Regeling van de Minister van Justitie van 9 november 2005, nr. DDS 5378751, houdende regels over de uitvoering van reclasseringswerkzaamheden (Uitvoeringsregeling reclassering 2005)

Uitvoeringsregeling reclassering 2005

De Minister van Justitie,

Besluit:

Hoofdstuk

1

Algemene bepalingen

Artikel

1

In deze regeling wordt verstaan onder:

Hoofdstuk

2

Aanwijzingseisen en beëdiging van reclasseringswerkers

Paragraaf

2.1

Aanwijzingseisen

Artikel

2

Artikel

3

Paragraaf

2.2

Beëdiging

Artikel

4

Alvorens zijn functie te aanvaarden, legt de reclasseringswerker voor de rechtbank in het arrondissement van de plaats waar hij is tewerkgesteld de volgende eed of belofte af:

‘Ik zweer (beloof), dat ik mijn taak overeenkomstig de gestelde voorschriften naar geweten zal vervullen en de zaken waarvan ik door de uitoefening van mijn functie kennis draag en waarvan ik het vertrouwelijk karakter moet begrijpen, niet zal openbaren aan anderen dan aan hen, aan wie ik krachtens wettelijk voorschrift of uit hoofde van mijn functie tot mededeling verplicht ben. Zo waarlijk helpe mij God Almachtig (Dat beloof ik)’

Artikel

5

Artikel

6

Het bestuur van de reclasseringsinstelling verstrekt de reclasseringswerker na diens beëdiging een bewijs waarmee hij zich als zodanig kan legitimeren.

Hoofdstuk

3

Subsidiëring

Paragraaf

3.1

Subsidieverlening

Artikel

7

Paragraaf

3.2

Subsidievaststelling

Artikel

10

Artikel

11

Het jaarverslag, bedoeld in artikel 26, tweede lid, onder b, van de Reclasseringsregeling 1995, beschrijft in samenhang met de jaarrekening in ieder geval de vergelijking tussen de afgesproken en de gerealiseerde managementafspraken, met name ten aanzien van de aantallen producten, de daaraan gerelateerde kostprijs, de projecten, de overige budgetten en een toelichting op de verschillen.

Artikel

12

Artikel

13

Paragraaf

3.3

Informatievoorziening

Artikel

14

Artikel

15

Een reclasseringsinstelling verstrekt aan de Raad voor strafrechtstoepassing en jeugdbescherming de inlichtingen die deze in het kader van zijn taak vraagt.

Paragraaf

3.4

Administratieve voorschriften

Artikel

16

Artikel

17

Artikel

18

Artikel

19

Hoofdstuk

4

Overgangs- en slotbepalingen

Artikel

20

De bepalingen van deze regeling zijn van toepassing vanaf het boekjaar 2005.

Artikel

22

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2005.

Artikel

23

Deze regeling wordt aangehaald als: Uitvoeringsregeling reclassering 2005.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag
De Minister van Justitie, J.P.H.Donner

Bijlage

1

Model

AANVRAAG BEËDIGING VAN EEN RECLASSERINGSWERKER

De Stichting …...... (naam reclasseringsinstelling) te ........... (plaatsnaam)

Aan de griffier bij de rechtbank

te …........

Hierbij verzoekt ondergetekende,

….....…. (naam),

….....…. (functie)

van de Stichting …..,

de beëdiging te (doen) bewerkstelligen van de reclasseringswerker

naam: ….......

voornamen (voluit): …....…

geboortedatum en -plaats:

De verklaring omtrent het gedrag is op …… afgegeven door de minister van Justitie.

Betrokkene, tewerkgesteld in ….. (plaatsnaam)

is sinds ……. (datum) in dienst van de Stichting …....... te …........

Betrokkene is bij beschikking van ….. (datum) van het bestuur van de Stichting …....... aangewezen als reclasseringswerker overeenkomstig artikel 6, eerste lid, van de Reclasseringsregeling 1995 en voldoet aan de daarvoor in de Uitvoeringsregeling reclassering 2005 gestelde eisen.

Gaarne verneem ik zo spoedig mogelijk het tijdstip waarop de beëdiging zal plaatsvinden.

…….......... (datum)

…….......... (plaats)

namens het bestuur van de Stichting ……….........

………………. (ondertekening)