Regeling Cultuur en School voor de Bve-sector 2005–2006

Regeling Cultuur en School voor de Bve-sector 2005–2006

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

Besluit:

Artikel

1

Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a.

    minister: de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;

  • b.

    wet: de Wet educatie en beroepsonderwijs;

  • c.

    onderwijsinstelling: een regionaal opleidingencentrum als bedoeld in de artikelen 1.3.1, 1.3.2 en 1.3.2a van de wet, een instituut als bedoeld in artikel 12.3.8 van de wet, en de rechtsopvolger van de hogeschool Haarlem, bedoeld in artikel 12.3.9 van de wet, voor wat betreft de beroepsopleidende leerweg;

  • d.

    cultuurinstelling: een rechtspersoon die culturele activiteiten ontplooit;

  • e.

    een project: een samenhangend geheel van werkzaamheden van een onderwijsinstelling samen met een cultuurinstelling gericht op de doelstelling, genoemd in artikel 2;

  • f.

    aanvrager: het bevoegd gezag van een onderwijsinstelling;

  • g.

    medefinanciering: dat gedeelte van de kosten van het project dat niet op grond van deze regeling dan wel op een andere wijze van rijkswege gefinancierd wordt;

  • h.

    Cultuurnetwerk Nederland: de Stichting Cultuurnetwerk Nederland, gevestigd te Utrecht, en

  • i.

    Regelingen Cultuur en School: de Regelingen Cultuur en School voor de Bve-sector 2001–2002, 2002–2003, 2003–2004 respectievelijk 2004–2005.

Artikel

2

Doelstelling van de regeling en de projecten

Het doel van de regeling is om door middel van culturele projecten waarin onderwijs- en cultuurinstellingen gezamenlijk duurzaam participeren, te bevorderen dat:

  • a.

    de aandacht voor cultuur in de beroepsopleidingen wordt vergroot, met name in die opleidingen die naar hun aard niet in aanraking komen met de culturele sector,

  • b.

    de kennis van cultuur onder de deelnemers van de onderwijsinstelling wordt vergroot door het leren van de individuele culturele waarden en normen van elkaar, en

  • c.

    professionalisering van de inzet van cultuur binnen de onderwijsinstellingen wordt vergroot.

Artikel

3

Beschikbare budget voor de subsidie

Voor verstrekking van subsidie op grond van deze regeling is maximaal € 600.000,– beschikbaar.

Artikel

4

Aanvraag voor subsidie

Artikel

5

Eisen aan het project

Een project voldoet in ieder geval aan de volgende eisen:

  • a.

    het project is gericht op de doelstelling, genoemd in artikel 2;

  • b.

    de aanvrager garandeert medefinanciering tot een bedrag dat tenminste gelijk is aan het bedrag van de aangevraagde subsidie;

  • c.

    indien aanvrager in de afgelopen drie jaren tenminste 2 maal eerder subsidie ontvangen heeft op basis van een regeling Cultuur en School, bedraagt de medefinanciering, in afwijking van het gestelde onder b, ten minste 150% van het bedrag van de aangevraagde subsidie,

  • d.

    het project wordt uitgevoerd door een onderwijsinstelling samen met een cultuurinstelling die over de vereiste deskundigheid beschikt om het project succesvol te kunnen uitvoeren, waarbij in voldoende mate de betrokkenheid van deelnemers, docenten en het management van de beide instellingen verzekerd is;

  • e.

    de aanvrager, in samenwerking met Cultuurnetwerk Nederland, draagt zorg voor de publieke beschikbaarheid en verspreiding van de opbrengst van het project, waaronder in ieder geval de verspreiding van de projectopbrengsten via Kennisnet;

  • f.

    de projectuitvoering is uiterlijk op 1 december 2006 voltooid.

Artikel

6

Adviescommissie

Artikel

7

Taken adviescommissie

Artikel

8

Besluit minister

Artikel

9

Verstrekking subsidie

De subsidie wordt als voorschot verstrekt binnen 4 weken na een positief besluit op de aanvraag.

Artikel

10

Verantwoording subsidie

Artikel

11

Terugvordering subsidie

De subsidie kan worden geweigerd dan wel geheel of gedeeltelijk worden teruggevorderd van een aanvrager, indien:

  • a.

    de ontvanger meer dan de helft van de totale projectkosten als subsidie heeft ontvangen;

  • b.

    de ontvanger van de subsidie heeft gehandeld in strijd met de aan de subsidie verbonden verplichtingen, of

  • c.

    de ontvanger van de subsidie in strijd met het doel van de subsidie heeft gehandeld.

Artikel

12

Bewaarplicht

De aanvrager bewaart de boeken en bescheiden en informatie op andere informatiedragers die verband houden met de toepassing van deze regeling, gedurende een periode van zeven jaar liggende na datum waarop de vaststelling van de subsidie heeft plaatsgevonden.

Artikel

13

Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van de derde dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel

14

Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling Cultuur en School voor de Bve-sector 2005–2006.

Artikel

15

Publicatie

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, M.J.A. van derHoeven