Artikel

12

Hoofdstuk

6

Aan de verlening van de subsidie verbonden verplichtingen

Artikel

13

Hoofdstuk

7

Voorschotverlening

Artikel

14

De minister kan voorschotten verlenen op de verleende subsidies.

Hoofdstuk

8

Intrekking en wijziging van verleende subsidies en terugvordering van onverschuldigd betaalde bedragen

Artikel

15

Zolang de subsidie niet is vastgesteld, kan de minister de verlening van de subsidie ten nadele van de gemeente aan welke die subsidie is verleend wijzigen of intrekken indien:

  • a.

    na de verlening van de subsidie blijkt dat niet voldaan wordt aan artikel 4 of 5;

  • b.

    de ontvanger van een subsidie de maatregelen, bedoeld in artikel 11, tweede lid, onder c, niet meer wenst uit te voeren of de aan de verlening van de subsidie verbonden verplichtingen niet meer wenst na te komen;

  • c.

    na de verlening van de subsidie blijkt dat sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 10, onder a tot en met g;

  • d.

    uit nieuwe omstandigheden blijkt dat het opheffen van de knelpunten, dan wel het bereiken van de versnellingen, niet overeenkomstig de beschikking tot verlening van de subsidie zullen worden gerealiseerd;

  • e.

    uit nieuwe omstandigheden blijkt dat de aan de verlening van de subsidie verbonden verplichtingen niet worden nagekomen;

  • f.

    de gemeente onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste en volledige gegevens tot een andere beschikking op de aanvraag tot verlening van subsidie zou hebben geleid;

  • g.

    de subsidieverlening anderszins onjuist was en de gemeente dit wist of behoorde te weten, of

  • h.

    geen medewerking wordt verleend aan de controle, bedoeld in artikel 17, derde lid.

Artikel

16

Hoofdstuk

9

Verantwoording, vaststelling en betaling van de verleende subsidie

Artikel

17

Artikel

18

Artikel

19

Artikel

20

Hoofdstuk

10

Slotbepalingen

Artikel

21

Artikel

22

Deze regeling wordt aangehaald als: Tijdelijke regeling impulsbudget stedelijke vernieuwing 2005.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag
De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, S.M.Dekker

Bijlage

I

behorende bij artikel 1, onder c, van de Tijdelijke regeling impulsbudget stedelijke vernieuwing 2005

LIJST VAN PRIORITAIRE WIJKEN

1.

Amsterdam

Noord

2.

Amsterdam

Westelijke tuinsteden

3.

Amsterdam

Zuidoost

4.

Den Haag

Den Haag Zuidwest

5.

Den Haag

Duindorp

6.

Den Haag

Laakkwartier/Spoorwijk

7.

Den Haag

Rustenburg/Oostbroek

8.

Den Haag

Transvaal

9.

Rotterdam

Crooswijk Noord

10.

Rotterdam

Hoogvliet

11.

Rotterdam

Oud Zuid

12.

Rotterdam

Rotterdam West

13.

Rotterdam

Zuidelijke Tuinsteden

14.

Utrecht

Hoograven/Tolsteeg

15.

Utrecht

Kanaleneiland/Transwijk

16.

Utrecht

Overvecht

17.

Utrecht

Zuilen/Ondiep

Bijlage

II

behorende bij artikel 18, eerste lid, van de Tijdelijke regeling impulsbudget stedelijke vernieuwing 2005

Bijlage

III

behorende bij artikel 18, tweede lid, van de Tijdelijke regeling impulsbudget stedelijke vernieuwing 2005

Bijlage

IV

behorende bij artikel 18, derde lid, van de Tijdelijke regeling impulsbudget stedelijke vernieuwing 2005

Bijlage

V

behorende bij artikel 18, vierde en vijfde lid, van de Tijdelijke regeling impulsbudget stedelijke vernieuwing 2005

Onderdeel A

PROTOCOL TEN AANZIEN VAN ACCOUNTANTSVERKLARINGEN BIJ DE VERKLARING OMTRENT DE BESTEDING VAN HET BEDRAG VAN DE VERLEENDE SUBSIDIE

Richtlijnen

1. De accountantsverklaring wordt afgegeven met als doel de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer in staat te stellen de juistheid van de verstrekte subsidie te beoordelen.

