Besluit van 3 oktober 2005, houdende regels met betrekking tot de subsidiëring ten behoeve van de bouw van woningen in stedelijke regio’s gedurende de periode 1 januari 2005 – 31 december 2009 (Besluit locatiegebonden subsidies 2005), en tot wijziging van het Besluit woninggebonden subsidies 1995 (vervallen legesvrijdom voor toegelaten instellingen)

Besluit locatiegebonden subsidies 2005

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 28 juni 2005, nr. MJZ2005127310, Directie Juridische Zaken, Afdeling Wetgeving;
De Raad van State gehoord (advies van 1 september 2005, nr. W08.05.0277/V);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 27 september 2005, nr. MJZ2005182515, Directie Juridische Zaken, Afdeling Wetgeving;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Hoofdstuk

1

Algemeen

Artikel

1

Artikel

2

Hoofdstuk

2

Het convenant woningbouwafspraken

Artikel

3

Een convenant woningbouwafspraken vermeldt in elk geval:

  • a.

    het tijdvak;

  • b.

    het aantal toevoegingen aan de woningvoorraad gedurende het tijdvak;

  • c.

    het drempelpercentage;

  • d.

    de planning van het aantal toevoegingen aan de woningvoorraad in ieder afzonderlijk kalenderjaar van het tijdvak;

  • e.

    het aantal woningen dat aan de woningvoorraad toegevoegd had moeten zijn op voet van een uitvoeringscontract of ontwikkelingscontract als bedoeld in artikel 5, respectievelijk artikel 6a, van het Besluit locatiegebonden subsidies, maar niet is toegevoegd en alsnog in het tijdvak dient te worden toegevoegd;

  • f.

    de wijze waarop het convenant kan worden gewijzigd indien omstandigheden een dergelijke wijziging noodzakelijk maken;

  • g.

    het subsidiebedrag dat het Rijk beschikbaar heeft voor de afgesproken toevoegingen aan de woningvoorraad gedurende het tijdvak, en

  • h.

    het per 1 januari 2010 na te streven woningtekort, bedoeld in artikel 2, vijfde lid.

Artikel

4

Hoofdstuk

3

Subsidieplafonds

Artikel

5

Hoofdstuk

4

De subsidie ten behoeve van het realiseren van eigenbouw

Artikel

6

Artikel

7

Hoofdstuk

5

De subsidie ten behoeve van toevoegingen aan de woningvoorraad

Artikel

8

Artikel

9

Artikel

10

Artikel

11

Onze Minister kan afwijken van de termijnen met betrekking tot de betaling van de voorschotten, bedoeld in de artikelen 8 en 10, indien rijksbudgettaire omstandigheden daartoe aanleiding geven.

Artikel

12

Artikel

13

Hoofdstuk

6

De subsidie ten behoeve van toevoegingen aan de woningvoorraad in 2010 en de subsidie ten behoeve van het realiseren van eigenbouw in 2010

Artikel

14

Artikel

15

Hoofdstuk

7

Het eindrapport en het aanvullend eindrapport

Artikel

16

Artikel

17

Artikel

18

Onverschuldigd betaalde subsidiebedragen en voorschotten kunnen worden teruggevorderd, voorzover na de dag waarop de subsidie is vastgesteld nog geen vijf jaren zijn verstreken. Bij de terugvordering kan worden bepaald dat over de onverschuldigd betaalde bedragen een rentevergoeding verschuldigd is.

Hoofdstuk

8

Overgangs- en slotbepalingen

Artikel

19

Een vóór de datum van inwerkingtreding van dit besluit tussen Onze Minister en een rechtstreekse regio of een provincie gesloten overeenkomst met betrekking tot de bouw van woningen in het tijdvak, staat gelijk aan een convenant woningbouwafspraken als bedoeld in artikel 2, indien die overeenkomst in elk geval datgene omvat wat een convenant woningbouwafspraken ingevolge artikel 3 omvat.

Artikel

20

Artikel

21

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag die twee maanden ligt na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst en werkt, met uitzondering van artikel 20, derde lid, terug tot en met 1 januari 2005.

Artikel

22

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit locatiegebonden subsidies 2005.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

’s-Gravenhage
Beatrix
De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer , S. M. Dekker
De Minister van Justitie , J. P. H. Donner

Bijlage

1

bij het besluit locatiegebonden subsidies 2005

Lijst van regio’s en gemeenten in die regio’s

De onderstreepte gemeenten zijn de centrumgemeenten in de regio.

