Verordening van het Hoofdbedrijfschap Ambachten van 9 november 2005, houdende regels terzake van de aan de ondernemers die het voetverzorgingsbedrijf uitoefenen op te leggen bestemmingsheffing voor het jaar 2006 (Verordening bestemmingsheffing voetverzorgingsbedrijf 2006)

Verordening bestemmingsheffing voetverzorgingsbedrijf 2006

Het bestuur van het Hoofdbedrijfschap Ambachten;
Gezien het advies van de Commissie voetverzorging;

Besluit:

§

1

Begripsbepalingen en toepassingsgebied

Artikel

2

De verordening is van toepassing op de ondernemers die een onderneming drijven, waarin het voetverzorgingsbedrijf wordt uitgeoefend.

§

2

De heffing

Artikel

3

Artikel

4

§

3

Vermindering van heffing

Artikel

5

Artikel

6

Vermindering als bedoeld in artikel 5 wordt slechts verleend op aanvraag. De aanvrager toont ten genoegen van de voorzitter aan dat aan de in het betreffende artikel genoemde voorwaarden wordt voldaan.

§

4

Overige bepalingen

Artikel

8

De voorzitter neemt de krachtens deze verordening te nemen besluiten, met uitzondering van het besluit voortvloeiende uit artikel 4, vijfde lid.

Artikel

9

Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na die van afkondiging in het Verordeningenblad bedrijfsorganisatie.

Artikel

10

Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening bestemmingsheffing voetverzorgingsbedrijf 2006.

Den Haag
P. Kalle voorzitter
J.W. Nelson secretaris

Goedgekeurd door de Bestuurskamer van de Sociaal-Economische Raad bij besluit van 23 december 2005 en door de Minister van Economische Zaken mede namens de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid bij beschikking van 7 februari 2006, nr. EP/MW 6009899.