2. De accountant controleert bij de verklaring omtrent de besteding van het bedrag van de verleende subsidie in elk geval of de verleende subsidie betrekking heeft op c.q. juist is toegerekend aan de wijk, de verleende subsidie in zijn geheel is besteed overeenkomstig de (meest recente) beschikking tot verlening van de subsidie en de eventuele daaraan verbonden verplichtingen

3. De accountant stelt vast dat de verklaring omtrent de besteding van het bedrag van de verleende subsidie is ingericht overeenkomstig het in bijlage III bij de Tijdelijke regeling impulsbudget stedelijke vernieuwing 2005 opgenomen model.

4. De accountant controleert de naleving van de aan de verlening van de subsidie en de verleende voorschotten verbonden verplichtingen.

5. De accountant stelt het getrouwe beeld van de verklaring vast in overeenstemming met de hiervoor gestelde eisen. De accountant vermeldt in aanvulling op zijn verklaring in een afzonderlijk rapport zijn bevindingen ten aanzien van de controle, voorzover die van belang zijn geweest bij de oordeelsvorming.

6. De accountant voert zijn werkzaamheden uit rekening houdend met een redelijke mate van zekerheid van de gegevens opgenomen in de verklaring en een onnauwkeurigheid van maximaal 1%.

7. De accountant stelt een goedkeurende verklaring op conform het model dat hierna in onderdeel B is opgenomen.

8. De accountant laat een niet-goedkeurende accountantsverklaring zo goed mogelijk aansluiten op de indeling die in het hierna in onderdeel B opgenomen model is gegeven en laat in de verklaring de aard en het gewicht van de tekortkomingen expliciet tot uitdrukking komen. De accountant richt die verklaring in met inachtneming van de door het Koninklijk Nederlands Instituut van Registeraccountants vastgestelde gedrags- en beroepsregels voor registeraccountants, dan wel van de door de Nederlandse Orde van Accountants-Administratieconsulenten vastgestelde gedrags- en beroepsregels voor accountants-administratieconsulenten.

Onderdeel B

MODEL VAN EEN ACCOUNTANTSVERKLARING BIJ DE VERKLARING OMTRENT DE BESTEDING VAN HET BEDRAG VAN DE VERLEENDE SUBSIDIE

Accountantsverklaring

Opdracht:

Op grond van artikel 17, tweede lid, onder a, van de Tijdelijke regeling impulsbudget stedelijke vernieuwing 2005, hebben wij de bijgevoegde en door ons gewaarmerkte verklaring omtrent de besteding van het bedrag van de verleende subsidie van de gemeente ……… (naam gemeente) ten behoeve van de wijk ……………. (naam wijk) gecontroleerd. De verklaring is opgesteld onder verantwoordelijkheid van de te dezen gerechtigde vertegenwoordigers van de gemeente waaraan de bijdrage is verleend. Het is onze verantwoordelijkheid om een accountantsverklaring inzake deze verklaring te verstrekken.

Werkzaamheden

Onze controle is verricht overeenkomstig in Nederland algemeen aanvaarde richtlijnen met betrekking tot controleopdrachten. Verder hebben wij in onze werkzaamheden betrokken de richtlijnen zoals opgenomen in het in onderdeel A van bijlage V bij de Tijdelijke regeling impulsbudget stedelijke vernieuwing 2005 opgenomen protocol. Volgens deze richtlijnen dient onze controle zodanig te worden uitgevoerd, dat een redelijke mate van zekerheid wordt verkregen dat de verklaring geen onjuistheden van materieel belang bevat. Een controle omvat onder meer een onderzoek door middel van deelwaarnemingen van relevante gegevens. Wij zijn van mening dat onze controle een deugdelijke grondslag vormt voor ons oordeel.

