SZW Regeling Opvang en Klachtenprocedure Ongewenste Omgangsvormen 2005

SZW Regeling Opvang en Klachtenprocedure Ongewenste Omgangsvormen 2005

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
Overwegende dat het wenselijk is de bestaande Regeling bestrijding Seksuele Intimidatie, besluit SZW-C/96/2607 en de Code ter voorkoming en bestrijding van discriminatie en onheuse bejegening bij SZW, besluit PO&I/99/31364, in te trekken en een regeling op te stellen die ook bij andere vormen van ongewenste omgangsvormen toepassing kan vinden;
Gehoord de DOR;

Besluit:

Vast te stellen de SZW Regeling Opvang en Klachtenprocedure Ongewenste Omgangsvormen 2005:

Artikel

1

Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a.

    klager: de medewerker, die zich wendt tot een vertrouwenspersoon, dan wel een klacht over enige vorm van ongewenst gedrag in de zin van deze regeling bij de commissie indient;

  • b.

    beklaagde: de medewerker, werkzaam binnen het gezagsbereik van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, tegen wie de klacht is gericht;

  • c.

    klaagschrift: een door klager ondertekend en gedagtekend geschrift waarin een omschrijving van de klacht is opgenomen en dat dient als uitgangspunt voor de klachtenprocedure;

  • d.

    medewerker: degene die is aangesteld op grond van het Algemeen Rijksambtenaren-reglement (ARAR) of op een andere titel werkzaam is bij het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;

  • e.

    klachtencommissie: de commissie, ingesteld op grond van artikel 6, die de ingediende schriftelijke klachten onderzoekt en daarover aan de secretaris-generaal rapporteert en adviseert;

  • f.

    bevoegd gezag: de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;

  • g.

    vertrouwenspersoon: een op grond van artikel 3 aangewezen medewerker die fungeert als eerste aanspreekpunt voor degenen die menen met ongewenst gedrag te zijn geconfronteerd;

  • h.

    ongewenste omgangsvormen: (seksuele) intimidatie, agressie en geweld, stalking, pesten, treiteren, discriminatie en extremisme;

  • i.

    (seksuele) intimidatie: ongewenste (seksuele) toenadering, verzoeken om (seksuele) gunsten, of ander verbaal, non-verbaal of fysiek gedrag (van seksuele aard) waarbij tevens sprake is van ten minste een van de volgende punten:

    • onderwerping aan dergelijk gedrag wordt hetzij expliciet hetzij impliciet gehanteerd als voorwaarde voor de tewerkstelling van de persoon;

    • onderwerping aan of afwijzing van dergelijk gedrag door een persoon wordt gebruikt bij beslissingen die het werk of de positie van deze persoon raken;

    • dergelijk gedrag heeft het doel de werkprestaties van een persoon aan te tasten en/of een intimiderende, vijandige of onaangename werkomgeving te creëren, dan wel heeft tot gevolg dat de werkprestaties van een persoon worden aangetast en/of een intimiderende, vijandige of onaangename werkomgeving wordt gecreëerd;

  • j.

    agressie en geweld: voorvallen waarbij een werknemer psychisch of fysiek wordt lastig gevallen, bedreigd of aangevallen onder omstandigheden die rechtstreeks verband houden met het verrichten van arbeid;

  • k.

    discriminatie: het onderscheid tussen mensen wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of op welke grond dan ook als bedoeld in artikel 1 van de Grondwet;

  • l.

    extremisme: het op een gewelddadige manier achtervolgen van personen en/of groeperingen vanwege hun geloof of afkomst welke als bedreiging voor de eigen cultuur, waarden en normen worden gezien;

  • m.

    stalking: het bij voortduring bespieden, besluipen, achtervolgen of, al dan niet telefonisch, lastigvallen van een andere persoon;

  • n.

    pesten of treiteren: gedrag dat als vijandig, vernederend of intimiderend wordt ervaren en steeds op dezelfde persoon is gericht (bespotten, kwaadspreken, het werk onaangenaam of zelfs onmogelijk maken).

Artikel

2

Reikwijdte regeling

Dit besluit is van toepassing op een ieder die werkzaam is binnen het gezagsbereik van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

Artikel

3

Vertrouwenspersoon

Een ieder die met enige vorm van ongewenst gedrag als omschreven in artikel 1 wordt geconfronteerd, kan zich wenden tot een vertrouwenspersoon, dan wel een klacht indienen bij de klachtencommissie. De klacht kan tot uiterlijk 1 jaar na de confrontatie worden ingediend.

  • 1.

    De Secretaris-Generaal benoemt ten minste drie vertrouwenspersonen.

  • 2.

    Als vertrouwenspersonen kunnen uitsluitend worden benoemd personen die een dienstverband met SZW hebben.

  • 3.

    De vertrouwenspersonen worden door de Secretaris-Generaal benoemd voor een periode van ten hoogste vier jaar. Ze kunnen éénmaal herbenoemd worden.

    De Secretaris-Generaal kan de vertrouwenspersonen uit die functie ontheffen.

