Regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 16 december 2005, Directie Sociale Verzekeringen, nr. SV/R&S/2005/102050, houdende regels met betrekking tot reïntegratie (Reïntegratieregeling)

Reïntegratieregeling

§

1

Diversen

Artikel

1

Begrippen

Artikel

2

Aanvraagtermijnen loon- en inkomenssuppletie

§

2

Inkomenstoets vervoersvoorzieningen

Artikel

5

Inkomen echtgenoot

Bij de vaststelling van het inkomen van de persoon die de vervoersvoorziening aanvraagt of aan wie de vervoersvoorziening is toegekend, wordt mede in aanmerking genomen het inkomen van zijn echtgenoot.

Artikel

6

Aftrekbare kosten

Op het inkomen worden in mindering gebracht kosten ter zake van ziekte of arbeidsongeschiktheid van de persoon die de vervoersvoorziening aanvraagt of aan wie de vervoersvoorziening is toegekend, alsmede van zijn echtgenoot of van zijn gezinsleden indien zij voor hun levensonderhoud mede afhankelijk zijn van zijn inkomen, voorzover die kosten niet uit andere hoofde kunnen worden vergoed en naar het oordeel van het UWV als buitengewone lasten zijn aan te merken.

Artikel

8

Vaststelling inkomen van personen die de leeftijd van 18 jaar nog niet hebben bereikt

Artikel

9

Vaststelling van het inkomen in het jaar van het bereiken van de leeftijd van 18 jaar

Indien een persoon in het kalenderjaar waarin hij een vervoersvoorziening heeft of aanvraagt, de leeftijd van 18 jaar bereikt, wordt:

  • a.

    tot de datum waarop hij 18 jaar wordt, het inkomen in aanmerking genomen dat in aanmerking zou zijn genomen indien hij gedurende het gehele kalenderjaar nog niet de leeftijd van 18 jaar had bereikt;

  • b.

    vanaf de datum waarop hij 18 jaar wordt, het inkomen in aanmerking genomen dat in aanmerking zou zijn genomen indien hij gedurende het gehele kalenderjaar reeds de leeftijd van 18 jaar had bereikt.

Artikel

10

Vaststelling van het inkomen in het jaar van het bereiken van de leeftijd van 65 jaar

Artikel

11

Afwijking inkomensgrens

Voor de persoon die een vervoersvoorziening aanvraagt of aan wie een vervoersvoorziening is toegekend en van wie de echtgenoot of een ander gezinslid aanspraak op een vervoersvoorziening heeft, of van wie de echtgenoot of een ander gezinslid om een andere reden dan ziekte of gebrek is aangewezen op het gebruik van een vervoermiddel, wordt het percentage, bedoeld in artikel 5, eerste lid, van het Reïntegratiebesluit, vastgesteld op 105%.

Artikel

12

Buiten toepassing blijven van inkomensgrens

Artikel 5, eerste lid, van het Reïntegratiebesluit is niet van toepassing bij de toekenning van een vervoersvoorziening die betreft:

  • 1°.

    een vergoeding van de kosten van aanpassing van een vervoermiddel of een vergoeding van een in een vervoermiddel aangebrachte faciliteit, voorzover de aanpassing of de faciliteit noodzakelijk is in verband met ziekte of gebrek;

  • 2°.

    een vergoeding voor de aanschaf, of een verstrekking, van een vervoermiddel voor het vervoer buitenshuis dat is bestemd voor het gebruik door een persoon met een ziekte of gebrek;

  • 3°.

    een vergoeding van de meerkosten van de aanschaf en het gebruik van een bijzonder type auto die samenhangt met ziekte of gebrek, voorzover deze meerkosten niet meer bedragen dan het verschil tussen de kosten van de aanschaf en het gebruik van een auto die door het UWV wordt beschouwd als een referentie-auto en de kosten van de aanschaf en het gebruik van een auto die door het UWV zou zijn toegekend indien er sprake zou zijn geweest van een bruikleensituatie;

  • 4°.

