Besluit van 23 juli 2005, houdende de vaststelling van de landelijke doelstellingen van stedelijke vernieuwing en nadere regels omtrent het ontwikkelingsprogramma (Besluit beleidskader stedelijke vernieuwing 2005)

Besluit beleidskader stedelijke vernieuwing 2005

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 8 maart 2005, nr. MJZ2005025787, Directie Juridische Zaken, Afdeling Wetgeving;
De Raad van State gehoord (advies van 11 mei 2005, nr. W08.05.0073/V);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 13 juli 2005, nr. MJZ2005163763, Directie Juridische Zaken, Afdeling Wetgeving;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Hoofdstuk

1

Begripsbepalingen

Artikel

1

In dit besluit wordt verstaan onder:

  • a.

    wet: Wet stedelijke vernieuwing;

  • b.

    A-lijst: lijst van woningen die op 1 maart 1986 een geluidbelasting vanwege een weg ondervonden van ten minste 65 dB(A), dan wel ten minste 60 dB(A) indien zij deel uitmaakten van een verzameling van woningen waarvan ten minste één woning een geluidbelasting vanwege een weg ondervond van ten minste 65 dB(A);

  • c.

    raillijst: lijst van woningen die op 1 juli 1987 een geluidbelasting vanwege een spoorweg ondervonden van meer dan 65 dB(A);

  • d.

    volledig toegankelijke woning: woning waarvan de toegangsdeur zonder het gebruik van een trap van buiten af bereikbaar is en waarvan de keuken, het sanitair, de woonkamer en ten minste één slaapkamer bereikbaar zijn zonder het gebruik van een trap vanaf de woonlaag waar de toegangsdeur zich bevindt;

  • e.

    watersysteem: het in een bepaald gebied aanwezige samenhangende stelsel van grond- en oppervlaktewater met inbegrip van oevers, waterbodems en de op dat stelsel betrekking hebbende technische infrastructuur;

  • f.

    regio: groep gemeenten, aangewezen door gedeputeerde staten ingevolge artikel 6, derde lid, aanhef en onder a, van de wet, dan wel de gemeenten die zijn gelegen in een gebied als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder f, van de wet;

  • g.

    werkvoorraad landbodems stedelijk gebied: kosten van onderzoek en sanering van in stedelijk gebied gelegen verontreinigde landbodems.

Hoofdstuk

2

De landelijke doelstellingen van stedelijke vernieuwing

Artikel

2

De landelijke doelstellingen van stedelijke vernieuwing zijn:

  • a.

    verbetering van de balans tussen vraag en aanbod op de woningmarkt;

  • b.

    verbetering van de huisvestingsmogelijkheden van bevolkingsgroepen die moeilijkheden ondervinden bij het vinden van hun passende huisvesting;

  • c.

    verbetering van de kwaliteit van de openbare ruimte;

  • d.

    verbetering van het aanbod van grootschalige groenvoorzieningen in de stad;

  • e.

    versterking van de culturele kwaliteiten van de leefomgeving;

  • f.

    verbetering van de milieukwaliteit in het algemeen, en meer in het bijzonder bodemsanering, geluidsanering en verbetering van de binnenstedelijke luchtkwaliteit;

  • g.

    voorzien in voldoende aanbod van zichtbaar oppervlaktewater en verbetering van watersystemen;

  • h.

    intensivering van de woningbouw binnen bestaand bebouwd gebied;

  • i.

    verbetering van de bereikbaarheid van de stad en binnen de stad, en

  • j.

    verbetering van het aanbod van fysieke ruimte voor sociale voorzieningen.

Hoofdstuk

3

Nadere regels omtrent de eisen aan het ontwikkelingsprogramma

Artikel

3

Artikel

4

Hoofdstuk

4

Slotbepalingen

Artikel

6

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag die acht weken ligt na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2005.

Artikel

7

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit beleidskader stedelijke vernieuwing 2005.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Tavarnelle
Beatrix
De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer , S. M. Dekker
De Minister van Justitie , J. P. H. Donner

Bijlage

, behorende bij artikel 4, tweede lid, onderdeel e, onder 1°, van het Besluit beleidskader stedelijke vernieuwing 2005

De in bovenvermeld artikel gevraagde vermeldingen komen tot stand met inachtneming van de volgende definities en uitgangspunten.

A. Definities

Interventiewaarde: op voet van de Wet bodembescherming vastgestelde waarde met behulp waarvan kan worden bepaald of sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging in de zin van die wet.

Interventiewaardecontour: dat deel van de grond of het grondwater waar de verontreiniging groter is dan de interventiewaarde.

IJkmoment: het bij langlopende grondwatersaneringen in het saneringsplan van de locatie bepaalde ijkmoment.

B. Uitgangspunten

Waar gevraagd wordt om vermelding van het aantal te verrichten onderzoeken wordt het aantal te verrichten uitvoeringsprojecten van onderzoek vermeld, waaronder zowel oriënterend onderzoek (OO) als nader onderzoek (NO) is begrepen. Onder oriënterend onderzoek vallen ook alle «eerste onderzoeken», zoals verkennend en indicatief onderzoek. Toetsingen van verkennende onderzoeken van derden in het kader van de bouwvergunningverlening tellen pas mee wanneer hierop een beschikking als bedoeld in artikel 29 of 37 van de Wet bodembescherming volgt. Onderzoeken bij waterbodems tellen eveneens mee.

Bij de vermelding van het aantal te verrichten saneringen gaat het om het aantal te verrichten en af te ronden saneringen waarvan het evaluatierapport van de sanering zal worden goedgekeurd door het bevoegd gezag. Langlopende saneringen van grondwaterverontreiniging worden als afgerond beschouwd als de voortgangsrapportage bij het behalen van het eerste ijkmoment is goedgekeurd door het bevoegd gezag in de zin van de Wet bodembescherming.

Bij de vermelding van het aantal m2 verontreinigd oppervlak gaat het om de oppervlakte van de interventiewaardecontour verontreinigde grond in m2.

Waar wordt gevraagd om het aantal m3 verontreinigde grond wordt de omvang van de interventiewaardecontour verontreinigde grond in m3 vermeld. Die vermelding vindt plaats onafhankelijk van wat er met de grond gaat gebeuren en omvat derhalve ook beheersvarianten en saneringen waarbij de verontreinigde grond op de verontreinigde locatie zelf wordt gereinigd.

Bij de vermelding van het aantal m3 verontreinigd grondwater gaat het om de vermelding van de omvang van de interventiewaardecontour verontreinigd grondwater in m3. Hierbij gaat het niet om een opgepompte hoeveelheid grondwater, die al dan niet gezuiverd en geloosd wordt.

Bij de gevraagde bodemsaneringsprestatie-eenheden (bpe’s) vindt vermelding plaats van de uitkomst van de formule: (aantal m2 verontreinigd oppervlak) + (aantal m3 verontreinigde grond x 3) + (aantal m3 verontreinigd grondwater x 0.4).