Regeling beschikbaarstelling ambtenaren aan de Nederlandse Antillen en Aruba

Regeling beschikbaarstelling ambtenaren aan de Nederlandse Antillen en Aruba

De Minister voor Bestuurlijke Vernieuwing en Koninkrijksrelaties,

Besluit:

Hoofdstuk

1

Algemene bepalingen

Artikel

1.1

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a.

    de Minister: de Minister voor Bestuurlijke Vernieuwing en Koninkrijksrelaties;

  • b.

    de belanghebbende:

    • 1.

      de ambtenaar aan wie buitengewoon verlof is verleend met behoud van bezoldiging en die door of vanwege de Minister voor de duur van ten minste een jaar in het kader van de personele samenwerking met de Nederlandse Antillen of Aruba beschikbaar is gesteld aan een van die landen voor het vervullen van een functie in het desbetreffende land, met uitzondering van rechterlijke ambtenaren in de zin van de Suppletieregeling rechterlijke ambtenaren;

    • 2.

      de ambtenaar die met behoud van bezoldiging is gedetacheerd bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en door of vanwege de Minister voor de duur van ten minste een jaar in het kader van de personele samenwerking met de Nederlandse Antillen of Aruba beschikbaar is gesteld aan een van die landen voor het vervullen van een functie in het desbetreffende land;

    • 3.

      dit onderdeel is nog niet in werking getreden;

  • c.

    de standplaats: de plaats waar de belanghebbende is tewerkgesteld;

  • d.

    de plaats van tewerkstelling: de plaats waar de belanghebbende gewoonlijk zijn werkzaamheden verricht;

  • e.

    de echtgenoot: de echtgenoot volgens burgerlijk recht of de levenspartner met wie de niet gehuwde belanghebbende samenwoont en – met het oogmerk duurzaam samen te leven – een gemeenschappelijke huishouding voert op basis van een notarieel verleden samenlevingscontract, bevattende de wederzijdse rechten en verplichtingen ter zake van die samenwoning en gemeenschappelijke huishouding, alsmede de geregistreerde partner;

  • f.

    de achtergebleven echtgenoot: de achtergebleven echtgenoot, levenspartner, of de achtergebleven geregistreerde partner van de overleden belanghebbende;

  • g.

    het gezin: de niet duurzaam gescheiden levende echtgenoot van de belanghebbende en de minderjarige kinderen waarvoor aanspraak bestaat op kinderbijslag ingevolge de Algemene Kinderbijslagwet of op een tegemoetkoming in de studiekosten op grond van de Wet tegemoetkoming studiekosten door één der ouders of, voor wat betreft de tegemoetkoming in de studiekosten, door het desbetreffende kind zelf;

  • h.

    de gehuwde belanghebbende:

    • 1e.

      de belanghebbende die naar Nederlands recht als gehuwd wordt beschouwd, tenzij hij is gescheiden van tafel en bed of anders dan vanwege de uitzending naar de Nederlandse Antillen onderscheidenlijk Aruba gescheiden leeft van zijn echtgenoot;

    • 2e.

      de belanghebbende die naar Nederlands recht niet meer als gehuwd wordt beschouwd, gescheiden is van tafel en bed of anders dan vanwege de uitzending naar de Nederlandse Antillen onderscheidenlijk Aruba gescheiden leeft van zijn echtgenoot, en die met een of meer van zijn andere gezinsleden samenwoont en een eigen huishouding voert in een woning, of een gedeelte daarvan, waarover het gezin de vrije en zelfstandige beschikking heeft;

    • 3e.

      de belanghebbende die naar burgerlijk recht ongehuwd is en met een levenspartner samenwoont en – met het oogmerk duurzaam samen te leven – een gemeenschappelijke huishouding voert op basis van een notarieel verleden samenlevingscontract, bevattende de wederzijdse rechten en verplichtingen ter zake van die samenwoning en gemeenschappelijke huishouding, of samenwoont met de geregistreerde partner;

  • i.

    Beschikbaarstelling: de beschikbaarstelling van de belanghebbende aan de Nederlandse Antillen, Aruba of aan de landen van het Koninkrijk ten behoeve van het verrichten van recherchewerkzaamheden in de Nederlandse Antillen of Aruba in het kader van de samenwerking tussen deze landen in het Recherche Samenwerkingsteam (RST)

  • j.

    de bezoldiging: het bruto salaris behorende bij de schaal van de desbetreffende bezoldigingsregeling waarin de belanghebbende bij zijn Nederlandse werkgever laatstelijk is ingedeeld, inclusief de eventuele jaarlijkse periodieke verhogingen.