Oordeel

Wij zijn van oordeel dat:

  • 1.

    de verklaring omtrent de besteding van het bedrag van de verleende subsidie is ingericht overeenkomstig het in bijlage III van de Tijdelijke regeling impulsbudget stedelijke vernieuwing 2005 opgenomen model;

  • 2.

    de gegevens vermeld in de verklaring omtrent de besteding van het bedrag van de verleende subsidie een getrouw beeld geven, en

  • 3.

    de aan de verleende subsidie verbonden verplichtingen zijn nageleefd.

Deze verklaring wordt afgegeven ten behoeve van de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer.

Plaats,

Datum,

Ondertekening,

Onderdeel C

PROTOCOL TEN AANZIEN VAN HET RAPPORT VAN BEVINDINGEN OMTRENT DE BETROUWBAARHEID VAN HET GEMEENTELIJK REGISTRATIESYSTEEM

Algemeen

Iedere gemeente zal op eigen wijze haar registratiesystemen hebben ingericht, als gevolg waarvan er geen eenduidig normenkader bestaat. De inrichting van dit soort systemen valt onder de verantwoordelijkheid van de gemeenten, waaronder begrepen de verantwoordelijkheid voor een adequate AO/IC. De beoordeling van de indicatoren is eveneens maatwerk en niet voor te schrijven aan de gemeenten.

De bemoeienis van de accountant richt zich in het bijzonder op de vraag of het systeem een betrouwbare registratie mogelijk maakt van de resultaten omtrent de op te heffen knelpunten respectievelijk de te bereiken versnellingen.

Het verslag gaat vergezeld van een door de accountant opgesteld rapport van bevindingen met betrekking tot de beoordeling van de registratiesystemen vanuit het oogpunt of deze systemen een betrouwbare registratie van de resultaten mogelijk hebben gemaakt. De rapportage heeft betrekking op de periode van twee kalenderjaren, volgend op het kalenderjaar waarin de aanvraag tot verlening van de subsidie is ingediend.

Dit impliceert betrokkenheid van de accountant vanaf de start van de periode.

De mogelijkheid kan zich voordoen dat de systemen met betrekking tot het genereren van gegevens bij aanvang van de periode nog niet geheel adequaat zijn ingericht. De accountant rapporteert dan zijn bevindingen en aanbevelingen hierover tijdig en periodiek aan het College van B&W (als verantwoordelijke voor de bedrijfsvoering), waarbij hij tevens aandacht schenkt aan het groeipad naar de gewenste situatie.

Aandachtspunten

Ten aanzien van de registratiesystemen kan een onderscheid worden gemaakt in systemen waarin documenten en gegevens uit externe gezaghebbende bron worden verwerkt en interne registratiesystemen waarvan de gegevens door de gemeente zelf worden bijgehouden.

In het eerste geval zal de bemoeienis van de accountant beperkter kunnen zijn, in ieder geval dient de accountant vast te stellen dat de gegevens zijn ontleend aan de gezaghebbende externe bronnen en dat de uitkomsten zijn opgenomen in de verantwoording.

In het tweede geval zal de beoordeling breder zijn. De bemoeienis van de accountant richt zich bij de lokale registratiesystemen in het bijzonder op de vraag of het systeem een betrouwbare registratie van de resultaten mogelijk maakt.

De volgende aandachtspunten kunnen hierbij als handreiking dienen:

  • a.

    Zijn er voor alle indicatoren systemen?

  • b.

    Is er per systeem een actuele en adequate AO/IC beschrijving?

  • c.

    Zijn maatregelen ter beveiliging en het niet kunnen manipuleren van de bronnen opgenomen in de AO/IC beschrijving?

  • d.

    Wordt de AO/IC nageleefd?

  • e.

    Wordt over de realisatie van de in de aanvraag opgenomen indicatoren gerapporteerd?

  • f.

    Heeft de gemeente voldaan aan de bij of krachtens artikel 13 van de regeling opgelegde verplichtingen?

  • g.

    Stemmen de in het verslag opgenomen resultaten overeen met de gegevens zoals die in de registratiesystemen zijn opgenomen?

  • h.

    Zijn de systemen (wanneer deze eenmaal adequaat zijn ingericht) gedurende de uitvoering van de maatregelen in stand gebleven?