Provincie Groningen

Niet-rechtstreekse regio Samenwerkingsverband regiovisie Groningen-Assen:

Bedum, Ten Boer, Groningen, Haren, Hoogezand-Sappemeer, Leek, Slochteren, Winsum, Zuidhorn (Dr), Assen (Dr), Noordenveld (Dr), Tynaarlo (Dr)

Provincie Friesland (Fryslân)

Niet-rechtstreekse regio Leeuwarden:

Boarnsterhim, Leeuwarden, Leeuwarderadeel, Menaldumadeel, Littenseradiel, Tytsjerksteradiel.

Provincie Drenthe

Niet-rechtstreekse regio Emmen:

Emmen.

Provincie Overijssel

Rechtstreekse regio Twente:

Almelo, Borne, Enschede, Hengelo (Ov.), Wierden, Dinkelland, Hof van Twente, Haaksbergen, Hellendoorn, Losser, Oldenzaal, Rijssen-Holten, Tubbergen, Twenterand, Neede (Gld).

Niet-rechtstreekse regio Zwolle-Kampen:

Zwolle, Kampen

Provincie Gelderland

Niet-rechtstreekse regio Stedendriehoek:

Deventer (Ov.), Apeldoorn, Voorst, Zutphen, Gorssel, Brummen

Rechtstreekse regio Knooppunt Arnhem-Nijmegen:

Arnhem, Beuningen, Duiven, Heumen, Lingewaard, Nijmegen, Overbetuwe, Westervoort, Wijchen, Angerlo, Didam, Doesburg, Groesbeek, Millingen aan de Rijn, Renkum, Rijnwaarden, Rheden, Rozendaal, Ubbergen, Zevenaar, Mook en Middelaar (Lim).

Provincie Utrecht

Rechtstreekse regio Bestuur Regio Utrecht (BRU):

De Bilt, Bunnik, Houten, Maarssen, Driebergen-Rijsenburg, Utrecht, IJsselstein, Nieuwegein, Vianen, Zeist.

Niet-rechtstreekse regio Amersfoort:

Amersfoort, Baarn, Bunschoten, Eemnes, Leusden, Soest, Woudenberg.

Provincie Noord-Holland

Rechtstreekse regio Regionaal Orgaan Amsterdam (ROA):

Aalsmeer, Amstelveen, Amsterdam, Beemster, Diemen, Edam-Volendam, Haarlemmermeer, Landsmeer, Oostzaan, Ouder-Amstel, Purmerend, Uithoorn, Zeevang, Zaanstad, Waterland, Wormerland.

Niet-rechtstreekse regio Haarlem:

Bennebroek, Bloemendaal, Haarlem, Haarlemmerliede c.a., Heemstede, Zandvoort, Velsen, Beverwijk, Heemskerk, Uitgeest, Castricum.

Niet-rechtstreekse regio Alkmaar:

Alkmaar, Graft-De Rijp, Bergen, Heerhugowaard, Heiloo, Langedijk, Schermer.

Niet-rechtstreekse regio Hilversum:

Blaricum, Bussum, Wijdemeren, Hilversum, Huizen, Laren, Muiden, Naarden, Weesp.

Provincie Zuid-Holland

Rechtstreekse regio Haaglanden:

Delft, ’s-Gravenhage, Leidschendam-Voorburg, Pijnacker-Nootdorp, Rijswijk, Wassenaar, Zoetermeer, Westland, Midden-Delftland.

Rechtstreekse regio Stadregio Rotterdam (SRR):

Barendrecht, Bergschenhoek, Berkel en Rodenrijs, Bleiswijk, Brielle, Capelle aan den IJssel, Hellevoetsluis, Krimpen aan den IJssel, Maassluis, Bernisse, Ridderkerk, Rotterdam, Rozenburg, Schiedam, Spijkenisse, Albrandswaard, Westvoorne, Vlaardingen.

Niet-rechtstreekse regio Stedelijk gebied Drechtsteden:

Hendrik-Ido-Ambacht, Zwijndrecht, Sliedrecht, Alblasserdam, Papendrecht, Dordrecht.

Niet-rechtstreekse regio Stedelijk gebied Holland Rijnland:

Alkemade, Hillegom, Katwijk, Leiden, Leiderdorp, Lisse, Noordwijk, Noordwijkerhout, Oegstgeest, Rijnsburg, Sassenheim, Valkenburg, Voorhout, Voorschoten, Warmond, Zoeterwoude.

Provincie Zeeland

Niet-rechtstreekse regio Middelburg Vlissingen:

Middelburg, Vlissingen.