  • k.

    standaard netto Nederlands inkomen (SNN): het bruto salaris verminderd met:

    • de premie voor het ouderdoms- en nabestaandenpensioen

    • de premie voor het bovenwettelijk arbeidsongeschiktheidspensioen, zonder rekening te houden met een eventueel door de ambtenaar gekozen verlaging van die premie;

    • de premie flexibel pensioen en uittreden

    • de inhouding inzake werkloosheid

    • de loonheffing en

    vermeerderd met:

    Voor de belanghebbende, de algemene heffingskorting, vermenigvuldigd met: de factor 1,1

    Bij de vaststelling van het standaard netto inkomen wordt geen rekening gehouden met een individuele afwijking als gevolg van:

    • een in te houden spaarbedrag als bedoeld in de Spaarloonregeling;

    • een in te houden premie voor een Invaliditeitspensioen Aanvullingsplan

    • een in te houden premie voor aanvullend nabestaanden pensioen.

  • l.

    éloignement:

    een procentuele toeslag, in voorkomend geval verhoogd met een bedrag ter bestrijding van de bijzondere kosten door kwantitatieve en kwalitatieve meer- en minderverbruiken buiten Nederland, alsmede van de indirecte kosten voortvloeiende uit een verblijf in een gebied buiten Nederland, waaronder is begrepen:

    • de omstandigheid dat de belanghebbende in het land waar hij is tewerkgesteld, niet is gewend aan de levenswijze aldaar;

    • de omstandigheid dat of ook voor de gezinsleden hetzelfde geldt als hiervóór onder het eerste punt is vermeld of, indien het gezin in het eigen land is achtergebleven, dat wegens het gescheiden zijn van de belanghebbende van zijn gezin of een deel daarvan de banden daarmede dienen te worden onderhouden, zulks met uitzondering van daartoe te maken reiskosten;

    • het onderhouden van contacten met in Nederland verblijvende familieleden en relaties, zulks met uitzondering van daartoe te maken reiskosten;

    • de gevolgen van een ander klimaat, met verschillen in aanschaf van kleding, het boodschappenpakket en een andere energiebehoefte;

    • de gevolgen van een andere infrastructuur;

    • verplichtingen van sociale aard, zowel nationaal als internationaal;

    • de omstandigheid dat de vakantie op een andere wijze moet worden doorgebracht en;

    • het verlies van schooljaren voor kinderen die ter plaatse verblijven, het ontbreken van de mogelijkheid tot het verrichten van betaalde arbeid door de gezinsleden als gevolg van wettelijke bepalingen, de beperkte aanspraak op een werkloosheidsuitkering van de gezinsleden die in Nederland voorafgaande aan het verblijf in de Nederlandse Antillen of Aruba betaalde arbeid verrichtten, alsmede het bezit van een eigendomswoning in Nederland;

  • m.

    duurtecorrectie

    het door de Minister vastgestelde percentage, aangevende het verschil in de kosten van levensonderhoud in het gebied van plaatsing ten opzichte van die in Nederland; de duurtecorrectie wordt vastgesteld met toepassing van de tabel in bijlage 1

Artikel

1.2

Voor de toepassing van deze regeling wordt slechts één persoon als de echtgenoot of de achtergebleven echtgenoot aangemerkt.

Artikel

1.3

Met minderjarige kinderen worden gelijkgesteld meerderjarige kinderen die de leeftijd van 21 jaar nog niet hebben bereikt, en ten aanzien van wie voor de ouders volgens de Nederlandse wetgeving een onderhoudsplicht geldt .

Hoofdstuk

2

Overeenkomst beschikbaarstelling en medische keuring

Artikel

2.1

Artikel

2.2

Hoofdstuk

3

Werkgeverslasten, bezoldiging en toelagen

Werkgeverslasten en bezoldiging

Artikel

3.1

Toelagen

Artikel

3.2

Aanvang en einde van de toelagen

Artikel

3.3

Verandering toelagen

Artikel

3.4

Hoofdstuk

4

Voorzieningen bij beschikbaarstelling en beëindiging beschikbaarstelling

Verhuiskostenvergoeding

Artikel

4.1

Artikel

4.2

De belanghebbende heeft bij de reis naar de Nederlandse Antillen respectievelijk Aruba en bij terugkeer naar Nederland voor elk lid van zijn gezin tevens aanspraak op vergoeding van bagage tot ten hoogste 10 kg of tot ten hoogste 20 kg als onbegeleide bagage. In beide gevallen voor zover deze kosten niet van Nederlands-Antilliaanse of Arubaanse zijde worden vergoed. Deze hoeveelheden hebben betrekking op het gewicht dat komt boven op het door de betrokken luchtvaartmaatschappij vastgestelde gewicht aan begeleide bagage dat bij het vervoer is inbegrepen.

