Artikel
1
Inhoud maatregel
1
Aanvragen van ouders tot opneming van buitenlandse kinderopvang in het centraal register buitenlandse kinderopvang die ingevolge artikel 48 van de Wet kinderopvang tot 1 juli 2005 met gebruikmaking van het aanvraagformulier bij het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid zijn ingediend, worden in het centraal register geregistreerd vanaf 1 januari 2005, indien aannemelijk is gemaakt dat de kwaliteit van een buiten Nederland gevestigd kindercentrum of gastouderbureau dat overeenkomt met een in Nederland op grond van de Wet kinderopvang geregistreerd kindercentrum of geregistreerd gastouderbureau. De vorige volzin is eveneens van toepassing op aanvragen die na 1 juli 2005 doch voor 1 april 2006 worden gedaan, indien wordt aangetoond dat voorafgaand aan 1 juli 2005 gebruik is gemaakt van een buiten Nederland gevestigd kindercentrum of gastouderbureau dat overeenkomt met een in Nederland op grond van de Wet kinderopvang geregistreerd kindercentrum of geregistreerd gastouderbureau. De termijn van 1 april 2006 wordt voor eerste aanvragen verlengd als overeenkomstig artikel 11 van de Wet kinderopvang uitstel voor de aangifte inkomstenbelasting is verleend.
2
Aanvragen van ouders tot opneming van buitenlandse kinderopvang in het centraal register buitenlandse kinderopvang die ingevolge artikel 48 van de Wet kinderopvang na 1 juli 2005 met gebruikmaking van het aanvraagformulier worden ingediend, worden in het centraal register geregistreerd vanaf het tijdstip waarop de aanvraag bij het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid is binnengekomen, indien aannemelijk is gemaakt dat de kwaliteit van een buiten Nederland gevestigd kindercentrum of gastouderbureau overeenkomt met een in Nederland op grond van de Wet kinderopvang geregistreerd kindercentrum of geregistreerd gastouderbureau, tenzij de tweede en de derde volzin van het eerste lid van toepassing is.