Besluit van 16 augustus 2005, houdende bepalingen met betrekking tot de bevoegdheid Natuurbeschermingswetvergunningen te verlenen (Besluit vergunningen Natuurbeschermingswet 1998)

Besluit vergunningen Natuurbeschermingswet 1998

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 8 juli 2005, TRCJZ/2005/2030;
De Raad van State gehoord (advies van 3 augustus 2005, nr. W11.05.0367/V);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 10 augustus 2005, TRCJZ/2005/2439;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Artikel

2

Als handelingen als bedoeld in artikel 16, zesde lid, van de Natuurbeschermingswet 1998 en als projecten of andere handelingen als bedoeld in artikel 19d, derde lid, van de Natuurbeschermingswet 1998 worden aangewezen:

  • a.

    activiteiten waarvoor een vergunning op grond van artikel 16, eerste lid, of 19d, eerste lid, van de Natuurbeschermingswet 1998 wordt gevraagd door buitenlandse mogendheden;

  • b.

    activiteiten die direct het te Londen gesloten Tractaat met België van 19 april 1839 raken;

  • c.

    activiteiten waarvoor een vergunning op grond van artikel 16, eerste lid, of 19d, eerste lid, van de Natuurbeschermingswet 1998 wordt gevraagd door een lid van het Koninklijk Huis;

  • d.

    activiteiten van nationaal belang in het kader van de landaanwinning in zee als bedoeld in de Wet grenzen Nederlandse territoriale zee;

  • e.

    treffen van maatregelen en voorzieningen die nodig zijn met het oog op de ontwikkeling, werking en bescherming van de waterhuishoudkundige hoofdsystemen in de zin van de Wet op de waterhuishouding;

  • f.

    aanleg, inrichting en gebruik van militaire terreinen en oefengebieden alsmede de inrichtingen bedoeld in bijlage II van het Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer;

  • g.

    militaire vliegoperaties en -oefeningen;

  • h.

    vluchten met opsporings- en reddingshelikopters buiten de reguliere routes;

  • i.

    aanleg, uitbreiding en wijziging van het landelijke transportnet als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder n, van de Gaswet;

  • j.

    aanleg, uitbreiding en wijziging van hoogspanningsverbindingen met een spanning van 220 kV of hoger;

  • k.

    activiteiten met betrekking tot opsporing, winning en opslag van diepe delfstoffen;

  • l.

    uitoefening van niet-handmatige schaal- en schelpdiervisserij, het invangen van mosselzaad, schelpdiercultures en het uitzetten van mosselen daaronder begrepen;

  • m.

    sleepnetvisserij in zoute wateren;

  • n.

    lozing van afvalwater in de Waddenzee;

  • o.

    activiteiten ten aanzien van onderhoud, beheer, uitbreiding en verdieping van vaargeulen in de Waddenzee inclusief het storten van baggerspecie; of

  • p.

    activiteiten ten aanzien van provinciegrensoverschrijdende infrastructurele werken.

Artikel

3

Als handelingen als bedoeld in artikel 16, zesde lid, van de Natuurbeschermingswet 1998 en als projecten of andere handelingen als bedoeld in artikel 19d, derde lid, van de Natuurbeschermingswet 1998 worden tevens aangewezen:

Artikel

4

Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

Artikel

5

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit vergunningen Natuurbeschermingswet 1998.

Lasten en bevelen dat dit besluit met daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

's-Gravenhage
Beatrix
De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit , C. P. Veerman
De Minister van Justitie , J. P. H. Donner