Artikel

4.3

De totale kosten voor verzekering van het transport van de inboedel, de extra begeleide en onbegeleide bagage, bedoeld in artikel 9 van het Verplaatsingskostenbesluit 1989 hebben betrekking op een verzekerde waarde van ten hoogste € 67.500,– .

Artikel

4.4

Bij de reis naar de Nederlandse Antillen of Aruba en bij terugkeer naar Nederland van de belanghebbende worden – voor zover deze niet door de Nederlands-Antilliaanse of Arubaanse overheid worden vergoed – de kosten van vervoer bedoeld in artikel 9 van het Verplaatsingskostenbesluit 1989 voor de belanghebbende en zijn gezin vergoed tot maximaal de kosten van een vliegticket voor een enkele reis via de kortste route van Nederland naar het land van tewerkstelling of omgekeerd op basis van de laagste klasse van vervoer.

Uitrustingskosten en huurauto

Artikel

4.5

Tijdelijke huisvesting

Artikel

4.6

Terugbetalingsplicht

Artikel

4.7

Hoofdstuk

5

Voorzieningen bij verblijf in de Nederlandse Antillen en Aruba

Huisvesting en woonlasten

Artikel

5.1

Onderwijskosten

Artikel

5.2

Hoofdstuk

6

Verlof- en gezinsherenigingsreizen

Artikel

6.1

Artikel

6.2

De belanghebbende die als gevolg van zijn beschikbaarstelling zonder zijn gezin is verhuisd en gedurende ten minste zes achtereenvolgende maanden gescheiden van zijn gezin in de Nederlandse Antillen of Aruba werkzaam is geweest en wiens werkzaamheden aldaar nog ten minste zes maanden zullen voortduren, heeft eenmaal per periode van zes maanden aanspraak op een vergoeding van de reiskosten verbonden aan een verlofreis van zijn plaats van tewerkstelling in de Nederlandse Antillen respectievelijk Aruba naar Nederland en terug.

Artikel

6.3

Hoofdstuk

7

Ziekte, ongeval en overlijden

Artikel

7.1

De belanghebbende is verplicht elk geval van ziekte of ongeval van hemzelf terstond ter kennis van de Minister te brengen, indien de ziekte of het ongeval van zodanige aard is, dat hij naar verwachting langer dan een maand arbeidsongeschikt zal zijn.

Artikel

7.2

Indien de Minister in geval van ziekte of ongeval van de belanghebbende na overleg met de autoriteiten van het land waar de belanghebbende tewerk is gesteld en na ter zake advies te hebben ontvangen van de bedrijfsgeneeskundige dienst van het desbetreffende land, van oordeel is dat een langer verblijf van de belanghebbende in de Nederlandse Antillen of Aruba niet langer verantwoord, raadzaam of van nut is, neemt hij de maatregelen tot terugkeer naar Nederland van de belanghebbende en zijn gezin, die hij in zodanige omstandigheden noodzakelijk acht. De daaruit voortvloeiende kosten, met uitzondering van die waarvan het risico verzekerd is, worden door het Rijk vergoed.

Artikel

7.3

Ingeval de belanghebbende wegens ziekte of ongeval verhinderd is zijn werkzaamheden te verrichten, wordt de vergoeding van de werkgeverslasten aan de werkgever betaald tot maximaal 52 weken, gerekend vanaf de datum waarop de beschikbaarstelling wordt beëindigd.

Artikel

7.4

Bij repatriëring van de belanghebbende of een van diens gezinsleden wegens ziekte of ongeval wordt de aanspraak op de toelagen, bedoeld in hoofdstuk 3 – rekening houdend met de nog lopende kosten in verband met zijn verblijf in de Nederlandse Antillen of Aruba – door de Minister nader beoordeeld en vastgesteld.

Artikel

7.5

Artikel 7.6

Hoofdstuk

8

Overige rechten en verplichtingen

Artikel

8.1

Artikel

8.2

In geval de echtgenoot van de belanghebbende eveneens als belanghebbende in de zin van deze regeling in de Nederlandse Antillen of Aruba werkzaam is, dan wel uit anderen hoofde aanspraak heeft op vergoedingen van of tegemoetkomingen in kosten bedoeld in deze regeling van de Nederlandse, Nederlands-Antilliaanse of Arubaanse overheid, worden de vergoedingen en tegemoetkomingen krachtens deze regeling slechts verleend tot het bedrag, waarmee de aanspraak van de echtgenoot de aanspraak van de belanghebbende overschrijdt.