    de vergoeding van het gebruik van een rolstoeltaxi en die vergoeding niet meer bedraagt dan het verschil tussen het door het UWV vastgestelde normbedrag voor de vergoeding van het gebruik van een rolstoeltaxi en het door het UWV werknemersverzekeringen vastgestelde normbedrag voor de vergoeding van het gebruik van een taxi;

  • 5°.

    de vergoeding van het gebruik van een taxi om de werkplek te kunnen bereiken en die vergoeding niet meer bedraagt het verschil tussen de kosten van het gebruik van een taxi en het door het UWV vastgestelde normbedrag voor het gebruik van een eigen auto;

  • 6°.

    een vergoeding van de kosten die iemand moet maken voor het kunnen volgen van rijlessen in een aangepaste auto en die vergoeding niet meer bedraagt dan het verschil tussen de kosten van het volgen van autorijlessen in een niet aangepaste auto en het volgen van autorijlessen in een aangepaste auto;

  • 7°.

    een vergoeding van vervoerskosten in verband met het volgen van scholing.

§

3

Fondsbelasting ten behoeve van het Reïntegratiefonds

Artikel

13

Verdeling werkloosheidsfondsen/arbeidsongeschiktheidsfondsen

Artikel

14

Onderlinge verdeling arbeidsongeschiktheidsfondsen

De ten laste van het Arbeidsongeschiktheidsfonds en het Arbeidsongeschiktheidsfonds jonggehandicapten, komende bijdrage aan het Reïntegratiefonds in een bepaald kalenderjaar, wordt voor elk van deze fondsen bepaald aan de hand van de volgende formule:

Bf t = [ Uf t–2 : U t-2] × B t

waarbij :

  • 1.

    Bf t het bedrag is van de bijdrage uit een arbeidsongeschiktheidsfonds tot dekking van de uitgaven in een bepaald kalenderjaar ten laste van het Reïntegratiefonds;

  • 2.

    Uf t–2 het bedrag is van de uitkeringsuitgaven die in het tweede kalenderjaar voorafgaand aan het genoemd bepaald kalenderjaar ten laste zijn gekomen van het desbetreffende arbeidsongeschiktheidsfonds;

  • 3.

    U t-2 het totaalbedrag is van de uitkeringsuitgaven die in het tweede kalenderjaar voorafgaand aan genoemd bepaalde kalenderjaar ten laste zijn gekomen van de arbeidsongeschiktheidsfondsengezamenlijk;

  • 4.

    B t 50 procent is van de benodigde middelen tot dekking van de uitgaven in genoemd bepaald kalenderjaar ten laste van het Reïntegratiefonds.

Artikel

15

Onderlinge verdeling werkloosheidsfondsen

De ten laste van de werkloosheidsfondsen komende bijdrage aan het Reïntegratiefonds in een bepaald kalenderjaar, wordt voor elk van deze fondsen bepaald aan de hand van de volgende formule:

Bf t = [ Uf t–2 : U t-2] × B t

waarbij :

  • 1.

    Bf t het bedrag is van de bijdrage uit een werkloosheidsfonds, tot dekking van de uitgaven in een bepaald kalenderjaar ten laste van het Reïntegratiefonds;

  • 2.

    Uf t–2 het bedrag is van de uitkeringsuitgaven die in het tweede kalenderjaar voorafgaand aan genoemd bepaald kalenderjaar ten laste zijn gekomen van het desbetreffende werkloosheidsfonds;

  • 3.

    U t–2 het totaalbedrag is van de uitkeringsuitgaven die in het tweede kalenderjaar voorafgaand aan genoemd bepaald kalenderjaar ten laste zijn gekomen van de werkloosheidsfondsen gezamenlijk;

  • 4.

    B t 50 procent is van de benodigde middelen tot dekking van de uitgaven in genoemd bepaald kalenderjaar ten laste van het Reïntegratiefonds.

Artikel

16

Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van 29 december 2005.

Artikel

17

Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Reïntegratieregeling.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, A.J. deGeus