Artikel
1
In deze verordening wordt verstaan onder:
|
a. een onderneming |
: |
een onderneming waarvoor het hoofdbedrijfschap is in gesteld als bedoeld in artikel 3 van het Instellingsbesluit Hoofdbedrijfschap Detailhandel; |
|
b. de ondernemer |
: |
degene die een onderneming drijft dan wel degenen die gezamenlijk een onderneming drijven; |
|
c. werkzame personen |
: |
de personen die doorgaans tenminste 15 uur per week in de onderneming werkzaam zijn. Deze personen kunnen zijn:
|
|
d. detailhandel |
: |
hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Instellingsbesluit Hoofdbedrijfschap Detailhandel; |
|
e. ambulante handel |
: |
markthandel, straathandel en handel te water; |
|
f. verkoopplaats |
: |
iedere plaats waar de detailhandel anders dan in de uitoefening van de ambulante handel wordt uitgeoefend, alsmede elke voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waar waren aan particulieren te koop worden aangeboden; |
|
g.het inkomen |
: |
het verzamelinkomen als bedoeld in artikel 2.18 van de Wet inkomstenbelasting 2001; |
|
h.de voorzitter |
: |
de voorzitter van het Hoofdbedrijfschap Detailhandel. |