Artikel

8.3

Indien de belanghebbende aanspraak maakt op vergoedingen, tegemoetkomingen, loon en dergelijke van de Nederlandse Antillen of Aruba, verband houdende met de beschikbaarstelling, de beëindiging van de beschikbaarstelling en de uitoefening van de functie aldaar, dient hij dit onmiddellijk bij de Minister te melden en de door de Minister betaalde vergoedingen, tegemoetkomingen en loon e.d. terug te betalen tot maximaal het bedrag dat hij van Nederlands-Antilliaanse of Arubaanse zijde heeft ontvangen, voor zover door de Minister met dergelijke aanspraken niet reeds rekening is gehouden.

Hoofdstuk

9

Overgangs- en slotbepalingen

Artikel

9.1

Artikel

9.2

In gevallen waarin niet of niet voldoende in deze regeling is voorzien, beslist de Minister naar redelijkheid en, waar mogelijk, in overeenstemming met de strekking van de bepalingen van deze regeling.

Artikel

9.3

Artikel

9.4

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling beschikbaarstelling ambtenaren aan de Nederlandse Antillen en Aruba.

Artikel

9.5

De Regeling honorering deskundigen technische bijstand wordt ingetrokken.

Artikel

9.6

Deze regeling treedt in werking op de dag van publicatie en werkt terug tot 1 juli 2004.

De Minister voor Bestuurlijke Vernieuwing en Koninkrijksrelaties,A.Pechtold

Bijlage

1

Tabel éloignement (EL) en duurtecorrectie (DC) ten behoeve van de vaststelling van de toelage-buitenland

Percentages en bedragen per 1 juli 2004

Aruba

65%

47%

26,32

46%

17,50 %

€ 0,458

Sint-Maarten

62%

46%

62,62

46%

15,79 %

€ 0,458

Nederlandse Antillen (m.u.v. Sint-Maarten)

62%

46%

26,32

46%

17,60 %

€ 0,458

* Variabel per maand

Voorbeeld berekening:

Voor een gehuwde belanghebbende die met gezin (vrouw) in de Nederlandse Antillen verblijft, wordt de toelage buitenland als volgt berekend:

((Standaard netto Nederland + algemene heffingskorting) x 1.1) x EL%

= bedrag a

((Standaard netto Nederland + algemene heffingskorting) x 1.1) x DC

= bedrag b

Bedrag a x DC

= bedrag c

+

toelage buitenland

Voor een gehuwde belanghebbende die niet met gezin in de Nederlandse Antillen of Aruba verblijft wordt de toelage buitenland als volgt berekend:

((Standaard netto Nederland + algemene heffingskorting) x 1.1) x EL%

= bedrag a

EL-bedrag

= bedrag b

Bedrag a x DC

= bedrag c

+

toelage buitenland

Voor een ongehuwde wordt de toelage buitenland als volgt berekend:

(Standaard netto Nederland x 1,1) x EL%

= bedrag a

(Standaard netto Nederland x 1,1) x DC

= bedrag b

Bedrag a x DC

= bedrag c

+

toelage buitenland

Verhoging toelage-buitenland (indien het kind verblijft in het gebied van plaatsing) (ad art. 9, 2e lid VBD)

Bedragen per: 1 juli 2004

Binnen de keerkringen

€ 51,69

Europa m.u.v. Kreta

€ 34,46

€ 70,34

Overige gebieden

€ 43,08

Tabel Verhoging toelage-buitenland (indien het kind niet verblijft in het gebied van plaatsing) (ad art. 9, 3e lid VBD)

Bedragen per: 1 juli 2004

€ 279,08

€ 218,73

Bijlage

2

Uitrustingskosten ad Artikel 4.5

De tegemoetkoming in de uitrustingskosten bij beschikbaarstelling naar de Nederlandse Antillen of Aruba bedraagt per 1 juli 2004:

  • a.

    voor de belanghebbende: € 651,94

  • b.

    voor de echtgenoot: € 651,94

  • c.

    voor elk kind: € 131,42

De tegemoetkoming in de uitrustingskosten wordt niet toegekend bij verhuizing binnen de Nederlandse Antillen en Aruba.

Woonlasten ad artikel 5.1 vierde lid

De huurplafonds bedragen:

Aruba

Af 2.700

Bonaire

Naf 2.500

Curaçao

Naf 2.500

Saba

US$ 2.000

Sint Eustatius

US$ 2.000

Sint Maarten

US$ 2.000

Bijlage

3

Bijlage

4

Bijlage

5

Bijlage

6

Bijlage

7