Provincie Noord-Brabant

Rechtstreekse regio Samenwerkingsverband regio Eindhoven (SRE):

Eindhoven, Helmond, Veldhoven, Best, Geldrop-Mierlo, Nuenen c.a., Son en Breugel, Valkenswaard, Waalre, Laarbeek, Asten, Deurne, Eersel, Oirschot, Someren, Gemert-Bakel, Heeze-Leende, Reusel De Mierden, Bergeijk, Bladel, Cranendonck.

Niet-rechtstreekse regio Breda-Tilburg:

Breda, Etten-Leur, Oosterhout, Goirle, Tilburg, Dongen, Gilze en Rijen.

Niet-rechtstreekse regio Waalboss:

Waalwijk, ’s-Hertogenbosch, Heusden, Vught, Oss, Maasdonk, Bernheze, Loon op Zand.

Provincie Limburg

Niet-rechtstreekse regio Heerlen:

Landgraaf, Brunsum, Heerlen, Kerkrade.

Niet-rechtstreekse regio Geleen-Sittard:

Sittard-Geleen.

Niet-rechtstreekse regio Venlo:

Venlo.

Niet-rechtstreekse regio Maastricht:

Maastricht, Eijsden.

Provincie Flevoland

Niet-rechtstreekse regio Almere-Lelystad

Almere, Lelystad.

Bijlage

2

bij het besluit locatiegebonden subsidies 2005

Twente1Excl. 225 woningen Roombeek

17.935.775

9.515

25,9

Knooppunt Arnhem-Nijmegen (KAN)

52.729.135

24.591

15,3

Bestuur Regio Utrecht (BRU)

63.263.557

23.695

2,6

Regionaal Orgaan Amsterdam (ROA)

116.210.667

43.000

4,2

Haaglanden2Incl. 10.347 woningen voor SRR en 341 woningen voor Rijnland

54.638.392

34.000

2,6

Stadsregio Rotterdam3Excl. 1.550 woningen Kop van Zuid (SRR)

73.342.097

36.450

5,3

Samenwerkingsverband Regio Eindhoven (SRE)

18.820.312

15.735

22,9

Groningen

Samenwerkingsverband Regiovisie Groningen-Assen

33.107.572

22.113

16,3

Friesland

Leeuwarden

3.180.000

5.300

21,8

Drenthe

Emmen

1.265.306

1.721

31,1

Overijssel

Stedelijke Regio Zwolle-Kampen

4.337.777

4.690

4,0

Gelderland

Stedelijke Regio Stedendriehoek

11.177.642

7.107

12,3

Utrecht

Stedelijke Regio Amersfoort

8.551.043

5.858

6,9

Noord-Holland1Incl. 6.084 woningen voor ROA

Stedelijke Regio Haarlem

Stedelijke Regio Alkmaar

Stedelijke Regio Hilversum

36.388.195

26.000

8,8

10,2

8,3

Zuid-Holland2Incl. 3.431 woningen voor SRR

Stedelijke Gebied Holland Rijnland

Stedelijke Gebied Drechtsteden

24.081.186

9.019.738

14.620

5.476

7,5

3,2

Zeeland3Excl. streven naar extra 1.670 woningen zonder BLS bijdrage

Stedelijke Regio Middelburg-Vlissingen

5.839.983

3.000

14,0

Noord-Brabant

Stedelijke Regio Breda-Tilburg

Stedelijke Regio Waalboss

27.597.657

23.230

12,0

Limburg

Stedelijke Regio Venlo

Stedelijke Regio Geleen-Sittard

Stedelijke Regio Heerlen

Stedelijke Regio Maastricht

9.356.496

5.910

12,0

Flevoland

Almere–Lelystad4Aan de regio Almere-Lelystad wordt geen subsidie voor toevoegingen aan de woningvoorraad verstrekt.

5,4

Totaal

570.842.528

312.011

Bijlage

3

bij het besluit locatiegebonden subsidies 2005

Model eindrapport/aanvullend eindrapport

Te verstrekken gegevens:

A. Kwantitatief

  • Het aantal overeengekomen toevoegingen aan de woningvoorraad, onderscheiden naar met en zonder subsidie op basis van dit besluit.

  • Het daadwerkelijk aantal toevoegingen aan de woningvoorraad (onderscheiden naar nieuwbouw en toevoegingen anderszins) en eventueel naar met en zonder subsidie op basis van dit besluit.

  • Het totaal aantal door eigenbouw toegevoegde woningen alsmede het aantal door eigenbouw toegevoegde woningen boven de drempel.