  • 4.

    De vertrouwenspersonen verrichten hun werkzaamheden volledig in diensttijd. Ze worden voor tenminste gemiddeld één dagdeel per week vrijgesteld voor de uitoefening van hun functie.

  • 5.

    De vertrouwenspersonen ontvangen voor hun werkzaamheden in het kader van deze Regeling geen bijzondere beloning.

  • 6.

    De vertrouwenspersoon handelt uitsluitend naar aanleiding van een rechtstreeks verzoek van de klager en met voorafgaande instemming.

  • 7.

    De vertrouwenspersoon waarborgt te allen tijde de vertrouwelijkheid.

  • 8.

    De vertrouwenspersoon heeft naast de functie waarin hij of zij is tewerkgesteld in ieder geval de volgende taken:

    • a.

      Het fungeren als aanspreekpunt voor de medewerker die is geconfronteerd met enige vorm van ongewenst gedrag;

    • b.

      Het op verzoek van klager ondernemen van stappen gericht op het zoeken naar een oplossing, ook als (nog) geen klacht wordt ingediend;

    • c.

      Het doen opvangen en verlenen van nazorg aan betrokkene;

    • d.

      De klager begeleiden, van advies dienen en – indien klager zulks mocht wensen – bijstaan in het formuleren van zijn of haar klacht en in alle verdere fasen van de klachtprocedure;

    • e.

      Het geven van algemene adviezen aan de Secretaris-Generaal op het terrein van deze regeling;

    • f.

      Het verzorgen van een gezamenlijk jaarverslag van de vertrouwenspersonen. De departementale ondernemingsraad krijgt dit jaarverslag geanonimiseerd ter informatie toegestuurd.

  • 9.

    De vertrouwenspersoon kan zich desgewenst tegenover een klager beroepen op zijn/haar verschoningsrecht.

  • 10.

    Bij de benoeming van een vertrouwenspersoon wordt gewaakt voor belangenverstrengeling of -⁠tegenstelling. Een vertrouwenspersoon kan niet tevens worden aangewezen als lid van de klachtencommissie.

  • 11.

    De vertrouwenspersonen dragen er zorg voor dat alle informatie die bij de werkzaamheden in het kader van deze Regeling beschikbaar komt met de nodige zorgvuldigheid wordt behandeld.

  • 12.

    Dossiers over behandelde zaken worden door de vertrouwenspersonen vernietigd twee jaar nadat de klacht volledig is afgehandeld, hetzij binnen SZW, hetzij in beroep.

  • 13.

    Bij defungeren zorgen de vertrouwenspersonen voor een goede overdracht van zaken en dossiers aan hun opvolgers.

  • 14.

    De directeur PO&I stelt jaarlijks een budget beschikbaar voor de deskundigheidsbevordering van de vertrouwenspersonen.

Artikel

4

Bemiddeling via de vertrouwenspersoon

Artikel

5

De klachtencommissie

Artikel

6

Indienen van een klacht

Artikel

7

Faciliteiten

Artikel

8

Werkwijze van de klachtencommissie

Artikel

9

Advies door de klachtencommissie

Artikel

10

Beslissing van het bevoegd gezag

Artikel

11

Rechtsbescherming

Artikel

12

Geheimhoudingsplicht

Alle betrokkenen zullen uiterste zorg besteden aan de vertrouwelijkheid van gegevens die hen ter kennis komen. Vermelding van namen van personen in het advies of anderszins geschiedt slechts als dit naar de mening van de commissie noodzakelijk is.

Artikel

13

Jaarverslag

De commissie brengt jaarlijks aan de Secretaris-Generaal een vertrouwelijk rapport uit over het aantal ontvangen klachten, de aard daarvan en de daaromtrent door de commissie gegeven adviezen. De departementale ondernemingsraad krijgt dit jaarverslag geanonimiseerd ter informatie toegestuurd.

Artikel

14

Periodiek overleg

Minimaal één keer per jaar wordt op initiatief van de klachtencommissie een functioneel overleg georganiseerd. Bij dit functioneel overleg zijn betrokken: de (plv)leden van de klachtencommissie, de vertrouwenspersonen, de Raadsman SZW de bedrijfsmaatschappelijk werkers en de bedrijfsartsen.

Artikel

15

Intrekking Regeling bestrijding Seksuele Intimidatie 1996 en de Code ter voorkoming en bestrijding van discriminatie en onheuse bejegening bij SZW 1999

De bestaande Regeling bestrijding Seksuele Intimidatie, nr. SZW-C/96/2607 en de Code ter voorkoming en bestrijding van discriminatie en onheuse bejegening bij SZW, nr. PO&I/99/31364 worden ingetrokken.

Artikel

16

Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel

17

Citeertitel

Deze regeling kan worden aangehaald als ‘SZW Regeling Opvang en Klachtenprocedure Ongewenste Omgangsvormen 2005’.

Den Haag
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
namens deze:
de Secretaris-Generaal, M.A.Ruys