2005

2006

2007

2008

2009

2010

Totaal

B. Financieel

2005

2006

2007

2008

2009

2010

Totaal

Bijlage

4

bij het besluit locatiegebonden subsidies 2005

Protocol voor accountantsverklaringen in het kader van het Besluit locatiegebonden subsidies 2005

Van toepassing zijnde regelgeving: Besluit locatiegebonden subsidies 2005

Richtlijnen:

  • 1.

    De accountantsverklaring wordt afgegeven met als doel de vaststelling van de rechtmatige naleving van de voorschriften bij de ingevolge het Besluit locatiegebonden subsidies 2005 verleende subsidies en de deugdelijkheid van de verstrekte gegevens.

  • 2.

    De accountant controleert daartoe aan de hand van het eindrapport, bedoeld in artikel 16, eerste lid, van dat besluit, en/of het eventuele aanvullend eindrapport, bedoeld in artikel 16, tweede lid, van dat besluit, in elk geval of:

    • a.

      rechtsgeldig door de ontvanger is besloten tot het besteden van de op voet van dat besluit ontvangen verleende subsidie;

    • b.

      de opgave van genomen besluiten tot het besteden van de ontvangen verleende subsidie ten behoeve van de bouw van woningen en ten laste van de ontvangen verleende subsidie, en tot intrekking daarvan;

    • c.

      het rapport een getrouwe en deugdelijke weergave bevat van de ontvangen verleende subsidie, en van de bestedingen ten laste van die verleende subsidies, en

    • d.

      de in het «convenant woningbouwafspraken 2005 tot 2010» afgesproken prestaties zijn gerealiseerd.

  • 3.

    Een accountantsverklaring wordt opgesteld overeenkomstig het in bijlage 5 opgenomen model. Een accountantsverklaring kan slechts goedkeurend zijn, voorzover naar het oordeel van de accountant fouten met betrekking tot de ten laste van de ontvangen verleende subsidies aangegane verplichtingen het percentage van één, uitgedrukt in geldeenheden, niet overschrijden alsmede de afgesproken prestaties onder de gestelde voorwaarden zijn geleverd en de getrouwheid van het rapport is vastgesteld. Dit percentage kan bij ministeriële regeling worden gewijzigd. De accountant wordt hierbij de vrijheid gelaten een zodanige combinatie van controlemaatregelen te kiezen dat hij in staat is zich een gefundeerd oordeel te vormen.

  • 4.

    Een accountantsverklaring die niet goedkeurend is, sluit zo veel mogelijk aan op de indeling die in het in bijlage 5 opgenomen model is gegeven, en wordt ingericht met inachtneming van de door het Koninklijk Nederlands Instituut van Registeraccountants vastgestelde gedrags- en beroepsregels voor registeraccountants, dan wel van de door de Nederlandse Orde van Accountants-Administratieconsulenten vastgestelde gedrags- en beroepsregels voor accountants-administratieconsulenten.

Bijlage

5

bij het besluit locatiegebonden subsidies 2005

Model van een accountantsverklaring bij het eindrapport, bedoeld in artikel 16, eerste lid, van het Besluit locatiegebonden subsidies 2005 en/of het aanvullend eindrapport, bedoeld in artikel 16, tweede lid, van dat besluit

Wij hebben het eindrapport, bedoeld in artikel 16, eerste lid, van het Besluit locatiegebonden subsidies 2005 /het aanvullend eindrapport, bedoeld in artikel 16, tweede lid, van het Besluit locatiegebonden subsidies 2005 van de ontvanger (naam) van (datum) gecontroleerd met inachtneming van het protocol, opgenomen in bijlage 4 bij dat besluit.

Op grond van deze controle zijn wij van oordeel dat:

  • a.

    (juiste weergave) de in het eindrapport/aanvullend eindrapport opgenomen gegevens omtrent de verleende subsidies en de besluiten tot het ontwikkelen van bouwlocaties (bouwen van woningen) ten laste van die subsidies juist en volledig zijn weergegeven;

  • b.

    (rechtmatigheid) bij die besluiten de met het Besluit locatiegebonden subsidies 2005 gegeven regels zijn nageleefd, en

  • c.

    (prestaties) de in het eindrapport/aanvullend eindrapport verstrekte gegevens omtrent de in het «convenant woningbouwafspraken 2005 tot 2010» afgesproken prestaties juist zijn.

Deze verklaring wordt afgegeven aan de hiervoor genoemde ontvanger ten behoeve van de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer.

(plaatsnaam, datum) 

(naam accountant en ondertekening)